Droogte kost helft akkerbouwers 10 tot 30 procent aan opbrengst

De droogte hakt stevig in op de opbrengsten in de akkerbouw. Uit een peiling van Nieuwe Oogst onder ruim 466 akkerbouwers blijkt dat iets meer dan de helft rekening houdt met 10 tot 30 procent opbrengstderving. Bij een vijfde blijft dit beperkt tot 10 procent en 12 procent van de respondenten rekent op 30 tot 50 procent derving.

Ruim een derde van de akkerbouwers rekent door de droogte en hitte op een aardappeloogst van 35 tot 45 ton per hectare.
© Twan Wiermans

Droogte en hittestress worden veruit het vaakst als oorzaak genoemd. Om weersextremen beter op te vangen, richten akkerbouwers zich vooral op bodem- en watermaatregelen: 40 procent van hen wil meer investeren in bodemkwaliteit en 17 procent in beregening. Ook andere rassen, drainage, water vasthouden en aanpassingen aan het bouwplan worden genoemd.

Maar niet iedere ondernemer kan extra stappen zetten. Ruim een vijfde zegt geen mogelijkheid te hebben voor aanvullende maatregelen. Daarbij vindt 30 procent het eigen bedrijf al weerbaar genoeg.

Van de telers die kunnen beregenen, bijna 75 procent, deed twee derde dat één tot vijf keer. 22 procent beregende vijf tot tien keer en 3 procent zelfs meer dan tien keer. De haspel is met 94 procent het meest gebruikte systeem. Op verre afstand volgen de beregeningsboom, druppelirrigatie en fertigatie.

We hebben veel schades getaxeerd en rekenen op aanzienlijke uitkeringen

Jan Schreuder, directeur van Vereinigte Hagel

Aan beregenen hangt wel een stevig prijskaartje. Voor 37 procent liggen de kosten tussen 500 en 1.000 euro per hectare. Bij 19 procent gaat het om 1.000 tot 1.500 euro en ruim 10 procent is meer dan 1.500 euro per hectare kwijt. 34 procent blijft onder 500 euro.

De gevolgen van de droogte en hitte zijn terug te zien in de verwachte hectareopbrengsten. 32 procent van de aardappeltelers rekent op 35 tot 45 ton per hectare, 27 procent noemt 45 tot 55 ton. Bij uien oogst bijna een derde tussen 35 en 45 ton per hectare en 28 procent tussen 45 en 55 ton. Bijna twee vijfde van de bietentelers verwacht een wortelopbrengst tussen 75 en 85 ton per hectare en 28 procent vulde 95 tot 105 ton in.

Dat droogte (84 procent) en hittestress (81 procent) de belangrijkste oorzaken van de opbrengstderving zijn, wordt bevestigd door de akkerbouwers. Ziekten en plagen spelen met amper 10 procent een veel kleinere rol. Daarnaast wijzen ze op beperkingen voor beregening, een zoetwatertekort, hagel en hevige neerslag.


Bij forse opbrengstderving zijn regionale verschillen zichtbaar. Van de akkerbouwers die 30 tot 50 procent opbrengstderving verwachten, komt 33 procent uit Zeeland. Noord-Brabant volgt met krap 18 procent en Drenthe met 16 procent.

Branchespecialist akkerbouw Hessel Kingma van Countus meldt dat de uienopbrengsten in de noordelijke provincies goed lijken, maar die van zetmeelaardappelen minder. Door de tegenvallende basisprijs van Avebe hebben telers keuzes gemaakt in beregening. ‘Zij hebben uien vaker beregend dan zetmeelaardappelen.’

Of beregenen financieel uit kan, hangt sterk af van de manier waarop een teler zijn product verkoopt, stelt Kingma. ‘Zit je in de vrije markt, dan is het ondernemerschap. Je maakt een keuze om te investeren in beregenen, terwijl je niet precies weet wat je product gaat opleveren. Als je er nu op terugkijkt, kun je met de huidige marktprijzen voor vrije aardappelen en uien zeggen dat het beregenen dit jaar in veel gevallen heeft gerendeerd.’

Van de telers die kunnen beregenen (75 procent) deed twee derde dat één tot vijf keer.
Van de telers die kunnen beregenen (75 procent) deed twee derde dat één tot vijf keer. © Niels de Vries

Het blijft onzeker of hogere marktprijzen de lagere productie financieel kunnen compenseren. 41 procent van de akkerbouwers denkt dat hogere prijzen de lagere kilo-opbrengsten goedmaken. Iets meer dan een kwart verwacht dat niet en 33 procent vindt het nog te vroeg om daar uitspraken over te doen.

Verder blijkt dat lagere opbrengsten nauwelijks leiden tot problemen met leveringsverplichtingen. 78 procent verwacht geen problemen, 17 procent wel en bijna 6 procent gedeeltelijk.

Een akkerbouwer uit Drenthe meldt dat hij dit jaar door de combinatie van droogte en hitte mogelijk niet kan voldoen aan de minimale leveringsplicht voor zetmeelaardappelen. Hij hoopt dat het zetmeelpercentage hoog genoeg uitvalt. Als blijkt dat hij definitief niet voldoet aan de leveringsplicht, dan gaat hij Avebe een brief sturen en zich beroepen op overmacht.

Bodem- en watermaatregelen

Om voor de langere termijn weerbaarder te zijn tegen weersextremen, kijken akkerbouwers vooral naar bodem- en watermaatregelen. Een groot deel noemt investeren in de bodemkwaliteit om het bedrijf beter bestand te maken tegen weersextremen. Bijna een vijfde wil investeren in beregening, 30 procent vindt het eigen bedrijf al voldoende weerbaar en ruim 20 procent ziet geen mogelijkheden voor aanvullende maatregelen.

Verder noemen de akkerbouwers droogtetolerante rassen, waterbassins, drainage en maatregelen om water langer vast te houden. Ook wordt gekeken naar aanpassingen aan het bouwplan, zoals meer granen en minder uien of rooivruchten.

Voor een Drentse akkerbouwer zijn grote verschillen tussen zetmeelaardappelrassen tijdens de droogte aanleiding om zijn rassenkeuze aan te passen. Vooral tussen Seresta en Avamond zag hij dit jaar grote verschillen. ‘Het opbrengstverschil was 10 ton, terwijl ze op hetzelfde perceel naast elkaar stonden.’ Volgend jaar wil hij daarom sterker inzetten op rassen die beter tegen droogte kunnen, waaronder Avamond en Aveline.


De akkerbouwer is gaan nadenken over de informatie bij de rassenkeuze: ‘In een rassenvergelijking staat nooit een kopje droogtegevoeligheid. Maar het zou waardevol zijn als wordt aangegeven hoe een ras bij droogte presteert.’ Voor aardappeltelers ziet hij dan kansen om droogtegevoeligheid sterker mee te wegen in de rassenkeuze.

Een andere akkerbouwer die deelnam aan de peiling zet biostimulanten in om het gewas weerbaarder te maken tegen stress. Het gaat om middelen die de wortelgroei stimuleren. Daarnaast werkt hij met bladmeststoffen voor een betere vochtopname van het gewas.

‘Soms zijn de biostimulanten een vervanging van gewasbeschermingsmiddelen en soms een aanvulling. Het totaalplaatje heeft zeker een toegevoegde waarde’, merkt de ondernemer.

Verzekering tegen droogte

Opvallend is dat een verzekering tegen droogteschade onder akkerbouwers niet gangbaar is. 91 procent is niet verzekerd tegen extreme droogte. En meer dan de helft van de 9 procent die daar wel tegen is verzekerd, vindt het niet van meerwaarde (58 procent).

Volgens directeur Jan Schreuder van Vereinigte Hagel heeft 10 tot 15 procent van de akkerbouwers een brede weersverzekering bij de coöperatie. Na dit droge groeiseizoen verwacht hij wel meer belangstelling hiervoor. Daarvan zijn de eerste signalen zichtbaar. ‘We krijgen al offerteaanvragen, maar het definitieve komt vaak pas in maart en april.’

Bij de verzekerde telers heeft de extreme droogte in 2026 geleid tot problemen. ‘We hebben veel schades getaxeerd en rekenen dan ook op aanzienlijke uitkeringen voor droogteschade’, meldt Schreuder.

De volledige onderzoeksresultaten zijn te downloaden op nieuweoogst.nl/onderzoek

Verzekeren moet vanuit een breder risicoperspectief worden bekeken, stelt Kingma. De branchespecialist van Countus werkte eerder zelf in de verzekeringswereld en hanteert een vrij eenvoudige hoofdregel: ‘Je moet vooral risico’s verzekeren die je zelf niet kunt dragen. Maatregelen om risico’s te beperken gaan eraan vooraf. Omdat een brede weersverzekering relatief duur is en een eigen risico kent, moet je afwegen of verzekeren zinvol is.’

Voorzitter Tineke de Vries van de LTO-vakgroep Akkerbouw vindt het opvallend dat veel telers het nut van een verzekering niet inzien. Zij denkt dat de sector vanwege risicomanagement, naast een goede verzekering, baat heeft bij een nieuw fiscaal instrument. Zo bouwen ze een reservering op in financieel goede jaren, die kan vrijvallen in slechtere jaren. ‘Dit had in 2025 en ook dit jaar veel telers kunnen helpen.’

De middelingsregeling geldt sinds 2023 niet meer. Daarom staat de fiscus na een goed jaar al snel op de stoep om belasting te innen, stelt De Vries. ‘Dat is jammer. In jaren waarin risico’s in de teelt toenemen, zou een reservering een uitkomst zijn.’

CBS schetst met oogstraming iets positiever beeld
Volgens de voorlopige oogstraming van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) komt de oogst van consumptieaardappelen uit op 3,5 miljoen ton: 17 procent minder dan in recordjaar 2025 en iets onder het tienjarig gemiddelde van 3,6 miljoen ton. De bruto-opbrengst komt uit op 49,5 ton per hectare, 3 procent minder dan vorig jaar.

De zaaiuienoogst valt in 2026 ook terug in vergelijking met vorig jaar. De hectareopbrengst daalt met 14 procent naar 45,7 ton. In totaal wordt 1,5 miljoen ton geoogst, iets meer dan het langjarig gemiddelde van 1,4 miljoen ton.

Bij suikerbieten verwacht het statistiekbureau een oogst van 6 miljoen ton, tegen gemiddeld 6,8 miljoen ton. De daling komt, naast de droogte, door een areaalkrimp van 12 procent. Het CBS schat de hectareopbrengst op 86 ton bruto.

Al met al lijken de cijfers vooral voor aardappelen en bieten een positiever beeld te schetsen dan de Nieuwe Oogst-peiling. Dit is onder meer te verklaren doordat het CBS uitgaat van bruto tonnen.

Lees ook

Marktprijzen

Meer marktprijzen

Laatste nieuws

Nieuwste video's

Kennispartners

Meest gelezen

Nieuw op MechanisatieMarkt.nl

Meer advertenties

Vacatures

Weer

  • Donderdag
    9° / 2°
    5 %
  • Vrijdag
    9° / 1°
    5 %
  • Zaterdag
    8° / 1°
    15 %
Meer weer