Toekomst+is+aan+weerbare+teeltsystemen
Achtergrond
© Tony Tati

Toekomst is aan weerbare teeltsystemen

De land- en tuinbouw werkt in 2030 met weerbare planten en zelfregulerende teeltsystemen. Daardoor wordt de sector minder afhankelijk van gewasbeschermingsmiddelen. Dat is de kern van de Toekomstvisie gewasbescherming 2030 die minister Carola Schouten van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit deze week presenteerde.

De ambitie die in de Toekomstvisie gewasbescherming 2030 wordt benoemd, is om de Nederlandse land- en tuinbouw internationaal toonaangevend te maken op het gebied van duurzame gewasbescherming. De visie is opgesteld samen met verschillende organisaties uit de sector en streeft naar behoud van natuur en biodiversiteit, gezonde gewassen en een duidelijk economisch perspectief voor de boeren en tuinders. De toekomstvisie is onderdeel van de uitvoering van de LNV-kringloopvisie 'Landbouw, Natuur en Voedsel: Waardevol en Verbonden'.

Het versterken van natuurlijke eigenschappen en processen, waardoor de land- en tuinbouw minder afhankelijk wordt van gewasbeschermingsmiddelen, is een belangrijk doel van de toekomstvisie van de minister. Met het oog op de toekomst moeten plantenrassen door middel van veredeling beter resistent worden tegen ziekten en plagen.

Gezond onder wisselende omstandigheden

In 2030 maakt de sector volop gebruik van deze veredelde rassen die onder wisselende omstandigheden – denk aan klimaatverandering – gezond blijven. Een goede en gezonde bodem waar een plant voldoende voedingsstoffen uit kan halen, draagt eveneens bij aan de weerbaarheid.

Door krappe marges wordt innovatie juist geremd

Joris Baecke, portefeuillehouder Gezonde Planten bij LTO

Waar mogelijk maken telers gebruik van natuurlijke vijanden, zoals in de groenteteelt onder glas veel gebeurt. Een andere mogelijkheid is de fauna in de omgeving te benutten en versterken, de functionele agrobiodiversiteit.

Precisieland- en tuinbouw is ook een belangrijke pijler van de toekomstvisie om het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen fors te verminderen. Daar waar gewasbeschermingsmiddelen nodig zijn, hebben laagrisicomiddelen de voorkeur en zijn technieken nodig om de emissie naar het milieu te verminderen.

LTO is positief-kritisch

LTO Nederland is positief-kritisch op de Toekomstvisie gewasbescherming 2030. Weerbare planten en teeltsystemen zijn een prioriteit van LTO. Een van de andere gedeelde uitgangspunten is het behoud van economisch perspectief in de sector.

'Er wordt terecht geconcludeerd dat het economisch perspectief van de boer en tuinder heel belangrijk is', zegt Joris Baecke, portefeuillehouder Gezonde Planten bij LTO. 'Het huidige systeem is niet sluitend door het wegvallen van middelen. Daarom is een omslag nodig naar weerbare en robuuste teelten. Tegelijkertijd is het belangrijk dat we vandaag en morgen ook oplossingen hebben. Die dienen zich niet zo makkelijk aan. Die conclusie is ook geuit in deze visie. Dit geeft de uitdaging voor de korte en lange termijn aan.'

LTO geeft een belangrijke voorwaarde aan: de visie moet direct in de praktijk wordt gebracht met een intensief uitvoeringsprogramma waarmee telers ook op korte termijn meer handelingsperspectief krijgen.

• Bekijk de reacties van drie agrarisch ondernemers op de Toekomstvisie gewasbescherming 2030

Klem tussen wetgeving en markteisen

'De telers willen wel, maar zitten steeds vaker klem tussen wetgeving en markteisen. Door krappe marges en een te smal maatregelen- en middelenpakket wordt innovatie juist geremd', aldus Baecke. 'Een succesvol uitvoeringsprogramma vereist daarom ook aandacht voor de korte termijn.'

Als voorbeeld noemt hij veredeling. 'Dat is een proces van jaren, zelfs nieuwe veredelingstechnieken zetten de eerstkomende vijf jaar nog geen zoden aan de dijk. Tot het zover is, moeten we alsnog goed en gezond voedsel kunnen produceren. De radicale omslag waarover de minister spreekt is dus in werkelijkheid een stapsgewijs proces, inclusief snelle oplossingen voor acute knelpunten.'

Visie met scepsis ontvangen

De visie is door Glastuinbouw Nederland met enige scepsis ontvangen. 'De minister erkent dat de glastuinbouwsector, wat betreft kringlooplandbouw, met zijn circulaire kas voorop loopt. Maar ze geeft weinig ruimte om verder te innoveren in de vergroening en verduurzaming van glasgroente en sierteelt onder glas', zegt de voorzitter van Glastuinbouw Nederland Sjaak van der Tak.

De ondernemersorganisatie van de glastuinbouw onderschrijft het belang van de noodzaak tot ontwikkeling van weerbare plant- en teeltsystemen. Weerbaar telen en geïntegreerde gewasbescherming kunnen volgens de organisatie echter niet zonder een volledig en adequaat ingerichte medicijnkast op gewasniveau.

Ook Van der Tak hamert op een passend uitvoeringsprogramma. Als geen publieke investering door de minister beschikbaar wordt gesteld, is deze visie niet realistisch, zo stelt hij. Van der Tak zou ook graag zien dat de minister zich in de Europese Unie hard maakt voor snellere toelatingsprocedures voor nieuwe middelen, of zorgt dat de vrijstellingsinstrumenten beter worden.

Uitvoeringsprogramma voor toekomstvisie volgt dit najaar
LTO Nederland vraagt om een gedegen uitvoeringsprogramma voor de Toekomstvisie gewasbescherming 2030 die landbouwminister Carola Schouten onlangs openbaar heeft gemaakt. De minister streeft ernaar om dat uitvoeringsprogramma na het zomerreces gereed te hebben. Hierin staat beschreven hoe de visie concreet wordt ingevuld op de korte, middellange en lange termijn. Gewasbescherming staat voor die tijd ook hoog op de politieke agenda. De vaste commissie Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit van de Tweede Kamer debatteert woensdag 24 april over de Toekomstvisie gewasbescherming 2030. In datzelfde debat wordt ook het Blootstellingsonderzoek gewasbeschermingsmiddelen van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu besproken, net als het onderzoek naar effecten van de lelieteelt bij Westerveld. De volledige toekomstvisie staat op de website van het ministerie.

Hieronder zijn de reacties van een bloembollenteler, een boomkweker en een akkerbouwer op de Toekomstvisie 2030 te lezen.


‘Samen met overheden aan de slag’

Bloembollenteler Wim Klink uit Zeewolde vindt het streven uit de visie van de landbouwminister een flinke opgave. ‘Als je er met boerenogen naar kijkt, hebben we nog elf jaar om dit te verwezenlijken. Dat lijkt een onmogelijke taak.’

Wim-Klink1

‘Ik begrijp de boodschap en dat er druk uit de maatschappij is. We moeten deze uitdaging aanvaarden, maar wel samen met waterschappen, de lokale, provinciale en landelijke overheid’, zegt Klink.

‘Ik denk dat er mogelijkheden zijn. We werken in Flevoland al vijf jaar aan duurzaamheid in het Actieplan Bodem en Water en daar hebben we goede resultaten behaald.’

‘De meeste ondernemers zijn zich bewust van wat er wordt verwacht, maar het moet wel economisch verantwoord zijn. Als we dit doen, hoort er inzet van de overheden en een functioneel middelenpakket bij. We kunnen niet zomaar middelen aan de kant gooien.’

De ondernemer denkt dat er veel werk moet worden verzet, bijvoorbeeld op gebied van veredeling. Hij verwacht ook dat een deel van de oplossing wordt gevonden in nieuwe technologie, bijvoorbeeld met visiontechnieken. ‘We kunnen daarmee eerder constateren dat er een ziekte in het gewas zit, zonder dat dit met het blote oog is te zien.’

Klink vindt dat de minister nu aan zet is. ‘Ga aan de slag met duurzame middelen. Maak die toelating niet te moeilijk, ook rondom nitraat. En maak een beleid van Crispr-Cas.’

Terug naar boven


‘Soms mate van aantasting accepteren’

Boomkweker Paul Bremmer uit Waddinxveen denkt dat de omschakeling naar weerbare planten en teeltsystemen, zoals de landbouwminister in de visie schrijft, een hele klus wordt.

PaulBremmer

‘Weerbaarheid is een relatief begrip en het is aan verandering onderhevig. Zo was buxus altijd een robuust gewas. Door schaalvergroting en monocultuur is het kwetsbaar geworden’, zegt Bremmer.

‘De markt wil grootschalige teelten, de retail draait acties. Dat betekent dat er op bepaalde momenten grote hoeveelheden worden ge-vraagd. Dat brengt een risico met zich mee en het belang van gewasbescherming neemt daarmee toe.’

Toch denkt ook Bremmer dat op dit vlak nog stappen kunnen worden gezet. ‘Er zijn veel goede initiatieven, bijvoorbeeld rozenkwekers die betere rassen op de markt zetten. Maar zulke ontwikkelingen kosten tijd. Je bent zo tien jaar verder. Het duurt zo lang, omdat het vaak over meerjarige teelten gaat.’

Een randvoorwaarde is dat de consument zich anders opstelt ten aanzien van weerbare producten, vindt de boomkweker. De maatschappij verwacht dat de producten die ze kopen vrij zijn van beestjes.

‘Biogewasbescherming bestaat bij de gratie van van evenwicht tussen bestrijder en plaag. Als ik geen luizen heb, heb ik ook geen bestrijders. Klanten moeten accepteren dat er soms een (onschadelijke) ma-te van aantasting in het product is.’

Terug naar boven


‘Het moet sneller dan we kunnen’

‘Er zal meer moeten samengaan tussen natuur en land- en tuinbouw’, concludeert akkerbouwer Klaas Schenk uit Anna Paulowna na het lezen van de visie. ‘Maar laten we vooropstellen dat de land- en tuinbouw op zich al ‘natuur’ zijn.’

Klaas-Schenk1

De extra inspanning die wordt gevraagd om natuur en landbouw beter met elkaar te laten samenwerken, vraagt onderzoek. Schenk vindt dat lastige materie. ‘We doen al heel veel, maar waar we tegenaan lopen, is het gebrek aan kennis om de laatste stap te maken.’

Als voorbeeld noemt Schenk het inzetten van biologische bestrijders. ‘In de glastuinbouw is dat goed te regelen, maar voor buitenteelten niet. Als het in maart niet zo koud is, hebben we al een achterstand. Het is een teer systeem.’

Schenk constateert ook dat de huidige rassen en cultivars niet optimaal geschikt zijn voor de teelt met biologische bestrijders. ‘Onze rassen zijn veredeld op maximale opbrengst en worden beschermd door chemie. We hebben nieuwe rassen nodig die de weerbaarheid van zichzelf hebben. Als we met planteigen genen bepaalde resistenties kunnen inbouwen, bijvoorbeeld met Crispr-Cas, dan kunnen we stappen maken. Maar dat ligt maatschappelijk gevoelig.’

Schenk hoopt dat de sector de tijd krijgt om de benodigde kennis te vergaren. Hij vreest dat 2030 dichterbij is dan gedacht. ‘Het lijkt erop dat we sneller moeten reageren dan we kunnen.’

Terug naar boven

Weer

  • Dinsdag
    15° / 10°
    70 %
  • Woensdag
    17° / 5°
    20 %
  • Donderdag
    18° / 11°
    60 %
Meer weer