Meer bomen betekent meer hennen buiten

Leghennen lopen niet zomaar uit de stal naar buiten. Het zijn van oorsprong bosdieren die beschutting nodig hebben. Bomen of struiken in de uitloop zijn daarom nodig en kunnen een bijdrage leveren aan het verdienmodel.

Meer+bomen+betekent+meer+hennen+buiten
© Studio Kastermans

Alle kennis over het gebruik van de uitloop bij leghennen uit eigen en andermans onderzoek is op een rij gezet door onderzoeker Monique Bestman van het Louis Bolk Instituut. In 2022 promoveerde ze op een studie naar het effect van de vrije uitloop op het dierenwelzijn.

De uitkomst van het onderzoek is duidelijk: het welzijn van de kippen verbetert flink door uitloopgebruik. Ze hebben minder schade door verenpikken en minder pikwonden.

Een vrije uitloop biedt de hennen meer mogelijkheden voor natuurlijk gedrag en er is meer ruimte en frisse lucht. De mate waarin deze wordt gebruikt verschilt nogal. Als er hanen bij de hennen lopen, neemt het gebruik toe. Bruine hennen maken er meer gebruik van dan witte en bij kleinere koppels gaat een groter percentage naar buiten dan bij heel grote. Grote grazers in de uitloop zorgen er ook voor dat hennen gemakkelijker naar buiten gaan.

Bij een goede keuze levert beplanting een bijdrage aan het verdienmodel

Piet Rombouts, consultant van Rombouts Agro-Ecologie

De allerbelangrijkste factor die bepaalt of de hennen gemakkelijk naar buiten gaan, is en blijft de beplanting in de uitloop. Hennen zijn van oorsprong bosdieren die zoeken naar de beschutting van bomen en struiken. Zonder beschutting zullen ze niet ver buiten de stal komen en blijven meer hennen binnen.


Kippen gaan gemakkelijker naar buiten als er ook grote grazers in de uitloop zijn.
Kippen gaan gemakkelijker naar buiten als er ook grote grazers in de uitloop zijn. © Monique Bestman

'Een vuistregel is dat vanaf elke plek in de uitloop een kip hooguit zo'n 10 meter zou moeten hoeven lopen om bij een boom, struik of afdakje te zijn', stelt Bestman. Tussen twee vormen van beschutting is de afstand dus hooguit 20 meter.

'Beplanting op ongeveer 10 meter helpt dus om de hennen naar buiten te krijgen', vervolgt de onderzoeker. 'Beplanting tegen de stal aan kan plaagdieren aantrekken en dat is niet gewenst. En soms moet de pluimveehouder met werktuigen direct rond de stal kunnen komen.'


Voorschriften Beter Leven

Daarnaast schrijft het Beter Leven-keurmerk voor dat de eerste 5 meter van de stal onaantrekkelijk moet zijn voor de hennen, door bijvoorbeeld stenen of roosters te plaatsen, zodat ze verder lopen. '10 meter is dus een mooie afstand', concludeert Bestman.

Hoe meer beplanting in de uitloop staat en hoe beter deze is verdeeld over de hele uitloop, hoe meer hennen buiten komen en hoe verder ze lopen. Een goede verdeling van de beplanting over de hele oppervlakte is ook nodig om aan de eisen van de 'kontrollierte alternative Tierhaltungsformen (KAT) te voldoen. Want een flink deel van de biologische en vrije-uitloopeieren wordt op de Duitse markt afgezet.


Al tijdens de opfok moeten de hennen kunnen wennen aan de vrije uitloop.
Al tijdens de opfok moeten de hennen kunnen wennen aan de vrije uitloop. © Marcel Berendsen

De beplanting kan ook het beste in rijen staan, zodat de hennen de stal goed kunnen blijven zien als ze buiten lopen. Dan weten ze waar ze naartoe kunnen als ze om een of andere reden schrikken.

Tot voor kort mocht je met de beplanting in de uitloop geen extra inkomsten genereren. 'Deze mocht enkel en alleen ten dienste staan van de hennen, stond in de KAT-eisen. In Nederland hadden we het in de wetgeving ook niet goed geregeld', weet consultant Piet Rombouts van Rombouts Agro-Ecologie.


Dubbeldoelbeplanting

'Inmiddels is een dubbel doel wel toegestaan en kan beplanting dus bijdragen aan het verdienmodel, mits goede keuzes worden gemaakt. Al blijven de eieren de hoofdzaak en is de beplanting er vooral om te zorgen dat de hennen ook echt naar buiten gaan en de hele uitloop benutten', legt Rombouts uit.

Voor die beplanting zijn allerlei opties. Het kunnen bijvoorbeeld notenbomen of fruitbomen zijn, olifantsgras of een boomkwekerijgewas. 'Voor ieder bedrijf is er een andere beste keuze', geeft Rombouts aan. Hij heeft al heel wat beplantingsplannen gemaakt.


Met fruitbomen is het mogelijk extra opbrengsten te genereren, al kost het meer arbeid.
Met fruitbomen is het mogelijk extra opbrengsten te genereren, al kost het meer arbeid. © Monique Bestman

'Tot nu toe is ieder plan net weer anders. De mogelijkheden van de ondernemer zijn ook van belang. Als je notenbomen plant, moet je er bijvoorbeeld voor zorgen dat je de noten machinaal kunt oogsten. Wil je fruitbomen, dan is het handig als je die via huisverkoop tot waarde kunt brengen', tipt de consultant.


Grondsoort en landschap

Verder kan de grondsoort van invloed zijn op de keuze. En in een open landschap ziet het beplantingsplan er anders uit dan in een coulisselandschap. Verder kan het zijn dat er in het plan dicht bij de stal bomen met een stam komen en verderop struiken of een gewas met uitlopers lager bij de grond.

'Je moet ook rekening houden met het gedrag van de hennen', voegt Bestman toe. 'Die krabben de grond los, waardoor wortels beschadigen. Of ze eten jonge scheuten op. Dat doen ze vooral dicht bij de stal.'

Daarom passen dicht bij de stal bomen beter en is er vaak ook bescherming nodig om ervoor te zorgen dat ze het overleven. Verder bij de stal vandaan is dat meestal niet meer nodig, redeneert Bestman. 'Het hangt ook van het gewas af. In de eerste jaren is olifantsgras kwetsbaar, daarna maakt het zoveel scheuten dat de hennen geen kwaad meer doen.'


Extra opbrengsten

Bij een goede keuze levert de beplanting in de uitloop volgens Rombouts zeker een extra opbrengst op. 'De noten of het fruit kun je verkopen, maar verzorging en oogst kosten natuurlijk ook extra arbeid. Voor wilgentenen is een markt, mits ze aan specifieke eisen voldoen. Olifantsgras kan bijvoorbeeld ieder jaar worden gehakseld en dan als strooisel of biobrandstof dienen, of voor de papierindustrie.'

Daarnaast kan de beplanting carbon credits opleveren, geeft Rombouts aan. 'Bij een goede keuze en juiste combinatie kan de beplanting jaarlijks zo'n 1.500 tot 2.000 euro per hectare uitloop opleveren.' Een ander voordeel van bomen en struiken is dat de uitloop minder aantrekkelijk wordt voor watervogels. Daarmee neemt het risico op insleep van vogelgriep af.


Zonnepanelen in de uitloop wel of geen goed idee?

Het hoeven niet altijd bomen of struiken te zijn die als beschutting voor de dieren dienen. Zonnepanelen zijn ook een optie. Deze zijn sinds vorig jaar toegestaan in uitlopen, zowel bij biologische hennen als bij vrije uitloop. Voor het plaatsen van zonnepanelen is wel een aparte vergunning nodig. Pluimveehouders die er jaren geleden mee bezig waren, liepen daarbij tegen bezwaren van omwonenden aan vanwege het uitzicht. Die ondernemers zijn daarom weer van het idee afgestapt. Daarnaast is het lang niet altijd haalbaar om zonnepanelen te plaatsen, omdat er geen ruimte is op het elektriciteitsnet. En als bijvoorbeeld maar 20 procent van de oppervlakte met zonnepanelen mag worden bebouwd, zoals in principe is toegestaan op biologische bedrijven, levert dat bijkomende kosten op voor de bekabeling. Het is dus lastig om met zonnepanelen een extra opbrengst uit de uitloop te halen.

Lees ook

Marktprijzen

Meer marktprijzen

Laatste nieuws

Nieuwste video's

Kennispartners

Meest gelezen

Nieuw op MechanisatieMarkt.nl

Meer advertenties

Vacatures

Weer

  • Maandag
    23° / 12°
    20 %
  • Dinsdag
    21° / 16°
    50 %
  • Woensdag
    20° / 13°
    20 %
Meer weer