Europa+moet+zelf+meer+veevoer+verbouwen
Achtergrond
© Tony Tati

Europa moet zelf meer veevoer verbouwen

Landbouwminister Carola Schouten zette twee jaar geleden kringlooplandbouw op de kaart. Maar wat is kringlooplandbouw precies en hoe denken de verschillende sectoren hierover? Veehouders willen minder grondstoffen uit verre landen in het voer en akkerbouwers streven naar een lager gebruik van kunstmest en gewasbeschermingsmiddelen.

De landbouwminister wil dat Nederland mondiaal uitgroeit tot koploper in kringlooplandbouw. Maar wat dat begrip betekent, daar blijft ze tamelijk vaag over. Schouten komt niet veel verder dan: 'In een stelsel van kringlooplandbouw gebruiken akkerbouw, veehouderij en tuinbouw in de eerste plaats grondstoffen uit elkaars ketens en reststromen uit de voedingsmiddelenindustrie en voedingsketens.'

Nederlandse akkerbouwers die op grote schaal veevoer gaan produceren voor de veehouderij, directeur André Hoogendijk van brancheorganisatie (BO) Akkerbouw ziet het niet gebeuren. 'Wij zien in kringlooplandbouw vooral een oproep om, nog meer dan nu, efficiënter om te gaan met stikstof, gewasbeschermingsmiddelen en water.'

Volgens Hoogendijk is bij gewassen als suikerbieten en aardappelen de kringloop al in hoge mate gesloten. 'Het eindproduct gaat rechtstreeks naar de consument. En bijproducten, zoals bietenpulp of aardappelschillen, gaan niet verloren.' Een circulaire akkerbouw is in zijn ogen van een sector die in eerste instantie producten levert die geschikt zijn voor humane consumptie.

Teelt van eiwithoudende gewassen komt in Nederland amper van de grond


'Kleine kringlopen'

Akkerbouwers die veevoer verbouwen voor veehouders. Of veehouders die zelf eiwithoudende gewassen verbouwen. Deze 'kleine kringlopen' zijn volgens voorzitter Dirk Duijzer van de topsector Agri & Food sympathiek en financieel aantrekkelijk. En ze bedienen een specifieke groep consumenten.

Maar kleine kringlopen lossen volgens Duijzer het probleem niet op. Het is zaak dat ook 'grote kringlopen' (lees: Europese kringlopen) zich sluiten. Zeker omdat de Nederlandse landbouw sterk exportgericht is, stelt hij.

Duijzer trekt, in tegenstelling tot Schouten, wel scherpe contouren wat betreft kringlooplandbouw. 'Kijk naar Canada en de VS. Daar zie je dat veevoergrondstoffen over een afstand van maximaal 800 kilometer worden vervoerd. Ongeveer de afstand die een vrachtwagen op een dag kan afleggen. Die grens zou de Nederland ook moeten trekken.'


China dol op varkensoren

Natuurlijk zijn er volgens Duijzer uitzonderingen. 'Chinezen zijn dol op onze varkensoren. De export daarvan hoef je niet tegen te houden. Hetzelfde geldt voor producten met veel waarde, zoals babymelkpoeder, zaaizaad of pootgoed.' Maar bulk produceren voor verre landen, dat is volgens hem niet logisch.

De varkenshouderij is een van de weinige sectoren die het begrip kringlooplandbouw heeft vertaald in concrete doelstellingen. Volgens het programma Duurzame Varkenshouderij wil de sector meer grondstoffen in varkensvoer die niet geschikt zijn voor mensen.

Die grondstoffen komen wat de varkenshouderij betreft steeds vaker uit Nederland en Europa, en minder vaak uit Zuid-Amerika of Azië. In cijfers uitgedrukt: in 2030 moet het gebruik van grondstoffen 'niet geschikt voor humane consumptie' zijn gestegen tot 90 procent. Dat is nu nog 80 procent. En in 2030 moet het gebruik van grondstoffen van Europese oorsprong zijn gestegen naar 80 procent. Nu gaat het nog om 70 procent.


Eiwitten van Europese bodem

Grondstoffen dichter bij huis betrekken is ook de ambitie van de Nederlandse veevoerindustrie. Zo signaleert Agrifirm in het jaarverslag 'een toenemende maatschappelijke vraag naar eiwitten van Europese bodem'. In een nadere toelichting laat Agrifirm weten dat ze de ambities van Schouten om grootschalige importen van grondstoffen uit niet-EU landen te reduceren ondersteunt.

Dat vraagt wel om aanpassingen in beleid, meent Agrifirm. 'Gezien de lagere saldo's per hectare zal de teelt van eiwithoudende gewassen in Europa moeten worden gesubsidieerd. Of de EU moet de buitengrenzen voor deze gewassen sluiten. Dan ontstaan snel betere marges. Maar dan heb je een land als Oekraïne wel hard nodig om alle dieren binnen Europa van voldoende eiwit te voorzien.'


Dat de Nederlandse veehouderij nog sterk leunt op de import van soja, blijkt onder meer uit cijfers van brancheorganisatie Nevedi. In 2018 gebruikte Nederland 1,8 miljoen ton sojaproducten (varkenshouderij 494.000 ton, pluimveehouderij 795.000 ton, rundveehouderij 439.000 ton). Voor die hoeveelheid soja is 780.000 hectare aan oppervlak nodig.


Drie afzetkanalen voor soja

Ter vergelijking: het akkerbouwareaal in Nederland is 520.000 hectare groot. 1.000 kilo sojabonen levert ongeveer 200 liter sojaolie op en 790 kilo sojaschroot. Op de wereldmarkt schommelen de opbrengsten van olie en schroot, maar door de jaren heen is de waardeverhouding bijna gelijk. De waarde van soja wordt dus bepaald door drie afzetkanalen: levensmiddelen, biobrandstoffen en diervoeder.



Een blik op cijfers van het CBS leert dat de teelt van eiwithoudende gewassen in Nederland nauwelijks van de grond komt. Het areaal soja groeide in tien jaar tijd van 5 hectare naar ruim 500 hectare. Bij andere gewassen met veel eiwitpotentie zijn er vergelijkbare cijfers: het areaal veldbonen is ongeveer 700 hectare groot, het areaal voedererwten meet amper 250 hectare.


Vion ziet mogelijkheden

Initiatieven om supermarkten op grote schaal te voorzien van zuivel of vlees afkomstig van dieren die alleen voer krijgen uit de regio dan wel Europa, zijn er nog niet. Vleesproducent Vion sluit dit voor de toekomst niet uit. 'Voor de middellange termijn is dit zeker een onderwerp waar we met onze leveranciers en klanten over willen praten in het kader van ons duurzaamheidsbeleid.'

Zuivelconcern FrieslandCampina hanteert dat concept in Duitsland wel, met het topmerk Landliebe. De Duitse melkveebedrijven die aan deze melkstroom leveren, gebruiken alleen veevoer uit de directe omgeving. Veevoergrondstoffen uit Azië of Zuid-Amerika zijn niet toegestaan. Dat zorgt wel voor hogere voerkosten. Daarom betaalt de coöperatie de Duitse Landliebe-leden een toeslag van 1 euro per 100 kilo melk.


Boerderij van de toekomst

In Lelystad krijgt kringlooplandbouw handen en voeten op de Boerderij van de toekomst. Hier experimenteert Wageningen University & Research met strokenteelt. 'We volgen dat experiment met grote interesse', vertelt de BO Akkerbouw-directeur. 'Maar het is geen blauwdruk van de toekomst.'

Hoogendijk ziet in biogrondstoffen een kans voor een meer circulaire Nederlandse akkerbouw. 'Hennep, vlas en olifantsgras zijn belangrijke grondstoffen voor duurzame bouwmaterialen, als alternatief voor beton. Nu is die markt nog klein, maar de potentie van grondstoffen uit de directe omgeving is enorm. De akkerbouw kan uitgroeien tot een grote leverancier.'


Varkenshouderij profiteert van regionale kringlopen

Onlangs deed Wageningen University & Research (WUR) in opdracht van provincie Noord-Brabant, ZLTO en de Brabantse Milieufederatie een denkoefening. Stel, veevoer en dierlijke producten (melk en vlees) mogen Noord-West-Europa (Benelux, Duitsland, Frankrijk en het VK) niet meer in of uit. Wat betekent zo'n regionale kringloop? Volgens WUR krijgen in zo'n scenario vooral zuivel en eieren het zwaar, mede doordat afzet naar verre bestemmingen niet meer mogelijk is. Omdat bij regionale kringlopen de import van onder meer soja wegvalt, zal veevoer schaarser worden en het Europees areaal eiwithoudende voedergewassen stijgen. Dat gaat waarschijnlijk ten koste van grasland. Het duurdere veevoer zorgt voor een hogere kostprijs van varkensvlees. En daar profiteert de Brabantse varkenshouderij van, omdat de sector het wint op het gebied van bedrijfsvoering, innovatie en concentratie, ten opzichte van concurrenten elders in West-Europa.

Bekijk meer over:

Weer

  • Donderdag
    16° / 9°
    70 %
  • Vrijdag
    15° / 9°
    50 %
  • Zaterdag
    14° / 9°
    70 %
Meer weer