Stikstofmethode RIVM voldoende, maar verbetering nodig

De wetenschappelijke kwaliteit van de meet- en rekenmethodiek van het RIVM en Emissieregistratie voor stikstof is voldoende. De data, methoden en modellen die het instituut gebruikt, zijn ook in internationaal perspectief van voldoende tot goede kwaliteit. Wel is op een aantal punten verbetering nodig.

Dat meldt Adviescollege Meten en Berekenen Stikstof, ook bekend als commissie-Hordijk, in het rapport dat donderdag is gepresenteerd aan landbouwminister Carola Schouten. Dit adviescollege werd opgericht nadat de onderbouwing voor het Nederlandse stikstofbeleid in het maatschappelijke en politieke debat ter discussie gesteld werd.

Commissievoorzitter Leen Hordijk noemt de werkwijze en modellen van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) en Emissieregistratie voor het berekenen van stikstof 'fit for purpose'. 'Wel vinden we dat er verbeteringen nodig zijn om de wetenschappelijke kwaliteit van de meet- en rekenmethodiek voor emissies, verspreiding en depositie van stikstofverbindingen ook in de toekomst te garanderen en onzekerheden te verkleinen.'

Frequenter meten

Hordijk verwacht dat de kwaliteit van de uitkomsten wordt vergroot door meer en frequenter te meten, door gebruik te maken van extra modellen en door naast grondwaarnemingen gebruik te maken van satellietgegevens. Het RIVM maakt gebruik van het Operationele Prioritaire Stoffenmodel (OPS) om de stikstofverspreiding te berekenen. Het model is daarvoor geschikt vindt het adviescollege, zeker op lokale schaal.


Wel zijn er systematische verschillen tussen modelresultaten en metingen. Daar wordt nu voor gecorrigeerd. Het is alleen beter om extra onderzoek naar de oorzaken daarvan te doen en daarbij met meerdere modellen te werken en extra gegevens te gebruiken, vindt de commissie.

Buitenlandse bijdrage onderschat

Het college heeft ook gekeken hoe de stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden wordt berekend. Het adviescollege concludeert daarover dat de buitenlandse bijdrage mogelijk wordt onderschat. De relatieve verdeling van de bijdragen van de Nederlandse sectoren aan de depositie op natuurgebieden, zoals landbouw, industrie, verkeer en scheepvaart, is voldoende onderbouwd.

Het adviescollege heeft ten slotte gekeken hoe omringende landen omgaan met het meten en berekenen van stikstof. De onderzochte landen Denemarken, Duitsland en Vlaanderen gebruiken vergelijkbare methoden voor het vaststellen van de stikstofemissie. Ook de berekening van concentratie en depositie met modellen gebeurt op een vergelijkbare manier. Het beleid dat de landen voeren is wel anders.

Voorstellen voor verbetering

Het adviescollege heeft woensdag pas de eerste fase van het onderzoek gepresenteerd. Dit onderzoek moet de vraag beantwoorden of er aanpassingen nodig zijn en zo ja op welke punten. In de tweede fase van het onderzoek komt het adviescollege met concrete voorstellen voor verbetering en kijkt dan naar de rekentool Aerius, dat wordt gebruikt bij de vergunningverlening.

Bekijk meer over:

Weer

  • Woensdag
    24° / 8°
    10 %
  • Donderdag
    19° / 9°
    10 %
  • Vrijdag
    19° / 5°
    10 %
Meer weer