Boeren+Bel+Leerdammer+hebben+recht+op+nabetaling
Nieuws
© Dirk Hol

Boeren Bel Leerdammer hebben recht op nabetaling

Het collectief melkveehouders van Bel Leerdammer heeft recht op nabetaling van het ledengeld in de periode 2010 tot en met 2015. Zo luidt het tussenoordeel van de rechtbank in Dordrecht in de zaak die honderden leveranciers van Bel Leerdammer tegen hun zuivelonderneming hebben aangespannen.

De tussenuitspraak staat op de site van Te Biesebeek Advocaten, het advocatenkantoor in Zwolle dat een collectief van 313 leveranciers van Bel Leerdammer bijstaat in de zaak.

Op 7 augustus heeft de rechtbank in Dordrecht een tussenvonnis gewezen in het proces tussen Royal Bel Leerdammer en het collectief van 313 melkveehouders. Deze groep boeren kan zich niet verenigen met de hoogte van de door Bel Leerdammer aan hen in de periode van 2010 tot en met 2015 betaalde melkprijs.

De rechtbank komt nu met de melkveehouders tot de conclusie dat Bel Leerdammer inderdaad te weinig heeft betaald. De totale vordering van het collectief overstijgt de 20 miljoen euro en ligt grotendeels voor toewijzing gereed, blijkt uit de uitspraak van de rechtbank.

Gewogen gemiddelde

Voor de bepaling van de hoogte van de met Bel Leerdammer in de periode van 2010 tot en met 2015 overeengekomen melkprijs was het gewogen gemiddelde van de melkprijs van vier referentiebedrijven bepalend: de referentieprijs. Dit betrof de melkprijs van FrieslandCampina, CONO Kaasmakers, DOC Kaas en Nemelco.

De melkveehouders vinden dat zij minder voor de melk betaald hebben gekregen dan de prijs die Bel Leerdammer met hen had afgesproken. Het verschil wordt in hoofdzaak verklaard doordat het zuivelbedrijf het ledengeld van de coöperaties bij de berekening van de referentieprijs buiten beschouwing heeft gelaten.

Daarnaast heeft de zuivelonderneming gesteld dat zij van de overeengekomen referentieprijs mocht afwijken in het geval macro-economische omstandigheden daartoe aanleiding gaven en dat zij dus onder omstandigheden ook een lagere prijs mocht betalen.

Tussenoordeel

In het tussenoordeel van de rechtbank wordt Bel Leerdammer nagenoeg op alle punten in het ongelijk gesteld. In een voorlopige tussenconclusie oordeelt de rechtbank dat de vorderingen van de melkveehouders in beginsel voor toewijzing gereed liggen.

Vooreerst wijst de rechtbank het beroep van Bel Leerdammer op verjaring van de vorderingen uit 2010 en 2011 af. Anders dan Bel Leerdammer in de procedure heeft betoogd, konden de melkveehouders in 2012 nog geen weet hebben gehad van het feit dat er geen correcte prijs werd betaald. De rechtbank laat daarbij meewegen dat het berekenen van de melkprijs een complexe en ingewikkelde aangelegenheid is, terwijl Bel Leerdammer op dit punt ook tegengestelde standpunten heeft ingenomen.

Component van melkprijs

'Daarnaast oordeelt de rechtbank dat de melkveehouders erop mochten vertrouwen dat het ledengeld deel uitmaakte van de referentieprijs. Dit vertrouwen wordt gebaseerd op de tijdens de voorjaarsvergaderingen gehouden presentaties van Bel Leerdammer, op de door haar tijdens deze vergaderingen getoonde sheets en op berekeningen die zij voor individuele melkveehouders maakte', staat op de site van Te Biesebeek Advocaten.

'De vorderingen van de melkveehouders zijn gebaseerd op hun stelling dat Bel Leerdammer bij de uitbetaling van de melkprijs ten onrechte het ledengeld van de referentiebedrijven buiten beschouwing heeft gelaten. De rechtbank volgt hen daarin en komt tot de conclusie dat de vorderingen op dit onderdeel in beginsel voor toewijzing vatbaar zijn. De omvang van de vorderingen van het collectief wegens 'het ledengeld' bedraagt meer dan 15 miljoen euro.'

Afwijking referentieprijs

De zuivelonderneming stelt dat zij van de referentieprijs mocht afwijken als marktomstandigheden daartoe aanleiding gaven. Zij heeft betoogd dat de omstandigheden in de jaren 2010 tot en met 2013 dermate goed waren dat zij toen in positieve zin van deze prijs kon afwijken. Daar stond tegenover dat de jaren 2014 en 2015 wat minder waren, waardoor er in deze jaren in negatieve zin moest worden afgeweken van de referentieprijs.

Hoewel het collectief heeft uitgedragen dat niet van de referentieprijs mocht worden afgeweken, heeft het, bij een andersluidend oordeel van de rechter, aanspraak gemaakt op betaling van de melkprijs voor zover die in de jaren 2010 tot en met 2013 volgens opgave van Bel Leerdammer in positieve zin van de referentieprijs afweek. Per saldo zit dit op een aanvullende vordering van het collectief van ruim 5 miljoen euro.

De rechtbank volgt op dit punt Bel Leerdammer in haar stelling dat zij van de referentieprijs mocht afwijken, doch bepaalt wel dat zij zich nader dient uit te laten over de vraagstelling op welke wijze het positieve verschil in de jaren 2010 tot en met 2013 dan ook daadwerkelijk in de uitbetaalde prijs is verdisconteerd.

Geen eindoordeel

De rechtbank heeft nog geen eindoordeel geveld. De vorderingen zijn dus ook nog niet definitief toegewezen en ook nog niet opeisbaar.

Voordat dat zover is, moet Bel Leerdammer zich eerst uitlaten over het feit of zij behoefte heeft aan het maken van individuele berekeningen, voor elke melkveehouder afzonderlijk en zo ja, welke termijn zij daarvoor denkt nodig te hebben. Ook moet de zuivelonderneming aangeven op welke wijze zij de positieve afwijking van de referentieprijs in de jaren 2010 tot en met 2013 in de uitbetaalde melkprijs heeft verdisconteerd.

Bekijk meer over:

Weer

  • Donderdag
    15° / 11°
    30 %
  • Vrijdag
    15° / 10°
    50 %
  • Zaterdag
    14° / 11°
    70 %
Meer weer