%27Maak+serieus+werk+van+groenbemester%27
Achtergrond
© Anko Postma

'Maak serieus werk van groenbemester'

De teelt van een groenbemester kan meerdere doelen dienen. Variërend van invulling van de verplichte vergroening voor het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB) via bodemverbetering tot de actieve aanpak van schadelijke aaltjes. Alleen bij een serieuze aanpak van de teelt komen de beoogde effecten van de groenbemester goed uit de verf en blijven ongewenste verrassingen uit.

Hans Hoek is als onderzoeker bij PPO vooral bezig met aaltjes. Toch is dat volgens hem niet het eerste en enige waar een teler op moet letten bij de keuze van een groenbemester. 'Als de groenbemester na de oogst wordt gezaaid, moet je allereerst kijken naar het uiterste zaaitijdstip. Voor raketblad en afrikaantjes ben je in augustus al te laat. Vanaf begin september vallen Italiaans raaigras en bladrammenas af en in oktober maken alleen bladkool en rogge nog een kans.'

Ook is het de vraag belangrijk of het gewas moet overwinteren of juist niet. 'Rogge, bladkool en in mindere mate de raaigrassen zijn winterhard. Moet het gewas juist kapotvriezen, dan zijn gele mosterd en Japanse haver de veiligste keuze, mits het vriest natuurlijk. Bladrammenas zit ertussenin.'

Plek in bouwplan

En dan de aaltjes. 'Wat je niet hebt, kun je met een groenbemester ook niet vermeerderen', stelt Albert Wolfs, teeltbegeleider bij HLB. Het lijkt een dooddoener, maar het is de spijker op zijn kop. Een gefundeerde keuze van een groenbemester is alleen mogelijk als de aaltjessituatie bekend is. 'Bij twijfel altijd een monster nemen', adviseert Wolfs. 'En altijd een monster met incubatie.'

Behalve de aanwezige aaltjessoorten maakt het voor de keuze veel uit wat een teler na de groenbemester teelt. 'Het maakt verschil of er direct na de groenbemester een schadegevoelig of sterk vermeerderend cultuurgewas wordt geteeld of juist niet.'

Suikerbieten

Wolfs geeft een voorbeeld: 'Een vermeerdering van Pratylenchus penetrans door een groenbemester is geen probleem als de volgteelt suikerbieten is. Dit gewas ondervindt geen schade en dringt de populatie flink terug. Voor M. naasi en volgteelt aardappel geldt hetzelfde. Door hier goed op te letten, krijg je meer keuzemogelijkheden.'

Volgens Hoek circuleren er in de boerenpraktijk nog wel wat misverstanden over groenbemesters en aaltjes. 'Er zijn mensen die denken dat bladrammenas en Japanse haver overal tegen helpen. Dat is niet zo. En het helpt ook niet als firma's in hun folder een groenbemester neerzetten als 'aaltjeskiller' zonder verdere toelichting.'

Adviezen

Voor de beheersing van de belangrijkste aaltjes heeft Hoek praktische adviezen. 'Voor bietencysteaaltjes, Meloidogyne (M.) chitwoodi en M. fallax heb je resistente rassen bladrammenas. Voor de andere Meloidogyne soorten kies je een groenbemester die geen waardplant is. Voor M. hapla zijn dat Engels of Italiaans raaigras. Bladrammenas of gele mosterd zijn geen waardplant voor M. naasi.'

Voor Pratylenchus penetrans is tagetes de enige bestrijder, maar die moet voor 1 augustus zijn gezaaid. 'Als dat niet lukt, pak je Japanse haver', vervolgt Hoek. 'Dat is geen waardplant. Alle andere groenbemesters zijn foute keuzes, als je dit aaltje niet wilt vermeerderen.'

Slechte waard

Bij het stengelaaltje Ditylenchus dipsaci - berucht van schade in uien, aardappel en tulp - kunnen telers kiezen voor een slechte waard in de vorm van Italiaans of Engels raaigras. Voor Paratrichodorus teres zijn bladrammenas en gele mosterd een slechte waard en bij Trichodorus primitivus valt de keus op facelia.

'Voor Trichodorus similis en Paratrichodorus pachydermus bestaan helaas geen goede opties', stelt Hoek. 'Bladrammenas is hier de minst slechte keuze, temeer daar dit tabaksratelvirus niet vermeerdert.'

Foute keuzes

Tot slot noemt Hoek nog een paar faliekant foute keuzes die hij in de praktijk is tegengekomen. 'Wie M. chitwoodi heeft, moet absoluut geen Japanse haver kiezen. Trichodorus primitivus vermeerdert sterk op bladrammenas. En bij Pratylenchus penetrans is soedangras een foute keuze.'

Nadat de keuze is gemaakt, moet de groenbemester doen waarvoor hij bedoeld is. 'Teel een groenbemester als een echt gewas', adviseert Hoek. 'Besteed aandacht aan de juiste grondbewerking en kies de goede zaaitechniek. Zorg dat het zaad netjes in de grond komt en niet lukraak over de stoppel wordt gestrooid.'

Stikstof

Ook de bemesting is belangrijk. Paul Hooijman van Delphy ziet nog regelmatig dat bladrammenas of mosterd te weinig stikstof meekrijgen. 'Voor een geslaagde teelt moet er minstens 60 kilo stikstof beschikbaar zijn op het moment van zaaien', stelt hij.

'Ze zeggen wel eens dat je een groenbemester moet laten zoeken voor een goede doorworteling, en dat klopt ook wel, maar je moet de jonge plant eerst de leeggetrokken bouwvoor door helpen. Zonder voldoende bemesting hoeft er maar iets tegen te zitten en het gewas blijft kwarren', aldus Hooijman.

Nooit bezuinigen

'Als je een groenbemester zaait voor de aaltjes, moet je nooit bezuinigen op zaaizaad. Het veld moet zo snel mogelijk vol om onkruid (vaak waardplant) geen kans te geven.' Hooijman adviseert ook om voor suikerbieten nooit een grasgroenbemester te zaaien. 'De praktijk laat zien dat dat suiker kost.'

Weer

  • Dinsdag
    12° / 6°
    40 %
  • Woensdag
    12° / 9°
    70 %
  • Donderdag
    13° / 8°
    70 %
Meer weer