De+stand+van+het+Brabantse+platteland
Achtergrond
© ZLTO

De stand van het Brabantse platteland

Minder biologische boeren, minder natuurbeheer, minder verbredingsactiviteiten, minder inkomen en minder innovatieve bedrijven. De Brabantse land- en tuinbouw loopt op een aantal gebieden achter bij het Nederlandse gemiddelde. Dat blijkt uit de Barometer Duurzame Landbouw van Noord-Brabant van Wageningen Economic Research.

Wageningen Economic Research heeft, in opdracht van Gedeputeerde Staten van de provincie Noord-Brabant, de duurzaamheid van de Brabantse agrarische sector in beeld gebracht aan de hand van 20 indicatoren.

De Barometer Duurzame Landbouw geeft een beeld van de ontwikkelingen in de afgelopen twintig jaar (tot en met 2018) en vergelijkt Noord-Brabant met Nederland als geheel. Hiermee ontstaat een beeld van de sterke en zwakke punten van de Brabantse landbouw.

Het levert daarnaast een heleboel feiten op. Zo speelt Noord-Brabant een belangrijke rol in de Nederlandse land- en tuinbouw, met een aandeel van 18 procent van het nationale aantal bedrijven en 17 procent van de totale Standaardverdiencapaciteit.

Aandeel agrarisch natuurbeheer blijft met 3 procent ver achter

Toegevoegde waarde

Van de bijna 500.000 hectare grond in Noord-Brabant is ongeveer 232.000 hectare cultuurgrond; dit is 13 procent van het nationale areaal.

De totale land- en tuinbouw leverde in 2016 6,3 miljard euro aan netto toegevoegde waarde en een werkgelegenheid van bijna 76.400 arbeidsjaren. Dat is respectievelijk 6,5 en 7,1 procent van de totale Brabantse economie.

Primaire bedrijven en verwerking hadden elk een aandeel van een kwart van de toegevoegde waarde, maar bij de werkgelegenheid waren de aandelen 37 en 14 procent. De toelevering leverde met 40 en 37 procent het grootste deel van toegevoegde waarde en werkgelegenheid.

Net als in de rest van het land is het aantal boerenbedrijven in Noord-Brabant in twintig jaar tijd sterk gedaald. Telde de provincie in 2000 nog ruim 17.000 bedrijven, anno 2018 zijn dat er nog maar 9.600, bijna een halvering dus.

Akkerbouw en melkvee

Van alle land- en tuinbouwbedrijven in Noord-Brabant is 20 procent een akkerbouwbedrijf en 20 procent een melkveebedrijf. Eén op de acht bedrijven is een gespecialiseerd varkensbedrijf.
De grootste afname van het aantal bedrijven doet
zich voor in de glastuinbouw, de varkenshouderij en de pluimveehouderij met percentages van 50 tot 60 procent minder bedrijven. In de melkveehouderij, de boomkwekerij, de akkerbouw en vollegrondsgroententeelt daalde het aantal bedrijven minder sterk, met 25 tot 40 procent.

De provincie Noord-Brabant heeft met 1,7 procent een kleiner aandeel biologische bedrijven dan gemiddeld in Nederland (3,1 procent). Ook wordt minder dan nationaal aan verbredingsactiviteiten op het bedrijf gedaan. Met name het agrarisch natuurbeheer blijft met 3 procent ver achter bij het landelijk gemiddelde (9 procent). Verder blijft Brabant iets achter op het gebied van recreatie en duurzame energieproductie.


De productie van fosfaat en stikstof en de emissie van ammoniak zijn tussen 1990 en 2003 sterk gedaald en blijven sindsdien ongeveer gelijk. De totale ammoniakemissie door de veehouderij is sinds 2000 gedaald van ruim 40 ton naar minder dan 20 ton NH3 in 2018. Met name in de varkenshouderij en in mindere mate ook in de melkvee- en de pluimveehouderij is een grote reductie tot stand gebracht.

Mestoverschot

De fijnstofemissie is sinds 2010 licht gestegen maar stabiliseert de laatste jaren. Aan de andere kant is het aandeel bedrijven met een mestoverschot tussen
1990 en 2018 gestegen van 30 naar 50 procent, maar dat lijkt zich de laatste jaren te stabiliseren.

Verdiencapaciteit kleine en grote bedrijven
Van het aantal land- en tuinbouwbedrijven in Brabant behoorde in 2018 ruim een derde tot de categorie ‘zeer kleine bedrijven’ en 15 procent tot ‘kleine bedrijven’. Deze twee groepen leverden in totaal 8 procent van de verdiencapaciteit in de provincie. Aan de andere kant leverden de 9 procent ‘zeer grote bedrijven’ exact de helft van de totale verdiencapaciteit. Sinds 2010 is het aantal geiten met ruim 40 procent toegenomen en het aantal varkens met 5 procent. Zowel het aantal leghennen als het aantal vleeskuikens is in diezelfde periode met ruim 10 procent gedaald. Het aantal melk- en kalfkoeien is na een piek bij 120 procent in 2015 in 2018 gedaald naar 105 procent (peiljaar: 2010).

Bekijk meer over:

Weer

  • Woensdag
    9° / 3°
    10 %
  • Donderdag
    10° / 8°
    30 %
  • Vrijdag
    8° / 3°
    10 %
Meer weer