Melkveehouders+maken+Noordwest%2DOverijssel+tot+proeftuin+weidevogels
Achtergrond
© Joost de la Court

Melkveehouders maken Noordwest-Overijssel tot proeftuin weidevogels

Wat is de beste aanpak wanneer in het nieuwe Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB) ook weidevogelbeheer meetelt als extra vergroeningsmaatregel? Meer dan vijftig melkveehouders in Noordwest-Overijssel probeerden een jaar lang tijdens een pilot het antwoord te vinden op die vraag.

In de GLB-pilot 'De kievit als boegbeeld voor de vergroening van de melkveehouderij', die eind maart afloopt, zochten de deelnemers in Noordwest-Overijssel niet alleen naar maatregelen om het leefgebied van de kievit te verbeteren. Ze keken ook naar manieren om die in te passen in de bedrijfsvoering.

Omdat er mogelijk extra vergroeningsmaatregelen in het nieuwe GLB staan, deden ook boeren mee die niet in de Overijsselse weidevogelconcentratiegebieden zijn gevestigd. Tot nu toe konden zij geen vergoedingen ontvangen voor deze beheervormen. Inmiddels zijn de resultaten bekend en wordt gewerkt aan een advies aan het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit.

De veldmaatregelen blijken niet alleen meerwaarde te hebben voor de kievit en de biodiversiteit in bredere zin. Ook de deelnemers zijn veelal enthousiast over de maatregelen, stelt projectcoördinator Esther Graaskamp tevreden vast. Zij is werkzaam voor het Collectief Noordwest Overijssel voor agrarisch natuurbeheer. 'Het nieuwe GLB gaat in 2023 van start en hierin spelen vergroeningsmaatregelen in de agrarische sector nadrukkelijker een rol. Weidevogelbeheer verdient een plaats in dat brede maatregelenpakket.'

Het peloton kan nu aan de slag met weidevogelbeheer

Wim van Ittersum, weidevogelboer en projectdeelnemer uit Mastenbroek

De pilotmaatregelen bestonden uit randenbeheer, het uitrijden van ruige mest en het creëren van drassige locaties. Die waren gericht op de kievit, maar ook op andere boerenlandvogels en verbetering van de biodiversiteit. Op deze plekken kunnen de weidevogels en hun kuikens voedsel vinden. De kuikens kunnen er zich ook verstoppen voor predatoren. Weidevogelvrijwilligers hebben tijdens het weidevogelseizoen onderzocht of de vogels er ook daadwerkelijk gebruik van maakten.


Kievitkuikens

Niet geheel onverwacht bleek uit dit onderzoek dat het merendeel van de kieviten en hun kuikens, en daarbij ook andere weidevogels, goed gebruikmaakten van de maatregelen. Zo werden rond de drassige locaties concentraties van kieviten waargenomen. Ook deden de vrijwilligers en de boeren verschillende waarnemingen van kievitkuikens nabij of in de randen.

In de pilot is verder onderzocht of de maatregelen goed inpasbaar zijn op de bedrijven en zo hun weg kunnen vinden binnen het nieuwe GLB. Centraal stond een effectieve vergroening, die goed werkbaar is voor boeren, aldus Graaskamp. 'Hierbij was het belangrijk om de sociaaleconomische effecten voor de agrariërs te onderzoeken.'


Vier deelgebieden onderzocht in GLB-pilot weidevogels

De GLB-pilot in Noordwest-Overijssel werd in 2019-2020 gehouden in de deelgebieden Tolhuislanden, Kallenkote, Wijthmen en Mastenbroek. Deelnemers konden kiezen uit een aantal ‘kievitpakketten’. De basis vormde een pakket met op 2 procent van het areaal randenbeheer (vergoeding: 60 euro/hectare). Verder een pakket met 6 procent randenbeheer (150 euro/ha), een stalmestpakket met 10 procent stalmest en 2 procent randenbeheer (150 euro/ha) of een waterpakket met een drassige locatie (1 procent) en 2 procent randenbeheer (150 euro/ha). Het laatste was een combinatiepakket van 2 procent randenbeheer, 5 procent ruige stalmest en plasdras op 0,5 procent (150 euro/ha). Dat pakket leverde op 20 hectare zo’n 3.000 euro per jaar op. De meeste boeren kozen voor het pakket Stalmest, daarna volgden Randen en het Combinatiepakket. Een workshop weidevogelbeheer maakte onderdeel uit van het programma.

Om die reden zijn in samenwerking met Aeres Hogeschool enquêtes afgenomen bij de deelnemers. Uit de antwoorden komt onder meer naar voren dat de maatregelen goed inpasbaar zijn. De deelnemers gaven aan dat ze de maatschappelijke bijdrage, die ze leveren door het nemen van maatregelen en de vergoeding die ze daarvoor ontvangen, als belangrijk voordeel ervaren. De tijd die ze kwijt waren aan de uitvoering van de maatregelen bleek achteraf minder te zijn dan ze vooraf hadden verwacht.

'Na de vroege adapters, die het weidevogelbeheer vooral uit liefhebberij oppakten, is het nu aan het peloton om er mee aan de slag te gaan', stelt weidevogelboer en projectdeelnemer Wim van Ittersum uit Mastenbroek vast. Hij denkt dat vooral de extra vergoeding, als plus op het inkomen, boeren over de streep kan trekken. 'Naast de toenemende maatschappelijke druk op de sector en de stimulans die van veel zuivelcoöperaties uitgaat.'


Reële vergoeding

Van Ittersum ging in de pilot voor het toepassen van vaste mest op 10 procent van zijn huiskavel van 60 hectare en 2 procent strokenbeheer. De plasdrassen op zijn land vallen onder het bestaande stelsel voor Agrarisch Natuur- en Landschapsbeheer (ANLb). Hij rekent voor dat de basistoeslag en een plus voor extra vergroening hem opgeteld zo'n 400 euro aan jaarlijkse premies per hectare kunnen opleveren.

'We hebben voor het eerst ook bijgehouden hoeveel uur we besteden aan het meerwerk in het kader van het weidevogelbeheer, bijvoorbeeld voor het uitrasteren van de stroken bij beweiding. Al met al kom ik dan uit op een reële vergoeding.'


Vaste mest werd het meest toegepast als maatregel.
Vaste mest werd het meest toegepast als maatregel. © Koos van der Spek

Wel is het even puzzelen waar je de randen neerlegt, waarschuwt de veehouder. Waarbij je zelf mag bepalen hoe breed je de stroken maakt, variërend van 3 tot 9 meter. 'Het liefst moeten die aansluiten op de randen van andere deelnemers, zodat er een netwerk van dekking en voedsel ontstaat. Omdat je daar het gras langer laat staan, heb je naast de meeruren dus ook nog een post opbrengstderving.'

Ongeveer 80 procent van de deelnemers vond de maatregelen die ze op het bedrijf uitvoerde zinvol voor de weidevogels, geeft Graaskamp aan. 'Bij circa een op de drie deelnemers is de motivatie om de kievit te beschermen toegenomen door de pilot. Sowieso werden de maatregelen achteraf positiever beoordeeld dan voorafgaand aan de uitvoering.'

Tot slot werd de samenwerking van de boeren onderling en die met de vrijwillige vogelwachten gezien als erg belangrijk om de maatregelen goed te kunnen uitvoeren. 'Het is leuk als je samen wat voor het gebied kunt doen', bevestigt Van Ittersum.

De melkveehouder ziet ook een strategisch belang. 'Zie de aandacht in de verkiezingen voor vergroening van de samenleving. De ene partij lijkt tegenwoordig nog groener dan de andere. Daar kun je je als boer niet buiten stellen, ook al vind je zelf er van alles van.'

Weer

  • Maandag
    18° / 15°
    70 %
  • Dinsdag
    17° / 8°
    60 %
  • Woensdag
    16° / 7°
    50 %
Meer weer