‘Meerwaarde van carbon farming gaat verder dan CO2 en klimaat’
Het mes van koolstofcertificaten snijdt aan twee kanten. Ze leveren boeren een extra inkomen op en helpen het klimaat vooruit. Om boeren in te laten stappen, moeten de risico’s en certificeringskosten na de eerste jaren van pionieren omlaag, vindt onderzoeker Waas Thissen van het Louis Bolk Instituut.
In de afgelopen tien jaar kwam een nieuw beroep op: koolstofboeren. Er bleek geld te verdienen aan het uit de lucht halen of houden van broeikasgassen in landbouwprojecten. Het idee is simpel: leg CO2 vast in de bodem of in biomassa, meet de CO2-opslag en leg die vast in certificaten die je kunt verkopen. Minder broeikasgassen in de atmosfeer, een koper die een klimaatbijdrage kan claimen en een boer die geld verdient.
Waas Thissen doet bij het Louis Bolk Instituut onderzoek naar koolstofboeren en reflecteert op de staat van de sector. ‘Doet het wat voor het klimaat? En doet het wat voor de boer? Daarvoor proberen wij de feiten op een rij te krijgen’, licht hij toe.
Wat is de meerwaarde van carbon farming?
‘De bijdrage van carbon farming aan het klimaat zit hem in CO2 vastleggen in de bodem. Een boer legt CO2 vast in de bodem en verkoopt een certificaat aan een bedrijf dat de klimaatwinst mag claimen. Dat legt gelijk ook de kwetsbaarheid van het principe bloot. De boer knapt het werk op. Maar dat betekent niet dat de industrie zomaar door zou mogen gaan met vervuilen.’
‘De meerwaarde van carbon farming gaat verder dan alleen CO2 en klimaat. Koolstofcertificering is een kansrijk instrument in de transitie richting weerbare teelten. In onze onderzoeken proberen we kosten en baten in cijfers uit te drukken. Maar minstens zo belangrijk is wat we horen van boeren die met ons pilots doen. Zij benoemen dat werkwijzen die CO2 vastleggen in de bodem ook ertoe leiden dat de bodemstructuur en waterhuishouding verbeteren.’
Vorig jaar concludeerde het Louis Bolk Instituut in een factsheet: ‘Carbon farming is nog onvoldoende aantrekkelijk. Kosten, risico’s en verplichtingen wegen niet altijd op tegen de inkomsten.’ Staat u er nog steeds zo in?
‘Ja, ik denk het eigenlijk wel. De pioniers in de sector banen nu de weg. Voor hen past het om een koolstofcertificeringstraject mee te nemen bij maatregelen die zij toch al wilden nemen.’
‘Maar om een grote groep boeren in te laten stappen in carbon farming, is meer nodig. Een koolstofproject gaat over veel schijven. De boer moet investeren in monitoring. Een externe partij valideert het projectplan. Weer later wordt de koolstofopbrengst geverifieerd. Een broker brengt het project aan de man. Het gaat om allemaal partijen die nog wel eens van mening verschillen. Hierdoor is het voor een boer van tevoren niet altijd duidelijk wat de kosten en baten worden.’
‘Vooral voor akkerbouwers speelt die onzekerheid. Zij zijn gebaat bij enige flexibiliteit om hun bouwplan om te gooien als de omstandigheden daarom vragen. Koolstofboeren is juist een traject van de lange adem. Telers vragen ons of zij nieuwe berekeningen moeten laten maken als hun gewasrotatie wisselt. Op dat vlak zie je dat de sector nog in ontwikkeling is. Op dit soort vragen is er nog geen sluitend antwoord.’
Volg de laatste berichtgeving over carbon farming op onze overzichtspagina
Wie moet er in beweging komen?
‘Er is behoefte aan een centrale partij met slagkracht die de risico’s over kan nemen van boeren. Coöperaties zijn in de positie om die rol op zich te nemen. Maar de vraag is of zij hier gebaat bij zijn. Voor coöperaties is het interessanter om te focussen op het vastleggen van koolstofbesparing binnen de keten. Een certificaat dat een boer buiten de sector verkoopt, kan hij niet binnen de keten nog een keer meerekenen voor CO2-doelstellingen van een coöperatie.’
Wat is de volgende stap?
‘Certificering moet simpeler en goedkoper. Dat kan door slim gebruik te maken van datastromen. Er wordt veel bemonsterd op het boerenerf. Door slim data samen te voegen, wordt certificering minder arbeidsintensief. Maar daar moet voor een boer wel iets tegenover staan. De meerwaarde van een koolstofcertificaat moet ook daadwerkelijk op het erf landen.’
80 procent koolstofcertificaten nog in etalage, maar kopers in zicht
Een groot deel van de Nederlandse koolstofcertificaten uit landbouwprojecten ligt op een plank te wachten op een koper. Toch zijn certificeerders positief: zij verwachten dat een nieuwe Europese standaard in 2027 kopers over de streep gaat trekken.
Sinds het eerste project in 2012 zijn er in Nederland 123 landbouwprojecten gestart om koolstofcertificaten te verkopen. Dat blijkt uit een analyse van de registers van Stichting Nationale Koolstofmarkt (SNK), ONCRA en Proba door Nieuwe Oogst. Deze drie instanties voorzien samen bijna de volledige Nederlandse markt van certificaten.
De 99 projecten in het ONCRA-register zijn gezamenlijk goed voor 1.100 hectare. De projecten richten zich met name op het verhogen van het waterpeil in veenweidegebieden, regeneratieve landbouw en het telen van vezelgewassen. Tot nu toe is slechts 20 procent van de certificaten die door SNK en Proba zijn vrijgegeven voor verkoop ook daadwerkelijk verkocht aan eindgebruikers. De rest wacht nog op een koper.
Extra stimulering
Met extra stimulering hoopt het ministerie van LVVN de markt op gang te houden. Het ministerie stelt dit jaar, net als vorig jaar, via het Nationaal Groenfonds 2,5 miljoen euro beschikbaar voor het opkopen van koolstofcertificaten. De nieuwe regeling opent op maandag 2 november. Dat geeft boeren de zekerheid dat hun producten ook worden verkocht.
Of de markt het daarna overneemt, is de vraag. ‘Het is een vrijwillige markt’, duidt Wytze van der Gaast van SNK de situatie. Grote vervuilers die van de Europese Unie verplicht moeten verduurzamen binnen het emissiehandelssysteem ETS, mogen niet met vrijwillige certificaten werken. Vliegtuigmaatschappijen kiezen al snel voor goedkopere certificaten uit het buitenland. Een Nederlands certificaat kost doorgaans zo’n 90 euro per ton. Internationaal worden projecten soms voor 10 euro per ton aangeboden.
Lees ook: Nieuwe ronde voor stimuleringsfonds vezelteelten
Certificeerders zien dat vooral midden- en kleinbedrijven de Nederlandse koolstofcertificaten kopen. ‘Zij willen als sponsor optreden voor een lokaal project’, zegt Van der Gaast. ‘Certificaten in het buitenland zijn dan wel goedkoper, maar voor deze bedrijven zegt een ton CO2 in een bosbouwproject in Peru niets. Een sympathieke investering in een project bij een plaatselijke boer is zichtbaar voor de klantenkring’.
Toch verwachten certificeerders dat de markt op korte termijn loskomt van het vrijwillige en sympathieke karakter. ‘Er zit momenteel groei in de markt’, ziet Gijs Tolmeijer van ONCRA. Dat wordt volgens hem nog verder versterkt door de invoering van de Europese ‘Carbon Removals and Carbon Farming’-standaard. Een gestandaardiseerd Europees keurmerk levert voor kopers een sterk verhaal op voor hun duurzaamheidsrapportages, verwachten Tolmeijer en Van der Gaast.
Zo opent de Nederlandse koolstofmarkt zich voor grotere partijen. Van der Gaast: ‘Zij gaan steeds meer ‘mandjes’ samenstellen. Naast een set goedkope certificaten uit Peru, dus ook een ‘mandje’ hoogwaardige certificaten van eigen bodem.’ Tolmeijer verwacht in 2027 de eerste certificaten uit te geven die aan deze nieuwe standaard voldoen.
Bekijk meer over:
Lees ook
Marktprijzen
Meer marktprijzen
Laatste nieuws
Nieuwste video's
Kennispartners
Meest gelezen
Nieuw op MechanisatieMarkt.nl
-

John Deere 6125R (STE) #59945
Gebruikt, P.O.A.
-

Pottinger schudder 8 elements HIT910
2008, € 8.250
-

Toro Titan ZX5420
2012, P.O.A.
-

JOHN DEERE X940 COMPACTTREKKER 54" AUTO CONNECT (REU) #781630
Gebruikt, P.O.A.
Vacatures
Ondernemer/ Bedrijfsleider Fruitteelt (met participatie mogelijkheid)
Landgilde - Goirle
Vakspecialist / Docent Teelt
Lentiz MBO Middelharnis - Sommelsdijk
Directeur
BoerenNatuur Zuid-Hollandse Delta - Westmaas, Nederland
Weer
-
Zaterdag8° / -1°20 %
-
Zondag10° / 3°20 %
-
Maandag10° / 1°10 %
















