Erwiniaproef NAK krijgt vervolg

De proef die keuringsdienst NAK afgelopen jaar uitvoerde om S- en SE-pootgoed te toetsen op latente aanwezigheid van erwinia krijgt in 2013 een vervolg.

Van S- en SE-pootgoed van oogst 2011 werden vijfhonderd monsters getoetst op erwinia. Het bleek dat bij maar liefst 47 procent van de monsters een latente besmetting is gevonden.

Uit een vervolgonderzoek blijkt dat er een duidelijke correlatie is tussen de analyseresultaten in het laboratorium en de veldsymptomen. Bijna 80 procent van de latent besmette monsters liet op het veld ook inderdaad symptomen zien van erwinia. Omgekeerd geldt hetzelfde voor monsters zonder besmetting.

Resultaten hoopgevend

Voor NAK zijn deze resultaten van de erwiniaproef zo hoopgevend dat de proef komend jaar een vervolg krijgt. Doel is uiteindelijk om de pootgoedkolom van bovenaf op te schonen en daarmee de druk van erwinia te beperken.

De latente besmetting werd in de proef hoofdzakelijk veroorzaakt door de bacterie Pectobacterium car. subsp. carotovorum (vPcc). Het belang van Dickeya-bacteriën als oorzaak van erwinia lijkt af te nemen. Opmerkelijk was het grote verschil in de mate van besmetting tussen de aardappelrassen.

Bekijk meer over:

Weer

  • Dinsdag
    13° / 7°
    50 %
  • Woensdag
    8° / 5°
    10 %
  • Donderdag
    10° / 4°
    70 %
Meer weer