In Noord-Frankrijk is Nederland nooit heel ver weg

De regio Hauts-de-France, het gebied in Noord-Frankrijk tussen Lille en Parijs, raakt steeds meer in trek bij Nederlandse boeren. Ze vinden er relatief dichtbij nog volop ruimte voor uitbreiding van hun bedrijfsactiviteiten. Ook de Nederlandse agrotech laat zich er steeds meer zien.

In+Noord%2DFrankrijk+is+Nederland+nooit+heel+ver+weg
© Kees Klaassen

Het zijn de teelten die relatief makkelijk op afstand zijn op te zetten, zoals bijvoorbeeld aardappelen of uien, die het voor Nederlandse boeren aantrekkelijk maken om vanuit ons land expansie te zoeken in Noord-Frankrijk. Daarvoor huren ze land bij Franse boeren die zo hun inkomen stabiliseren. Pachtprijzen liggen er momenteel rond de 1.500 euro per hectare voor zavelgronden die, indien te koop, 15.000 tot 30.000 euro moeten opbrengen.

Uien- en groenteteler Top Onions uit het Zeeuwse 's-Gravenpolder is bijvoorbeeld al jaren actief in het gebied, maar ook andere Nederlandse agrarische bedrijven weten Noord-Frankrijk te vinden. En zo ver weg is het niet, vanuit Zeeland is het minder dan 100 kilometer. De verbindingen zijn goed en de keuze uit geschikte percelen is er reuze.

'Nederland en België zijn vol, daarom komen ze nu hier', stelt akkerbouwer Alain Dequeker in het Noord-Franse Avesnes-le-Sec droogjes vast. Grond huren is er geen probleem, plek zat, zegt Dequeker. Maar grond of hele bedrijven kopen is er lastiger, omdat de Franse overheid een voorkeursbeleid hanteert voor jonge Franse boeren, waarschuwt hij. 'Die krijgen voorrang.'

We verwachten niet zo snel problemen zoals in Nederland en Bretagne

Christophe Dequidt, agronoom en businessmanager

Dequeker teelt samen met zijn nicht Sophie Gobert zelf al een jaar of wat fritesaardappelen voor het Nederlandse Aviko. En daarmee is hij geen uitzondering. Sinds de Nederlandse onderneming drie jaar geleden een verwerkingsfabriek neerzette in het West-Vlaamse Poperinge, heeft Aviko volop aardappelareaal weten vast te leggen bij in totaal zo'n driehonderd telers in zowel Noord-Frankrijk als België.

Er is ruimte voor meer, weet Dequeker. 'Zodra er in China of Zuid-Amerika weer een fastfoodketen uitbreidt, merken we dat hier. De vraag naar diepvriesfrites uit West-Europa neemt alleen maar toe.'


Akkerbouwer Alain Dequeker in het Noord-Franse Avesnes-le-Sec teelt fritesaardappelen voor Aviko.
Akkerbouwer Alain Dequeker in het Noord-Franse Avesnes-le-Sec teelt fritesaardappelen voor Aviko. © Joost de la Court

In Hauts-de-France is maar liefst ruim 80 procent van de Franse aardappelverwerkende industrie gevestigd. De regio is dan ook een agrarisch powerhouse. Het is de belangrijkste Franse productieregio voor niet alleen granen maar ook aardappelen, uien, suikerbieten en groentegewassen. Die worden daar geteeld door ruim 24.000 agrarische bedrijven.


Krachtige verwerkende industrie

Bovendien zetelt er in de regio ook een krachtige verwerkende industrie. Franse multinationals als conservengigant Bonduelle, gistproducent Lesaffre en voedingsmiddelentechnoloog Roquette hebben er hun hoofdkwartier. Maar ook het Nederlandse Heineken en DSM zijn er gevestigd, die laatste zelfs op drie locaties. Naast nog zo'n zes andere Nederlandse agrobedrijven.

'Er liggen hier veel kansen, niet alleen voor Franse bedrijven, zeker ook voor ondernemingen van elders', zegt Christophe Dequidt. Hij adviseert als agronoom en businessmanager bedrijven en instellingen over het vestigingsklimaat ter plaatse. 'We zijn hier goed in produceren, maar ook in ontwikkeling en onderzoek', stelt hij met een brede glimlach vast. 'Wij kunnen daarom hoogwaardige agrotechnologie uit Nederland goed gebruiken.'

Die vaststelling sluit naadloos aan bij de opstelling van de Franse overheid, die innovatie, duurzaamheid en voedselzekerheid hoog in het vaandel heeft. Frankrijk investeert daar ook in. Het past ook bij de opstelling van de Nederlandse regering die Nederlandse agro- en techbedrijven aanmoedigt de stap te wagen naar Frankrijk of daar samenwerkingen op te bouwen. 'We waren altijd gefocust op onze oost-westhandelsrelaties en minder op die met het zuiden', stelt Marc Hendrikse. Hij is de delegatieleider van een recente Nederlandse handelsmissie naar de regio.


Onderzoek in een laboratorium van de Franse producent van gist- en fermentatieproducten Lesaffre in Marquette-le-Lille.
Onderzoek in een laboratorium van de Franse producent van gist- en fermentatieproducten Lesaffre in Marquette-le-Lille. © Joost de la Court

Voorheen waren Nederlandse ondernemers niet zo happig op het opzetten van een relatie met bedrijven in Frankrijk. Dat kwam vooral doordat het leggen van de noodzakelijke contacten vaak moeizaam verliep. Onbekend maakt dan onbemind. Hendrikse: 'Kwam je tot een paar jaar geleden na veel moeite eindelijk binnen bij Renault voor een kennismakingsgesprek, bleken ze stomverbaasd over wat wij allemaal te bieden hadden op automotivegebied. '

Dat verandert nu snel, mede doordat veel Franse ondernemers steeds vaker Engels spreken en ze de luiken hebben opengegooid. Europese samenwerking is onder president Emmanuel Macron een belangrijk thema geworden, naast een sterkere positie van de Franse en Europese landbouw.

De regio Hauts-de-France kent zo'n achthonderd agrotechbedrijven, met in totaal ongeveer 45.000 werknemers. De variatie tussen die bedrijven is groot. Van de eerdergenoemde gevestigde multinationals met vaak een centrale rol in de voedselverwerking en -bereiding, tot piepjonge start-ups die driftig op zoek zijn naar nieuwe markten of innovatieve producten.


Ecosystemen

Wat opvalt is de Franse manier van samenwerken. Groot en klein, commercieel of overheidsinstantie, ze vinden elkaar in zogenoemde ecosystemen, regionale netwerken waar men elkaar opzoekt en zo nodig verder helpt.

Waar vind je in Nederland bijvoorbeeld een supermarktketen die start-ups helpt aan startkapitaal? In Frankrijk zie je die dus wel. Het Noord-Franse Auchan staat jonge starters financieel bij, mits ze een goed bedrijfsplan kunnen overleggen en in vijf jaar tijd minstens drie werknemers hebben. Lukt dat, dan kunnen ze hun startpremie houden.

Waar dat in kan uitmonden, blijkt bij een presentatie van het innovatiecentrum Euralimentaire even buiten Lille. Onderdeel van dit groothandelscentrum voor verse voedingsmiddelen uit de eigen regio is een 'incubator' die zich richt op het versnellen van innovatieve ideeën. Via deze broedstoof lopen nu 280 projecten. Daarin is 250 miljoen euro geïnvesteerd door bedrijven en instanties die bij dit ecosysteem zijn aangesloten.


Minikasjes

Neem Tomogrow, een start-up die sinds een jaar minikasjes plaatst midden in supermarkten, met daarin verse kruiden nog in hun groeimedium. Het afzet- en monitoringsysteem oogt buitengewoon vernuftig, het verdienmodel blinkt uit in eenvoud. De supermarkten, en dat zijn er zo'n tien in de regio, huren de kasjes van de producent voor 3.000 euro per maand. De productopbrengst is voor hen. 'Eind dit jaar kunnen we al winst maken', verwacht mede-initiatiefnemer Jérémie Delbart.

Veel ondernemers in de regio werpen zich op de eiwittransitie. Zoals Nxtfood, een bedrijf dat midden in de velden in Vitry-en-Artois onder de merknaam Accro vleesvervangers maakt. Hun missie: de wereld verbeteren met echt lekkere vleesvervangers.

Geholpen door het eerdergenoemde Roquette en gefinancierd door twee vermogende families, weten ze jaarlijks 5.000 ton aan vleesvervangers in de Franse supermarkten af te zetten. Dat is niet makkelijk, geeft hoofd marketing Charlotte Balarin toe.


Notoire vleeseters

'Fransen zijn notoire vleeseters en superkritisch als het gaat om de kwaliteit van hun voedsel. De competitie is ook aanzienlijk. We concurreren met grote spelers als Nestlé en Unilever', stelt Balarin. 'Maar we geloven dat we een beter product maken en appelleren aan het groeiende duurzaamheidsgevoel bij de consumenten.'

Agronoom Dequidt is ervan overtuigd dat 'zijn' regio in agrarisch opzicht een mooie toekomst tegemoet gaat. 'We verwachten hier niet zo snel problemen met intensieve landbouw zoals in Nederland en Bretagne. We werken onderling goed samen, we zijn hier sterk in voedselverwerking en de ketens zijn kort. Ik ben dus optimistisch over de toekomst van het boeren hier.'


Al decennialang emigratieland voor boeren uit Nederland

Frankrijk is al tientallen jaren een emigratiebestemming voor Nederlandse boeren, zij het mondjesmaat. Dat zegt landbouwraad Martijn Weijtens van de Nederlandse ambassade in Parijs. 'Nederlandse boeren zijn gewild bij de Franse autoriteiten omdat ze door hun kennisniveau en ondernemingslust waardevol zijn. Ik krijg regelmatig de vraag of wij niet nog Nederlandse boeren kennen met emigratieplannen.' Bemiddelen doet de ambassade niet voor emigranten. Wel heeft Weijtens tips voor boeren die zich willen oriënteren. 'Je moet niet denken dat je een bedrijf kunt kopen in Noord-Frankrijk en dan in Nederland kunt blijven wonen. Emigreren naar Frankrijk betekent je vestigen en integreren; de taal leren en de wil tonen onderdeel te worden van de lokale gemeenschap.' Frankrijk werkt aan een Landbouwakkoord om het perspectief voor de sector te verbeteren. 'Daar zitten ook regelingen in voor vestiging van buitenlandse boeren. Belangrijk is aan te tonen de omschakeling naar een duurzame bedrijfsvoering te willen maken', besluit Weijtens.

Bekijk meer over:

Lees ook

Marktprijzen

Meer marktprijzen

Laatste nieuws

Nieuwste video's

Kennispartners

Meest gelezen

Nieuw op MechanisatieMarkt.nl

Meer advertenties

Vacatures

Weer

  • Maandag
    10° / 0°
    20 %
  • Dinsdag
    10° / -1°
    20 %
  • Woensdag
    10° / 3°
    55 %
Meer weer