Droogte gaat vooral in het zuidwestelijk kleigebied parten spelen

De regionale droogtegevoeligheid van akkerbouwgebieden is afhankelijk van het bouwplan, de natuurlijke uitgangssituatie wat betreft bodem en water en de beschikbaarheid van zoetwater voor irrigatie. Rabobank stelt in een onlangs gepubliceerd rapport dat akkerbouwers in het zuidwestelijk kleigebied voor de grootste opgave staan als het gaat om droogte.

Droogte+gaat+vooral+in+het+zuidwestelijk+kleigebied+parten+spelen
© Job Hiddink

In het rapport 'Akkerbouwer wordt zoetwatermanager: de invloed van toenemende droogte op de Nederlandse akkerbouw' heeft Rabobank onder meer de vertaalslag gemaakt van de recent gepubliceerde klimaatscenario's van het KNMI naar de regionale droogtegevoeligheid.

Volgens Rabobank moeten akkerbouwers zich steeds vaker afvragen hoe de toekomstige beschikbaarheid van water is en welk bouwplan en welke irrigatietechniek daar het beste bij passen. De bank ziet verstandig zoetwatermanagement als een must voor een succesvol akkerbouwbedrijf.


Droogtegevoelig gewas

'Het is de vraag of het voor akkerbouwers in bepaalde teeltgebieden nog haalbaar is om een hoogsalderend maar droogtegevoelig gewas zoals uien te telen.' De bank stelt dat akkerbouwers die boeren op klei in het zuidwesten van het land, voor de grootste opgave staan als het aankomt op het omgaan met droogte.


Dat komt vooral omdat Zeeland relatief kwetsbaar is door de risico's op verzilting. West-Brabant en de Zuid-Hollandse eilanden zijn minder kwetsbaar. Daarnaast ziet Rabobank de hogere zandgronden in Noord-Brabant, Limburg en de veenkoloniale gebieden in Drenthe en Groningen als droogtegevoelige gebieden. Daar zijn de grondwaterstanden diep en akkerbouwers daar kunnen er niet van uitgaan dat er wateraanvoer is vanuit grote rivieren of het IJsselmeer.

Als minst droogtegevoelige gebieden merkt de bank de zeekleigebieden in Midden- en Noord-Nederland aan. Doorgaans is de zoetwaterbeschikbaarheid in die gebieden op orde. Klei houdt vergeleken met zand relatief veel water vast en omdat deze gebieden laaggelegen zijn, kunnen ze ook vanuit die optiek gemakkelijk water vasthouden. Er zijn verziltingsvraagstukken in deze regio's, maar die spelen volgens Rabobank een minder grote rol dan in Zeeland.


Bouwplan aanpassen

Droogte en verzilting zorgen er in uiterste gevallen voor dat akkerbouwers hun bouwplan moeten aanpassen. Uit de analyses van Rabobank blijkt dat vooral zaaiuien geteeld in Zeeland gevoelig zijn voor droogte. Cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) bevestigen dat. Volumeopbrengsten van Zeeuwse zaaiuien zijn structureel lager dan in andere provincies.



Illustratief voor de droogteproblematiek is dat precies in de drie droogste jaren, 2018, 2020 en 2022, de opbrengsten het laagst zijn. Daarbij scoort Zeeland in alle gevallen het slechtst van de vijf Nederlandse provincies met het grootste areaal zaaiuien. Rabobank constateert daarom dat de droogteproblematiek vooral regionaal tot structureel lage volumeopbrengsten kan leiden.


Onderstaande grafiek laat zien dat het zaaiuienareaal in Zeeland de afgelopen zes jaar is gehalveerd. Zeeuwse akkerbouwers lijken eieren voor hun geld te kiezen wat betreft de uienteelt en stappen over op een ander gewas. Zuid-Holland en Flevoland laten een stabiel areaal zien en in Groningen en Noord-Brabant groeit het areaal.




Beschikbaarheid zoetwater onder druk

De KNMI-scenario's schetsen dat periodes van extreme droogte steeds vaker voorkomen. In de drie droge jaren 2018, 2019 en 2020 beregende volgens Rabobank ongeveer de helft van de Nederlandse akkerbouwers. De verwachting is dat de beschikbaarheid van zoetwater in de toekomst onder druk komt te staan, waardoor boeren worden gedwongen te kijken naar andere beregeningsmethoden.

Volgens de bank zal er door de langere droogteperioden beperkt regenwater beschikbaar zijn. Vooral gebieden zonder aanvoer vanuit grote rivieren of toegang tot het IJsselmeer zijn hiervoor gevoelig. Maar ook minder wateraanvoer vanuit de Rijn en de Maas plus de beperkte beschikbaarheid van IJsselmeerwater zal de problematiek verergeren. In een dergelijke situatie worden bijvoorbeeld ook regio's in Drenthe kwetsbaar.

Verder verwacht Rabobank dat er ook meer beperkingen komen op het onttrekken van oppervlakte- en grondwater voor de landbouw, ten gunste van andere doeleinden. Daarnaast neemt het risico op verzilting toe door onder meer de zeespiegelstijging, bodemdaling en beperktere mogelijkheden voor doorspoeling met zoetwater. Daardoor is minder zoetwater beschikbaar voor beregening. Dat heeft vooral gevolgen in Zeeland, maar ook in Flevoland, de Kop van Noord-Holland en de kuststrook langs de Waddenzee.


Druppelirrigatie

Momenteel is het voor de meeste akkerbouwbedrijven nog haalbaar om hoogsalderende gewassen als consumptieaardappelen of uien met een haspel te beregenen. Maar als er in de toekomst minder zoetwater beschikbaar is, dan moeten akkerbouwers mogelijk overstappen op druppelirrigatie, voorziet Rabobank.

Deze techniek is fors duurder. De bank gaat voor druppelirrigatie uit van een kostprijs tussen 1.300 en 2.050 euro per hectare per jaar, terwijl beregenen met een haspel 'slechts' 150 tot 450 euro per hectare kost. Voor samengestelde peilgestuurde drainage rekent Rabobank met een bedrag tussen 1.700 en 2.300 euro per hectare.

Tot slot adviseert de bank akkerbouwers om water zoveel mogelijk vast te houden door bijvoorbeeld te zorgen voor een vitale bodem, maar eventueel ook door het gebruik van stuwen, flexibel peilbeheer en natuurvriendelijke oevers. Daarnaast kunnen boeren samen met het waterschap aan de slag gaan met een gebiedsgerichte aanpak door bijvoorbeeld watergangen te verbreden en te laten meanderen.

Bekijk meer over:

Lees ook

Marktprijzen

Meer marktprijzen

Laatste nieuws

Nieuwste video's

Kennispartners

Meest gelezen

Nieuw op MechanisatieMarkt.nl

Meer advertenties

Vacatures

Weer

  • Zondag
    8° / 3°
    60 %
  • Maandag
    7° / 3°
    40 %
  • Dinsdag
    9° / 0°
    5 %
Meer weer