Dairy+Campus+gaat+meer+meten%2C+data+verzamelen+en+vergelijken
Interview
© WUR

Dairy Campus gaat meer meten, data verzamelen en vergelijken

De melkveehouderij van de toekomst is minder gefocust op puur productie. Dat stellen managers Frank Jorna en Kees de Koning van Dairy Campus in Leeuwarden. Dierlijke producten gaan in de westerse wereld een andere rol spelen in het dagelijks dieet van de consument, al blijven deze wel belangrijk. Maar die consument wil wel precies weten op welke manier zuivelproducten worden geproduceerd. Die vraag maakt dat het innovatiecentrum voor de melkveehouderij anders wordt ingericht. 'We richten ons niet op afgebakende onderzoeksthema's, maar kiezen voor een meer holistische aanpak.'

'Neem emissiearme stalvloeren. We meten niet meer alleen de emissie van ammoniak, maar kijken ook naar het effect op broeikasgassen. Ga je de mest scheiden? Hoe sla je de mest op en hoe ga je de mest eventueel behandelen? Hoe krijg je die mest vervolgens op het land en wat voor gras krijg je dan? Welk type koe past dan het beste bij dat gras? Wat voor soort melk geeft die koe? Kun je dat anders verwaarden?'

Onder beleidsmakers en ambtenaren zie je een latente behoefte aan kennis

Kees de Koning, manager bij Dairy Campus Leeuwarden

Jorna en De Koning kunnen met talloze voorbeelden schetsen hoe het onderzoek op Dairy Campus in Leeuwarden de komende tien jaar wordt ingericht: veel minder strak afgebakend, maar veel meer integrale. Een in hun ogen holistische aanpak, passend bij de transitie van de landbouw zoals we die in de westerse wereld zien.


Wat is het doel?

Jorna: 'We kijken uiteindelijk wat het effect van alle innovaties is op de bodem, het dier, de omgeving en het inkomen van de boer. De Nederlandse melkveehouder produceert vooral voor de consument binnen de driehoek Londen, Berlijn en Parijs. Deze moderne, kritische consument wil in toenemende mate weten hoe zijn of haar voedsel is geproduceerd.

'In de komende tien jaar draait het in de melkveehouderij dus vooral om duurzaamheid. Dat vertaalt zich in thema's als gesloten kringlopen, water, energie, klimaat en natuurinclusiviteit. Dat wordt van alle typen bedrijven gevraagd, groot of klein, bio of anders.'


Tot wat voor soort onderzoek leidt dat dan?

De Koning: 'Dat is heel divers. We kijken hoe we zonnevelden kunnen combineren met grasproductie. Dat gebeurt in samenwerking met TNO.

'Nu staan boeren voor de keuze om een zonneveld aan te leggen of om de grond te gebruiken voor de productie van gras of ander veevoer. Maar waarom zou je dat niet combineren? Hoe ga je dat doen en wat betekent dat dan voor de bodem, de biodiversiteit? Kun je dat eventueel ook nog combineren met de aanleg van natuur? Wat levert het uiteindelijk financieel op?'


Dairy Campus soort Silicon Valley

Dairy Campus in Leeuwarden is onderdeel van Wageningen University & Research. Het onderzoeks- en innovatiecentrum voor de melkveehouderij werkt op projectbasis samen met bedrijven, kennisinstellingen en overheden aan funderend onderzoek, innovatie, educatie, kennisverspreiding en praktijktraining. Het centrum ziet zichzelf als het Silicon Valley van en voor de zuivelsector en richt zich op hele keten: van melkproductie tot melkverwerking alsook melkconsumptie. Dairy Campus heeft vijfhonderd koeien en ruim 300 hectare grond.

Natuurinclusiviteit is een belangrijk thema. Wat gebeurt er op dat gebied op Dairy Campus?

Jorna: 'We beschikken over ruim 300 hectare, vooral grasland. We willen rondom Dairy Campus een deel van die grond intensiveren door hightech en 'precision farming' om een ander deel, 25 procent, te kunnen extensiveren. De vraag is hoe. Gaan we wel of geen kunstmest gebruiken? We gaan experimenteren met verschillende soorten kruidenrijk grasland.

'Samen met het waterschap verhogen we op bepaalde percelen het slootpeil. We kijken wat dat oplevert aan natuur, aan biodiversiteit en aan de hoeveelheid en kwaliteit voer. Vervolgens onderzoeken we hoe we die verschillende soorten voer het best kunnen inzetten. Aan welke dieren voer je dat? Of in welke fase van de lactatie? Wat is het effect per saldo op de emissies? Kun je er iets mee in de fokkerij? Wat is het effect op de melk? Is die anders van samenstelling of van smaak en kun je die eventueel extra verwaarden?'


Hoe doen jullie dat?

Jorna: 'We hebben vijfhonderd koeien, verdeeld over zes stallen en weer onderverdeeld over twintig groepen. Dus dan kun je veel vergelijken. We beschikken over meerdere melktanks, we kunnen melkstromen separeren en vervolgens weer onderzoeken.

'Dat laatste gebeurt bij hogeschool Van Hall Larenstein waar we nauw mee samenwerken. Zij beschikken over een zuivelapplicatiecentrum waar lectoren, docenten en studenten onderzoek doen naar melk en melkverwerking in allerlei vormen.'


Zoals?

Jorna: 'Melk van allerlei soorten kruidenrijk grasland. Maar denk ook aan biest. Dat voeren boeren de eerste dag. Dan gooien ze soms een paar melkmalen weg en dan gaat de melk pas in de tank. Maar biest bevat waardevolle stoffen zoals immunoglobulinen, die misschien kunnen worden verwerkt in speciale melkproducten. We doen daar onderzoek naar.

'Hetzelfde geldt voor ingedikte melk. Als je het volume van melk indikt, scheelt dat in vervoer. Je hoeft minder water te vervoeren. Maar wat doet het met de melk en de verwerking daarvan? En, ook interessant, wat doe je met het water dat je eruit haalt? Dat is water dat dwars door de koe is gegaan, maar heel schoon is. Studenten hebben al proeven gedaan om er koolzuur aan toe te voegen, zodat je een soort bronwater krijgt. Er zijn contacten met een brouwerij om te kijken of je er speciaalbier van kunt maken.'


Jullie beschikken over veel buitenlandse contacten. Hoe staat de Nederlandse melkveehouderij ervoor?

De Koning: 'Ik bezoek veel andere zuivellanden. Wij hebben in Nederland een relatief kleinschalige melkveehouderij. Maar we winnen het op efficiëntie per kilo melk. We zijn innovatief. We zullen het ook moeten hebben van de toegevoegde waarde waarbij een duurzame bedrijfsvoering de drijvende factor is. Efficiënt dus, niet groot. We kunnen op de wereldmarkt nooit concurreren met grote melkveebedrijven in de Verenigde Staten of Rusland.

'Ook ons eigen onderzoeksbedrijf met vijfhonderd koeien is maar klein op wereldschaal. Wat betreft onderzoek kijken we bijvoorbeeld ook naar Nieuw-Zeeland. Het land staat voor vergelijkbare uitdagingen als Nederland. Het gaat dan vooral om milieu- en klimaatopgaves.'


Jullie kijken ook met een schuin oog naar andere sectoren.

Jorna: 'Ja. In eigen land kunnen we bijvoorbeeld veel opsteken van de akkerbouwsector. Denk aan bodemgebruik, de productie per hectare, strokenteelt, het rouleren van gewassen, natuurlijke gewasbescherming, het gebruik van vaste rijpaden en de inzet van drones. Onze collega's van Wageningen University & Research doen hier al veel onderzoek naar, onder andere via het project 'Boerderij van de toekomst'.

'Akkerbouwers denken al veel verder voor wat betreft grondgebruik dan melkveehouders, dus daar valt nog een wereld te winnen.'


De marges in de melkveehouderij staan onder druk. Is er wel geld voor innovatie?

'De Koning: 'We verzamelen ontzettend veel data en kennis en delen dat. Daar kan iedereen van profiteren. Een andere aanpak hoeft niet altijd meer geld te kosten. Technische innovaties leveren ook geld op in besparing of verbeterde efficiency en zijn daarmee vaak interessanter dan bedrijven uitkopen. Sensortechniek is wat betreft materiaal bijvoorbeeld niet extreem duur en kan ook voor kleinere bedrijven interessant zijn zoals we hebben gezien bij melkrobots. Het gaat er wel om om de juiste innovaties voor je bedrijf te kiezen.'


Hoe zien jullie de toekomst van de melkveehouderij?

De Koning: 'Er is geen plek voor ot-en-sienlandbouw. Ook al zul je dat aan de buitenkant van de bedrijven niet meteen zien, we gaan veel meer gebruikmaken van hightech, ook op natuurinclusieve en biologische bedrijven. Het gebruik van sensoren, binnen en buiten, neemt een grote vlucht. Percelen zullen daarop worden ingericht, fokkerij wordt erop afgestemd. We gaan meten, data verzamelen, vergelijken en er ons voordeel mee doen.

'De realiteit is dat er over 10 jaar minder boeren zullen zijn. Toen ik 40 jaar geleden in de landbouw verzeild raakte, waren er nog 60.000 melkveehouders. Ik ga ervan uit dat er in 2030 nog 10.000 melkveebedrijven zijn zoals collega's van Wageningen Economic Research ook hebben berekend. De sector wordt nog veel diverser dan deze nu al is. Dat is ook een transitie waar de sector voor staat, waarbij ook een breder palet aan bedrijfsstijlen zal ontstaan.


Grip op je bedrijf

Ben je bezig met het bedrijf pasklaar te maken voor de toekomst? Grip op je bedrijf is een opleidingsprogramma voor boeren en tuinders, op HBO+ niveau, die hun bedrijf klaar willen maken voor de toekomst. Het programma is gericht op agrarisch ondernemers die nadenken over de toekomst van het bedrijf en wil deze ondernemers daarbij ondersteunen. Meer informatie en aanmelden kan bij de LTO Academie.

'Boeren zullen scherpe keuzes moeten maken, vooral aan de hand van de plek waar ze zitten. Een groot bedrijf in Noordoost-Groningen, Friesland of Flevoland kan misschien meedoen voor de wereldmarkt, een boer in het Groene Hart kan het misschien beter zoeken in de kortere ketens. Het ligt er ook aan waar je talent en interesse liggen. Maar duurzaamheid blijft de drijvende factor, voor alle bedrijven.

'Toch zijn Frank en ik zijn allebei optimistisch. De melkveehouderij heeft vaker voor hete vuren gestaan. Bij de invoering van de melkquotering dachten sommigen ook dat het einde van de sector in zicht was. We lopen allebei al een tijdje mee in het vak en onze ervaring is dat er altijd meer kan dan men aanvankelijk denkt. Dat zal nu niet anders zijn.'


Hoe ziet de toekomst van Dairy Campus eruit?

'De Koning: 'Onze strategie heet Dairy Campus Horizon 2030. Belangrijk onderdeel is die integrale aanpak. Daarnaast willen we het platform zijn waar de wetenschap, het bedrijfsleven en de praktijk samenwerken, onderzoek doen en waar we opgedane kennis met elkaar delen en daarmee ook een bijdrage leveren aan de transitie.

'Daarbij richten we ons ook op de periferie. Denk aan beleidsmakers en ambtenaren. Daar zie je een latente behoefte aan kennis. We willen laten zien dat eenvoudige lineaire oplossingen tegenwoordig niet meer werken. Kijk naar de eiwitmaatregel van het afgelopen jaar, typisch zo'n lineaire oplossing. Maar als je probleem A oplost, moet je ook kijken wat het voor B betekent. Integraal denken, dat is wat we hier doen. Dus ik ben blij dat men ons ook vanuit die hoek ontdekt.'


Kees de Koning

Kees de Koning vormt samen met Frank Jorna het management van Dairy Campus, het onderzoeks- en praktijkcentrum van de melkveehouderij in Leeuwarden. De Koning richt zich vooral op onderzoek, innovatie en de netwerkrol. Hij heeft 35 jaar ervaring in de wereld van de melkveehouderij. Zo deed hij jarenlang onderzoek naar automatisch melken, zowel in Nederland als in de Europese Unie. Ook was hij projectmanager praktijkonderzoek Veehouderij. Tussen 2006 en 2011 was De Koning clustermanager bij Wageningen University & Research bij de Business Unit Livestock Research. Sinds 2011 is hij manager bij Dairy Campus Leeuwarden.

Frank Jorna

Frank Jorna vormt samen met Kees de Koning het management van Dairy Campus, het onderzoeks- en praktijkcentrum voor de melkveehouderij in Leeuwarden. Hij is sinds 2017 eindverantwoordelijk voor de bedrijfsvoering van het melkveebedrijf, de uitvoering en planning van de onderzoeksprojecten en het beheer van de faciliteiten. Hij studeerde in Wageningen dierwetenschappen (richting diervoeding) en werkte voor zijn aanstelling bij Dairy Campus 17 jaar in de diervoederindustrie. Verder is Jorna actief als bestuurslid van het Wetterskip Fryslân. Samen met zijn broer heeft hij een melkveebedrijf met 175 melkkoeien in het midden van Friesland.

Bekijk meer over:

Weer

  • Dinsdag
    6° / 1°
    40 %
  • Woensdag
    6° / 1°
    30 %
  • Donderdag
    3° / 0°
    80 %
Meer weer