Teelt+begint+met+groenbemester+ervoor
Achtergrond
© Jorg Tönjes

Teelt begint met groenbemester ervoor

De groenbemester is niet langer de nitraatvanger na de teelt. Het is de wegbereider voor de hoofdteelt. Natuurlijk moet de teler rekening houden met de teelt ervoor en de bodemgebonden ziekten. Het succes van de volgteelt hangt samen met de keuze van groenbemester en grondbewerking, zeggen deskundigen.

Met minder mogelijkheden bij de teelt als het gewasbescherming en kunstmest betreft, neemt de rol van groenbemesters voorafgaand aan de hoofdteelt toe. Volgens Jos Deckers van zaadbedrijf DSV in Ven-Zelderheide is de rol van de groenbemester aan het verschuiven van nutriëntenvanger na een teelt naar wegbereider voor een teelt.

De groenbemester brengt en houdt de bodem in de goede conditie voor het gewas dat in het voorjaar moet gaan produceren. 'Daarbij komt dat het klimaat extremer wordt. Je bereidt de bodem erop voor en niet iedere volgteelt heeft hetzelfde nodig', zegt Deckers.

Onderzoeker Wiepie Haagsma van Wageningen University & Research (WUR) Open Teelten in Lelystad kan zich vinden in de lijn die Deckers schetst. 'De keuze van de groenbemester is van belang voor de volgende teelt. Aspecten als het type gewas dat volgt, hoe het zaaibed moet zijn, hoeveel stikstof er wanneer vrij moet komen en welke invloed de groenbemester op de structuur heeft, zijn van belang.'

Wortels beschermen de bodem al in het beginstadium

Andere eisen

Haagsma zegt dat de combinatie van de doorworteling en de grofte van de groenbemester na de winter belangrijk zijn voor de bodem. Daarbij zal een fijnzadig gewas andere eisen hebben dan een aardappel, die door het trekken van de ruggen wat meer gewasresten kan accepteren. Kiest de teler voor ploegen of voor niet-kerend of oppervlakkige bewerking, dan bepaalt dat mede welke groenbemester past op dat perceel, volgens Haagsma.

Deckers zegt dat DSV werkt aan mengsels die vroeg gezaaid worden. 'Die moeten lang vegetatief blijven. Ze moeten ook kunnen kiemen onder wat drogere omstandigheden. Een groenbemester die langer op het veld staat, geeft langer stoffen, wortelexudaten, af aan de bodem. Deze activeren het bodemleven. Die exudaten produceert de plant vooral in de vegetatieve fase. Ze zijn van belang voor de volgteelt.'

De trend is dat groenbemesters de hele winter op het veld blijven. De winters worden zachter en daarom test DSV mengsels die doodgaan bij weinig vorst en hoe ze goed zijn onder te werken.

Biodivers

Haagsma zegt dat het vasthouden van stikstof en fosfaat aan belang winnen, nu kringlopen beter moeten sluiten. 'De groenbemester en de resten ervan beschermen de bodem en structuur. Het beschermt de bovengrond tegen uitspoeling en erosie', laat de onderzoeker weten.

'Wortels in een beginstadium beschermen de structuur al behoorlijk. Ze maken de grond beter doorlatend. Zo kun je onkruiden onderdrukken en het heeft een heel belangrijke invloed op het bodemleven. Zo bied je schuilmogelijkheden en voedsel voor insecten.'

De ontstane biodiversiteit is goed voor andere dieren. Haagsma zegt dat nuttige insecten, natuurlijke vijanden en vogels profiteren van de groenbemester die langer op het veld staat. Lastiger is het om de juiste antagonisten van schadelijke organismen te stimuleren met groenbemesters. Hoe dat praktisch moet, weten onderzoekers nog niet. Onderzoek naar deze bodemweerbaarheid loopt.

Weerbaarheid stimuleren

Bij DSV zouden ze ook graag die weerbaarheid willen stimuleren. 'Weerbaarheid is niet zo gemakkelijk te 'pakken' met een getal', aldus Deckers. 'Ieder gewas laat een erfenis achter in de bodem. In een mengsel vooraf geteeld aan aardappelen, stimuleren we de doorworteling en proberen we met gunstige bacteriën de schurftdruk te verminderen. Het is complex en niet uit een enkele analyse te halen.'

Het vastleggen van koolstof zal volgens Deckers meer en meer gaan spelen in Nederland. 'Meer soorten helpen elkaar en dan ligt de productie van organische stof hoger. Een mengsel kan je dus verder helpen. In Duitsland loopt een project van negen jaar met groenbemestermengsels in de rotatie waarbij DSV betrokken is.'

Op de vraag of plaaginsecten ook gemakkelijker kunnen overleven in wintergroene akkers, zegt Deckers dat de telers goed met die plagen moeten leren omgaan. Ze kunnen ook weleens door de klimaatverandering gemakkelijker de winter overleven en los van de groenbemesters meer optreden.

Voorspellen wat de beste (enkelvoudige) groenbemester is
Bij Wageningen University & Research (WUR) Open Teelten in Lelystad is behoorlijk wat kennis over hoe enkelvoudige groenbemesters presteren en welke invloed ze op plantparasitaire aaltjes hebben. Hoe een mengsel op maat uitpakt op plantparasitaire aaltjes weet het onderzoek nog niet precies. 'In de proeven van BASIS hoeven we geen rekening te houden met aaltjes', zegt WUR-onderzoeker Wiepie Haagsma. 'In de proeven van BASIS proberen we mengsels samen te stellen die goed zijn voor de volgende teelt. Je zou in een graanstoppel met weinig stikstof en veel koolstof kunnen kiezen voor de zaai van een vlinderbloemige om extra stikstof te binden. Bij de proeven proberen we of het mogelijk is niet bij te mesten bij de groenbemesters.' In de loop van de zomer zal het nieuwe handboek over groenbemesters van de onderzoekers klaar zijn. Daarin zal veel informatie staan over de groenbemesterkeuze. In het handboek is aandacht voor mengsels. 'Meerdere soorten gebruiken stimuleert de productie', zegt Haagsma. 'Groenbemesters zijn makkelijker te mengen dan gewassen. Aaltjes blijven wel een aandachtspunt. Een mengsel is prima, tenzij je rekening moet houden met schadelijke aaltjes.' Een belangrijk nieuw inzicht in het groenbemesteronderzoek is dat groenbemesters sinds de afgelopen tien jaar in het warmer wordende najaar later succesvol gezaaid kunnen worden. 'We zien ook dat ze bij een iets minder grote bovengrondse productie al van waarde zijn door de beworteling.'

Bekijk meer over:

Weer

  • Vrijdag
    24° / 16°
    20 %
  • Zaterdag
    24° / 16°
    60 %
  • Zondag
    23° / 16°
    20 %
Meer weer