Aardappeltelers+in+Oeganda+zetten+stappen
Achtergrond
© Frank van Oorschot

Aardappeltelers in Oeganda zetten stappen

Aardappeltelers in Oeganda zijn nieuwsgierig, maar de vooruitgang in teelttechniek en marktbenadering gaat mondjesmaat, zegt akkerbouwer Frank van Oorschot. Namens Agriterra adviseerde hij in Oeganda coöperaties van aardappeltelers.

Van Oorschot bezocht als vrijwilliger in een regio kleine aardappelcoöperaties die zich verenigd hebben in een unie waar Agriterra al enkele jaren bij betrokken is. Zijn taak was om telers te adviseren over teelttechniek en marktbenadering. En om te toetsen of de adviezen van eerdere adviseurs van Agriterra in praktijk worden gebracht.

Bij elke coöperatie ging de Nederlandse akkerbouwer in gesprek met een groep telers. De aardappelteelt is heel kleinschalig. Vrijwel alle telers hebben minder dan 1 hectare vruchtbare grond, waarop ze meestal alleen aardappelen telen, vaak zelfs twee teelten in één jaar. Vanwege bodemziekten is dat niet houdbaar.

Gewasrotatie

Daarom was gewasrotatie het eerste punt dat Van Oorschot aan de orde stelde. Hij wees de telers ook op het belang van gekeurd pootgoed en van poten op maat: grotere poters op grotere afstand dan kleinere. Hij leerde ze ook om de topspruit te verwijderen, waardoor er meer stengels op een knol groeien.

Dat is een eerste stap naar het telen van fritesaardappelen

Frank van Oorschot, akkerbouwer in Achthuizen

Ook bij bemesting is winst te boeken, maakte hij duidelijk. Nu strooien de telers vrijwel altijd dezelfde soort kunstmest en vaak te veel. 'Ze doen nu eigenlijk maar wat', zegt Van Oorschot. Hij adviseerde de unie om spullen aan te schaffen om grondmonsters te nemen, zodat de telers op basis daarvan kunnen bemesten.

Nepkunstmest

In de regio bleek nepkunstmest op de markt te zijn. 'Koop als coöperatie gezamenlijk goede meststoffen en verkoop die vanuit een eigen winkeltje', adviseerde Van Oorschot. Dat zou gelijk een verkooppunt kunnen zijn voor goed pootgoed en andere benodigdheden.

Van Oorschot stimuleerde de unie om afzet te zoeken buiten de regio. De unie maakt nu een start met verkoop in de hoofdstad Kampala. Tot nu toe verkopen de meeste telers hun oogst langs de weg.

Overdosering gewasbeschermingsmiddel

De telers spuiten hun gewas met een rugspuit, vaak een overdosering. Spuit eerst preventief en pas curatief als de ziekte echt in het gewas zit, adviseerde Van Oorschot. Hij rekende voor hoeveel eetlepels van een middel nodig zijn voor één rugspuit. Als je spuit wat nodig is, bespaar je geld en de werking is beter, vertelde hij.

Van Oorschot bezocht met telers ook een fritesfabriekje in de stad Kisoro. Het is nog maar enkele jaren oud, maar door omstandigheden niet meer in productie. Op verzoek van de Nederlandse ambassade proberen enkele Nederlanders het weer in productie te krijgen.

Vertrouwen terugwinnen

Tijdens het bezoek draaide het fabriekje voor het eerst weer op proef. 'Er waren verwachtingen gewekt die niet zijn uitgekomen', vertelt Van Oorschot. 'Met het bezoek is weer vertrouwen teruggewonnen. Dat is een eerste stap naar het telen van fritesaardappelen.'

Voorlopig zullen Nederlandse telers weinig merken van de Oegandese aardappelactiviteiten, verwacht Van Oorschot. 'De teelt is heel kleinschalig en Oeganda ligt midden in Afrika, ver van de kust. Dus transport van pootgoed daarheen of van frites daarvandaan is heel duur.'

Bekijk meer over:

Weer

  • Donderdag
    17° / 13°
    90 %
  • Vrijdag
    17° / 14°
    80 %
  • Zaterdag
    18° / 10°
    40 %
Meer weer