Verkeerde+mindset+leidt+tot+hogere+eigen+voerkosten
Achtergrond
© Persbureau Noordoost

Verkeerde mindset leidt tot hogere eigen voerkosten

Van de kostenposten op een melkveebedrijf is voer de grootste en het belangrijkste. Daar is ook het meeste verschil te maken en valt geld te besparen. Niet zozeer bij het zo goed bekende en veel besproken aangekochte voer, maar juist bij de winning en benutting van eigen (ruw)voer. Dat blijkt uit gegevens van Alfa Accountants.

Alfa Accountants presenteert jaarlijks een overzicht van de gemiddelde resultaten van hun melkveehouderijklanten. Dit overzicht rangschikt het kantoor op basis van proceskosten. Dit zijn alle kosten die toe te rekenen zijn aan de operationele bedrijfsvoering en waar de melkveehouder min of meer directe invloed op uit kan oefenen.

De 25 procent bedrijven met de laagste proceskosten worden vergeleken met de score van het gemiddelde. Bij die vergelijking valt op dat de categorie met de laagste proceskosten die winst over de hele linie pakt, maar vooral op de post eigen voerkosten. In 2019 noteerde deze groep 3,87 euro per 100 kilo melk ten opzichte van 5,21 euro gemiddeld.




Invloed aankoop voer kleiner

Het verschil wordt veel minder gemaakt op de post aangekocht voer, waar door melkveehouders vaak over wordt gesproken en over wordt onderhandeld. Met dat onderhandelen is natuurlijk niets mis, maar een grotere winst lijkt te behalen bij eigen voerkosten. Hierbij gaat het om kosten voor machines voor ruwvoerteelt, loonwerk, zaaizaad en meststoffen minus verkoop van voer en correcties voor bijvoorbeeld ganzenschadevergoeding.

Jaar op jaar inzetten op in stand houden van de graszode

Hans de Bie, Alfa Accountants

'Een trekker gebruik je voor meer zaken dan alleen het veldwerk. Daarom is zo'n post nooit honderd procent boekhoudkundig dicht te rekenen, maar de machinekosten voor ruwvoerteelt brengen we zo secuur mogelijk in beeld', licht Hans de Bie van Alfa toe.

'Met behulp van een grote database lukt dat goed en kun je de cijfers betrouwbaar vergelijken. Dan komt het beeld naar voren dat op de winning van eigen voer van de beschikbare grond veel verschil optreedt tussen melkveehouders.'

De factor grond wordt in niet meegewogen in eigen voerkosten. 'Daar kunnen melkveehouders in de bedrijfsvoering geen invloed meer op uitoefenen. Wij kiezen ervoor om de posten toe te rekenen die gepaard gaan met het winnen van eigen voer en waar de ondernemer invloed op uit kan oefenen', verduidelijkt De Bie. 'Om die reden, en om het incidentele karakter, is schade door droogte en bijvoorbeeld muizen ook niet meegewogen.'


Vakmanschap maakt verschil

Het zijn het vakmanschap en het graslandbeheer die het verschil maken, stelt de adviseur onomwonden. Alfa berekende dat onder hun klanten de kVEM-opbrengst per hectare bij de 25 procent hoogst scorende op 17.000 uitkomt en de 25 procent laagst scorende op 12.000 kVEM. Dat betekent omgerekend voor de eerste groep een beter resultaat van 1,30 euro per 100 kilo melk. Deze 1,30 euro bestaat uit 0,50 euro verschil in totale teeltkosten en 0,85 euro uit totale opbrengsten van het land.

'Deze uitkomsten zijn positief en bieden kansen', betoogt De Bie. 'Het laat zien dat het grootste verschil wordt gemaakt door de gerealiseerde opbrengst en niet door de hoogte van de gemaakte kosten. In de benutting en het te gelde maken van het gewonnen voer kun je dus het grootste verschil maken.'


Jaar op jaar inzetten

De Bie stelt dat goed graslandmanagement vooral inhoudt dat er jaar op jaar ingezet moet worden op in stand houden of verbeteren van de graszode. Dat betekent tijdig her- of doorzaai toepassen. Ook al omdat de huidige graszaden betere kwaliteit leveren dan die van 15 tot 20 jaar geleden.

'Het gaat om inzet op kwantiteit en kwaliteit. Daarbij hoort bijvoorbeeld ook verbetering van waterafvoer waar nodig en een goede benutting van de mineralen uit drijfmest en kunstmest. Wij leiden uit onze analyses steeds opnieuw af dat de melkveehouders die dit het beste in de vingers hebben en ernaar handelen, het beste resultaat boeken. Dat uit zich dan onder andere in lage kosten voor eigen voerkosten.


Oude patronen zitten in de weg

Uit verdere analyse van de cijfers blijkt dat relatief veel extensieve bedrijven, met minder dan 16.000 kilo melk per hectare, moeite hebben de voerkosten in de hand te houden. Juist ook als de kwaliteit van het eigen ruwvoer goed genoeg is. De Bie kan niet anders dan concluderen dat dat vaak komt doordat oude patronen gewoontegetrouw doorgezet worden.

'Melkveehouders zijn bijvoorbeeld een bepaald melkproductieniveau gewend of de aankoop van bepaald krachtvoer of bijproducten. Bedrijfseconomisch kan het interessanter zijn om iets toe te geven op de melkproductie door flink te besparen op aangekocht voer. Dat zit echter niet in hun mindset. Ze durven dat vaak niet te proberen.

‘Dat heeft ook te maken met de financiële druk op veel melkveebedrijven. Ze ervaren de experimenteerruimte als klein en kiezen voor veiligheidsmarges met ruime hoeveelheden en relatief hoge eiwitgehalten in het voer via aankoop. Terwijl juist dit type bedrijven voldoende uit de voeten moet kunnen door het eigen ruwvoer goed te benutten. Mijn advies aan deze ondernemers is om dit openlijk met je adviseurs te bespreken en wel echt te durven. Zij laten nog te vaak inkomen liggen.'


ABAB: ‘Bewustwording lijkt te groeien’

Erik van Gorp is senior bedrijfsadviseur bij ABAB Agro Advies. Hij deelt de visie van De Bie dat extensieve bedrijven nog te vaak te makkelijk voer bijkopen en hun eigen ruwvoer onvoldoende benutten. ‘Ik heb wel de indruk dat de bewustwording groeit. In de cijfers van de afgelopen jaren is dat nog niet goed te herleiden, wat ook komt door de moeilijke droge jaren van 2018 en 2019. In de gesprekken die wij voeren merken wij wel dat boeren er gemiddeld meer en beter mee bezig zijn’, zegt Van Gorp. In zijn klantenbestand zien hij dat de extensieve melkveehouders vooral in grasrijkere gebieden boeren. Deze kunnen zelf vaak geen snijmaïs telen, maar willen het wel voeren. 'Sommigen draaien in juli al de kunstmestkraan dicht omdat ze naar eigen zeggen voldoende gras hebben gewonnen. Vervolgens kopen ze wel snijmais aan.' In de optiek van de adviseur moet een melkveehouder die de noodzaak niet voelt om het beste qua kwantiteit en kwaliteit uit eigen grond te halen zichzelf goed achter de oren krabben. 'Als zo’n opstelling jaarlijks resulteert in een grote voorraad onbenutte graskuil, en dat zien we in de praktijk meermaals, dan laat je veel geld liggen’, volgens Van Gorp. De bedrijfsadviseur stelt daarbij dat verschillen in voerkosten ook wel degelijk gemaakt worden puur op aangekocht krachtvoer omgerekend per 100 kilo melk. ‘Uit onze cijfers komen ook kleine verschillen naar voren tussen intensief en extensief, maar tussen individuele bedrijven zie je snel meerdere centen verschil per 100 kilo melk. Het betreft daarbij net zo goed intensievere bedrijven als extensievere die beter of minder scoren op die post’, besluit Van Gorp.

Bekijk meer over:

Weer

  • Zaterdag
    19° / 14°
    70 %
  • Zondag
    22° / 17°
    50 %
  • Maandag
    18° / 13°
    50 %
Meer weer