Gelderse+onderzoekers%3A+landbouwgrond+is+alles+behalve+%27zombiegrond%27
Nieuws
© Laurens Eggen

Gelderse onderzoekers: landbouwgrond is alles behalve 'zombiegrond'

Het verschil in bodemleven in landbouwgrasland en dat in natuurlijk beheerd grasland op voormalige landbouwgrond is klein. Dat blijkt uit het Gelderse onderzoek 'Bodemleven in de toplaag' dat deze week werd gepubliceerd.

Het onderzoek werd uitgevoerd door Henk Siepel, hoogleraar dierecologie aan de Radboud Universiteit, en Nick van Eekeren, onderzoeker duurzame melkveehouderij aan het Louis Bolk Instituut. Het onderzoek richtte zich op een belangrijke indicator voor bodemleven: de aanwezigheid van springstaarten en mijten.

Siepel noemde de Nederlandse landbouwgrond een paar jaar geleden 'zo dood als een pier' en 'zombiegrond', omdat er bijna geen bodemleven meer in zou zitten. Melkveehouder Pieter Brouwer in Tonden, tot voor kort lokaal LTO-bestuurder, kwam in actie na deze uitspraak te hebben gelezen. Hij nam contact op met coördinator natuurbeheer Esther Rust van Natuurmonumenten.

Na het overleg trokken Siepel en Brouwer de conclusie dat het goed is om nader onderzoek te doen. Ze vroegen het Louis Bolk Instituut om hierbij te helpen. Natuurmonumenten en een groep van tien melkveehouders stelden hun percelen beschikbaar. Het onderzoek, dat in zijn geheel te lezen is bij het Louis Bolk Instituut, werd mede mogelijk gemaakt door Provincie Gelderland en LTO Noord Fondsen.

Vergelijking op drie vlakken

Twintig landbouwgraslanden bij melkveebedrijven en twintig graslanden in natuurbeheer met een agrarische historie zijn onderzocht. Hierbij vergeleken de onderzoekers de bodems op drie vlakken. Ten eerste het effect van landgebruik: gaat het om grasland in natuurbeheer of graslanden voor veehouderij? Ten tweede de verschillen in leeftijd van grasland sinds de laatste bodembewerkingen. Ten derde de invloed van het soort beheer: wordt er gemaaid of beweid?

Om het bodemleven te herstellen wordt geadviseerd te streven naar blijvend grasland met maai- of weidebeheer. Van belang is dat bij het beheer de bovenlaag zo min mogelijk wordt verdicht. Hoe minder verstoring door bodembewerking, zware machines en grote kuddes grazers, hoe beter het bodemleven zich kan herstellen. Landschapselementen zijn bevorderlijk voor het bodemleven maar ook voor het leven boven de grond. Ze moeten daarom zoveel mogelijk worden behouden of teruggebracht.

Vervolgonderzoek is zeer gewenst. 'We hebben soms andere doelen, maar zonder een gezonde bodem zijn we beiden nergens', zegt Brouwer. Rust vult aan: 'Boeren en boswachters vormen samen het landschap en gaan voor meer soortenrijke natuur. We willen weten wat er allemaal in de bodem gebeurt en hoe je daarop kunt inspelen met je beheer. Dit onderzoek helpt daarbij.'

De belangrijkste conclusies uit het onderzoek:

• Het bodemleven heeft een wisselwerking met het beheer. Voor een gezond bodemleven is de beste herstelmethode het stoppen met verstoring door grondbewerking en het voorkomen van verdichting van de bovenlaag (0-5 centimeter). Het advies luidt: streef naar blijvend grasland met maaibeheer of weidebeheer met een lagere bodemverdichting in de bovenlaag.


• In dit onderzoek werden zowel in de landbouwgraslanden als in de natuurgraslanden lagere aantallen springstaarten en mijten gevonden dan in natuurlijk, veel ouder grasland uit eerder onderzoek (Siepel, 2018). Enkel in een landbouwgrasland dat 39 jaar niet was vernieuwd, werden aantallen gevonden die vielen binnen de spreiding van die natuurlijke graslandreferentie. Uitbreiding van de populatie gaat dus zeer langzaam.

• Natuurlijk beheerde graslanden hadden geen significant hoger aantal springstaarten en mijten dan landbouwgrasland. De diversiteit van deze microgeleedpotigen was significant hoger onder natuurbeheer dan onder agrarisch beheer.

• Springstaarten en mijten hebben een functie in de bovengrondse biodiversiteit, doordat ze een voedselbron vormen voor het bovengrondse voedselweb. Op gemaaid grasland was een positief verband tussen het aantal springstaarten en mijten en het aantal bovengrondse roofkevers. Op het begraasde grasland leken de roofkevers de springstaarten en mijten in de bodem te onderdrukken.

• Springstaarten en mijten hebben ook een functie in de organischestofcyclus. Het aantal schimmeletende springstaarten en mijten toonde een verband met organische stof.

• Pesticidengebruik uit het verleden, maar ook emissie vanaf snelwegen, blijft langer in de bodem aanwezig bij natuurgraslanden door minder intensief maaibeheer.

Bekijk meer over:

Weer

  • Donderdag
    6° / 2°
    70 %
  • Vrijdag
    5° / 0°
    70 %
  • Zaterdag
    7° / 3°
    70 %
Meer weer