Effect+bloemenrand+op+insecten+is+onstabiel
Achtergrond
© Han Reindsen

Effect bloemenrand op insecten is onstabiel

Bestuivers en andere insecten weten akkerranden goed te vinden. Het effect is niet stabiel. De aantallen en de soorten zijn onder andere afhankelijk van het soort bloemenmengsel, de weersomstandigheden en het beheer van de randen.

Dat blijkt uit monitoring door De Vlinderstichting bij een Drentse akkerbouwer. Vorig jaar zijn elf verschillende soorten bijen en hommels in bloemenranden aangetroffen. In totaal zijn bijna 350 bijen en hommels geteld. Daarnaast zijn er veertien verschillende soorten zweefvliegen en acht verschillende soorten vlinders waargenomen. Mooie resultaten in een extreem droog jaar.

Stichting Veldleeuwerik, BASF en De Vlinderstichting zijn in 2018 een driejarig monitoringsonderzoek gestart naar bestuivers in akkerranden op het akkerbouwbedrijf van Jan Reinier de Jong in Odoorn. Doel van het project is het bevorderen van bestuivers door de aanleg van bloemrijke akkerranden.

Twee mengsels

In het onderzoek zijn twee bloemenmengsels met elkaar vergeleken: een standaardmengsel van Limagrain met een deel uitheemse planten en een inheems mengsel van Cruydt-Hoeck met lokale soorten. Vier keer per jaar heeft De Vlinderstichting een telling uitgevoerd om te bepalen welke bestuivers er voorkomen en hoeveel.

Voor het gewenste effect volstaat een breedte van 1,50 meter

Jan Reinier de Jong, akkerbouwer in Odoorn

'Uit de tellingen blijkt dat het bloemenmengsel van Limagrain vorig jaar door veel minder insecten in bezocht, maar dat ligt niet aan het mengsel. Dat komt vooral door het weer. Vorig jaar was het extreem droog. Sommige soorten ontkiemden niet na het zaaien', zegt Jens Bokelaar van De Vlinderstichting.

Tellingen

In het mengsel van Cruydt-Hoeck telde Bokelaar op een gestandaardiseerde manier 367 insecten, waarvan 164 bijen, 137 zweefvliegen en 47 vlinders. In het bloemenmengsel van Limagrain ging het om 53 insecten, waarvan 5 bijen, 4 zweefvliegen en 44 vlinders. De aantallen insecten zijn vergeleken met een controlestrook met gras.

Bokelaar: 'Akkerranden met bloemenmengsels zien er elk jaar anders uit. Uitheemse exoten overleven de winter vaak niet. Bij het mengsel van Limagrain zagen we dat reeën vorig jaar de bloemknoppen van phacelia hebben opgegeten. De phacelia kwam niet in bloei en is dit jaar helemaal verdwenen.'

Het bloemenmengsel van Limagrain had vorig jaar te maken met veel melde. 'Alle andere soorten werden daardoor weggeconcurreerd. We hebben alles weggemaaid en dit jaar de akkerrand opnieuw ingezaaid. Vorig jaar bleek dat inheemse soorten beter tegen de droogte konden. Zo is elk jaar anders en dat heeft invloed op het aantal bestuivers. Daarom loopt de monitoring over meerdere jaren.'

Inzaai in najaar

De ervaring leert dat ongeveer 95 procent van de akkerbouwers de randen in het voorjaar inzaait. Volgens Bokelaar zou het beter zijn om het bloemenmengsel van Cruydt-Hoeck in het najaar in te zaaien. 'Dat kan tot tien keer meer effect opleveren.' Inzaai in het najaar heeft meerdere voordelen: minder onkruiddruk, de grond is in de winter al bedekt en de insecten hebben eerder te eten door de snellere bloei.

Bij de monitoring zijn ook de aantallen bloemen in de randen geteld, want de bestuivers hebben voedsel nodig. 'Daarnaast hebben de bestuivers landschapselementen nodig om een nest te kunnen maken. Ze willen niet ver vliegen tussen het nest en het voedsel. Bij De Jong is een goede basis aanwezig en zijn er meer kansen om met akkerranden de biodiversiteit te verhogen.'

Smalle strook

De Jong heeft een akkerbouwbedrijf van 100 hectare in een bosrijk gebied. Het bouwplan is intensief en wanneer nodig, past hij insecticiden toe. De akkerranden, met mengsels van Limagrain en Cruydt-Hoeck, hebben een breedte van 1,50 meter. 'Voor het gewenste effect volstaat een breedte van 1,50 meter. Het levert niets op en daarom kies ik voor een smalle strook.'

De akkerbouwer heeft verschillende redenen om akkerranden in te zaaien. 'Ik vind het leuk, ik geniet ervan, het is leerzaam en het draagt bij aan een goed imago van de land- en tuinbouw. Met de deelname aan het project kun je bewijzen dat insecten in een akkerrand vlak naast intensieve landbouw zitten.'

Farm Network

Het project bij De Jong maakt deel uit van een Farm Network van BASF. Het gaat om een netwerk van boeren die BASF helpen om duurzamer te werken. 'In Nederland is niet zo'n boerderij en daarom sluiten we aan bij bestaande initiatieven zoals Veldleeuwerik', legt Eric Kiers van BASF uit.

Het Farm Network is in 2002 bij een boer in Groot-Brittannië begonnen. Bij het vergroten van de biodiversiteit kreeg hij hulp van BASF. In de loop der jaren is dit initiatief over heel Europa uitgerold.

'Biodiversiteit is ook taak van andere partijen'
Tijdens een veldbijeenkomst vorige week werden bloemenranden van Jan Reinier de Jong in Odoorn bekeken, vlak langs de N34 van Groningen naar Emmen. 'Langs de N34 zie je in de bermen weinig bloemen. Andere partijen zouden ook wat moeten doen aan het verbeteren van de biodiversiteit', vindt de akkerbouwer. De bloemenmengsels bij De Jong zijn van Limagrain en Cruydt-Hoeck. In beide gevallen is het mengsel aangepast. Want bij bloemenmengsels geldt: goedkoop is vaak duurkoop. Duurdere, streekspecifieke mengsels kunnen meer effect hebben op de soorten insecten en de aantallen. Maar of het per saldo meer oplevert, is de vraag. Akkerbouwers die randen willen inzaaien, kijken naar de kosten. Dure mengsels zijn snel onbetaalbaar en dan neemt de animo af. 'Als de maatschappij biodiversiteit belangrijk vindt, zouden boeren hier financiële steun voor moeten ontvangen', zo werd opgemerkt.

Bekijk meer over:

Weer

  • Zondag
    23° / 15°
    10 %
  • Maandag
    27° / 15°
    10 %
  • Dinsdag
    31° / 15°
    10 %
Meer weer