Hitte kost Europese melkveehouderij straks 12 miljoen ton melk per jaar

Europa blijft een belangrijk productiegebied voor zuivel. Het klimaat waarin koeien het best presteren schuift verder op richting het noordwesten. Volgens RaboResearch kan het jaarlijkse melkverlies door hittestress rond 2050 oplopen van 4,5 naar 12,2 miljoen ton.

Volgens RaboResearch kan het jaarlijkse melkverlies door hittestress rond 2050 oplopen van 4,5 naar 12,2 miljoen ton.
© Twan Wiermans

Dit geldt bij een scenario met sterke opwarming. Noordwest-Europa blijft relatief gespaard, maar in Noord-Italië, Zuid-Duitsland, Frankrijk en Spanje nemen de verliezen duidelijk toe. Dat staat in het nieuwe rapport ‘Europe’s dairy comfort zone is moving’.

Europese koeien produceren gemiddeld 8.250 kilo melk per jaar tegen een wereldgemiddelde van 2.100 kilo. Hoe hoger de productie, hoe meer lichaamswarmte ze produceren en hoe gevoeliger ze zijn voor hitte. Hoogproductieve koeien presteren het best bij temperaturen van ongeveer 5 tot 20 graden Celsius en een relatieve luchtvochtigheid van 50 tot 70 procent.

Temperatuur en luchtvochtigheid

Als referentie om hittestress bij koeien te bepalen, gebruiken onderzoekers de temperatuur-luchtvochtigheidsindex (THI), die temperatuur en luchtvochtigheid combineert. Bij Holstein-Friesians begint hittestress bij een THI van ongeveer 68. Dat komt overeen met 20 graden bij 90 procent luchtvochtigheid of 22 graden bij 55 procent. Daarboven nemen voeropname, melkproductie en vruchtbaarheid af. Koeien gaan sneller ademen, drinken meer en sturen meer bloed naar de huid om af te koelen. Is dat niet genoeg, dan eten ze minder en daalt de melkgift.

Het ras speelt daarbij een rol. In Nederland, Noord-Duitsland en Polen bestaat meer dan 95 procent van de melkveestapel uit Holstein-Friesians, het ras dat het gevoeligst is voor hitte. Andere rassen houden het langer vol, omdat ze kleiner zijn en minder melk geven, waardoor ze minder warmte produceren. Zo is in Beieren 75 procent van de koeien Simmental en 11 procent Brown Swiss. In Frankrijk is ongeveer 23 procent van de melkveestapel Montbéliarde.

Hittegolf in Frankrijk

Hoe snel hitte de melkaanvoer raakt, bleek dit jaar in Frankrijk. In week 22 in mei zorgde een oplopende THI voor 4 procent minder melkaanvoer dan een jaar eerder. Tijdens de zwaardere hittegolf eind juni liep de THI op tot bijna 80. Landelijk lag de wekelijkse melkaanvoer toen bijna 8 procent lager dan in dezelfde week van 2025. In Bretagne zelfs 14 procent.

De verschillen tussen melkregio’s zijn groot. Van de grote productiegebieden is Noord-Italië het kwetsbaarst. In Lombardije, jaarlijks goed voor 5,7 miljoen ton melk, stijgt het berekende verlies van 6,8 naar 14,7 procent. In Emilia-Romagna, met 2,5 miljoen ton melk, loopt het op van 6,8 naar 15,0 procent. Dat raakt ook de productie van Parmigiano Reggiano en Grana Padano. Omdat deze kazen aan een herkomstgebied zijn gebonden, kan de melkproductie niet zomaar naar een koelere regio verhuizen.

In Duitsland zijn de verliespercentages lager, maar wegen de grote melkvolumes zwaar. Beieren produceert 8,3 miljoen ton melk per jaar. Het berekende verlies stijgt er van 1,7 naar 6,0 procent, ondanks het grote aandeel hittetolerantere Simmental-koeien.

Ook in Frankrijk lopen de uitkomsten uiteen. In Pays de la Loire, met 3,3 miljoen ton melk per jaar, stijgt het verlies van 3,3 naar 10,7 procent. In Bretagne en Neder-Normandië is de situatie gunstiger: bij jaarlijkse producties van respectievelijk 4,6 en 3,1 miljoen ton neemt het verlies toe van 0,7 naar 3,8 procent en van 0,8 naar 4,4 procent.

Noordelijke regio’s

Noordelijke regio’s en gebieden aan de Atlantische Oceaan behouden een klimaatvoordeel. Zuid-Ierland produceert 6,2 miljoen ton melk per jaar, terwijl het berekende verlies slechts stijgt van vrijwel 0 naar 0,3 procent. In de Duitse regio Sleeswijk-Holstein, met ongeveer 3 miljoen ton melk, loopt het op van 0,7 naar 2,8 procent. De Nederlandse provincie Friesland, jaarlijks goed voor 2,7 miljoen ton, gaat van 0,3 naar 1,8 procent. De Nederlandse provincie komt daarmee relatief gunstig uit de vergelijking.

Volgens de onderzoekers hoeven boeren de hitte niet lijdzaam te ondergaan, zeker omdat er nog tijd is om te investeren. Dat het kan, laten Israël en Saoedi-Arabië zien. Volgens IFCN Dairy Data halen die landen ondanks hun hete klimaat een gemiddelde melkproductie van meer dan 11.000 liter per koe. Het gaat daarbij om landelijke gemiddelden, niet om uitschieters.

Koelinstallaties

Koeling is volgens het rapport een van de effectiefste manieren om productieverlies te beperken. Schaduw, sproeiers en ventilatie helpen koeien hun warmte kwijt te raken en hun voeropname op peil te houden. In gesloten stallen kan een modern koelsysteem de binnentemperatuur tot bijna 9 graden onder de buitentemperatuur brengen. Voor het verbeteren van koelinstallaties noemen de onderzoekers investeringen vanaf gemiddeld 30.000 euro per bedrijf. Hoe snel die zich terugverdienen, hangt af van de bedrijfsgrootte, het stalsysteem en het lokale klimaat. Vooral in warme gebieden en bij een hoge productie per koe kan de terugverdientijd relatief kort zijn.

Selectie op hittetolerantie kan de veestapel op de lange termijn weerbaarder maken. Brown Swiss kan bijvoorbeeld beter tegen warmte dan Holstein-Friesian, maar veranderingen in de samenstelling van de veestapel vergen tijd.

Afkalfmomenten verschuiven

Een andere maatregel is afkalfmomenten verschuiven naar koelere perioden. Daardoor bereiken minder hoogproductieve koeien hun gevoeligste lactatiefase tijdens de warmste maanden. Het rapport wijst op Griekenland, waar het aandeel van juni in de jaarlijkse melkaanvoer afnam van gemiddeld 9,3 procent in de jaren tachtig naar 8,5 procent in de jaren 2000 en 8,2 procent in de eerste vijf jaar van de jaren 2020.

Aanpassingen zijn daarnaast mogelijk in de dagelijkse bedrijfsvoering. Voeren in de vroege ochtend en late namiddag kan de opname ondersteunen. Ook weidegang tijdens koelere uren en het vermijden van verplaatsingen op het heetst van de dag helpen om de warmtebelasting te beperken.

Rol van zuivelverwerkers

Ook verwerkers hebben volgens de onderzoekers van RaboResearch belang bij klimaatbestendige melkveebedrijven. Extreem warm weer raakt de bezettingsgraad van fabrieken en daarmee de kostprijs. RaboResearch ziet kansen in bestaande programma’s, zoals de Sustainability Action Payment van Tirlán, Arlagården van Arla en Foqus planet van FrieslandCampina. Via die kanalen zouden investeringen in koeling, voeren in koelere uren, voedingsstrategieën en afkalfpatronen gestimuleerd kunnen worden.

Op termijn kan nieuwe verwerkings- en opslagcapaciteit vaker in minder blootgestelde noordelijke regio’s komen te liggen, waar ook groei van de melkproductie wordt verwacht. Arla’s recente grote investering in de kaasfabriek in het Zweedse Götene is daar volgens het rapport een voorbeeld van.

Lees ook

Marktprijzen

Meer marktprijzen

Laatste nieuws

Nieuwste video's

Kennispartners

Meest gelezen

Nieuw op MechanisatieMarkt.nl

Meer advertenties

Vacatures

Weer

  • Donderdag
    9° / 2°
    5 %
  • Vrijdag
    9° / 1°
    5 %
  • Zaterdag
    8° / 1°
    15 %
Meer weer