Kosten beperken rendement van ‘laatste koe’
Hoge kosten voor mestafzet, voer en fosfaatrechten drukken op de liquiditeit. Tegelijkertijd lopen de verschillen tussen melkveebedrijven verder uiteen. Dat dwingt tot een kritische blik. Leveren de laatste koeien in de stal nog voldoende op?
Volgens voorzitter Jos Verstraten van de LTO-vakgroep Melkveehouderij piept en kraakt het in de melkveesector. ‘Vooral de combinatie van hoge mestafzetkosten, een hoger dan verwachte melkproductie en een afnemende beschikbaarheid van fosfaatrechten drukt de marges. Daar komen de hogere voerkosten, een gevolg van de impact van de droogte, nog bij.’
‘De kritische melkprijs voor een gemiddeld bedrijf ligt momenteel rond de 49 cent per kilo melk’, zegt Lubbert van Dellen. Hij is marktdirecteur Agro bij Flynth Adviseurs en Accountants. ‘Die prijs is in de afgelopen anderhalf jaar verder opgelopen’, licht hij toe. Naast de genoemde kosten spelen volgens de accountant hogere privéonttrekkingen, belastingen en onderhoudsuitgaven mee.
Sectoreconoom Jelmer Schreurs van ABN AMRO herkent die druk: ‘Melkveehouders hebben geprobeerd om hun uitgaven te beperken. Uitgaven en investeringen zijn uitgesteld en er is kritisch op de kosten gestuurd. Hogere vee-inkomsten en een grotere melkproductie boden daarbij enige compensatie voor de lagere melkprijs.’ Aan het einde van het jaar kan de liquiditeit volgens Schreurs verder dalen, omdat eerder doorgeschoven kosten alsnog kunnen komen.
Grote verschillen
Daniëlle Dijs-Duijndam, sectormanager melkvee- en kalverhouderij bij Rabobank, ziet wel grote verschillen binnen de melkveehouderij. Die worden volgens haar niet zozeer veroorzaakt door bedrijfsomvang of regio, maar vooral door keuzes die ondernemers eerder hebben gemaakt. ‘Een belangrijke factor is bijvoorbeeld of de mestafzet tijdig en tegen vaste voorwaarden is geregeld’, licht Dijs-Duijdam toe. ‘Hetzelfde geldt voor fosfaatrechten. Heb je die al geregeld of word je geconfronteerd met hoge koop- of leaseprijzen?’
Maurice Vossen, sectorspecialist melkveehouderij bij ABN AMRO, herkent dit en ziet ook dat bedrijven steeds verder uit elkaar lopen. Volgens hem wordt het daardoor steeds moeilijker om over één gemiddeld melkveebedrijf te spreken. ‘Ondernemersverschillen werken sterker door in de kritieke opbrengstprijs en kostprijs. Bedrijven zijn groter geworden, waardoor eenzelfde procentueel verschil in absolute bedragen veel groter uitpakt.’
Technische prestaties
Van Dellen herkent die ontwikkeling, maar kijkt daarbij vooral naar de technische prestaties op het melkveebedrijf. ‘Het actuele saldo per koe per dag laat goed zien welke bedrijven technisch en financieel sterk draaien’, zegt hij. Vooral aan de onderkant van de veestapel is volgens de accountant winst te behalen. ‘Het ondereind van de veestapel kost nu echt geld. Goed nadenken over de laatste koeien is daarom minstens zo belangrijk als streven naar meer productie.’
Van Dellen geeft een voorbeeld: ‘Voor dieren waarvoor voldoende eigen ruwvoer beschikbaar is en geen extra mest hoeft te worden afgevoerd, kan het jaarlijkse saldo 4.000 tot 4.500 euro bedragen. Zodra mestafvoer noodzakelijk is, maar voldoende eigen ruwvoer beschikbaar blijft, daalt dat naar 2.000 tot 2.500 euro’, leg hij uit. ‘Wanneer voor de laatste koeien zowel voer moet worden aangekocht als mest moet worden afgevoerd, resteert soms slechts 0 tot 1.000 euro en is het saldo regelmatig zelfs negatie’, zegt de accountant.
Dijs-Duijndam ziet dat melkveehouders die afweging al maken. ‘Als je ruwvoerpositie je beperkt en je moet duurder krachtvoer aankopen, gecombineerd met hoge kosten voor mestafzet en fosfaatrechten, dan is het de vraag of die 'laatste koe' nog wel uit kan om te melken. Sommige melkveehouders kiezen ervoor om een paar koeien weg te doen in plaats van deze prijzen te betalen voor fosfaatrechten.’
Ook de rente gaat nadrukkelijker meetellen. Volgens Van Dellen is het effect van de hogere rente vooralsnog beperkt, maar neemt dat toe zodra leningen opnieuw worden vastgezet of variabele rentes doorwerken. Bij 1 euro financiering per kilo melk zorgt een rentestijging van 1,5 procentpunt volgens zijn berekening voor 1,5 cent verhoging van de kritische melkprijs. Bij 2 euro financiering loopt het effect op tot 3 cent.
Vossen ziet een vergelijkbare relatie tussen rente en financieringslasten. Bij circa 1 euro financiering per liter melk betekent 1 procentpunt hogere rente volgens hem zo’n 1 cent extra kosten per kilo melk.
Tweede of derde locatie
Dat betekent niet dat melkveehouders niet meer investeren. Vossen ziet nog steeds aankopen van grond en soms een tweede of derde locatie. Bij investeringen in stallen wordt vanwege de juridische houdbaarheid meer afgewacht.
Dijs-Duijndam ziet dit ook, maar maakt bij de aankoop van grond wel een kanttekening. ‘De aankoop van grond kan een aanzienlijk deel van de leencapaciteit voor lange tijd vastleggen’, licht ze toe. ‘Tegelijkertijd kan een ondernemer de komende jaren ook geld nodig hebben voor emissiereductie, dierenwelzijn of aanpassingen aan de stal. Bij nieuwe financieringen kijken we als bank niet alleen naar wat een ondernemer nu kan lenen, maar ook naar investeringen die later mogelijk noodzakelijk worden’, vertelt de sectormanager.
Financiële buffers
De combinatie van lagere marges en grote uitgaven maakt het volgens de bankiers belangrijker om vooruit te kijken naar de liquiditeitsontwikkeling. Dijs-Duijndam wijst erop dat melkveehouders door het maandelijks ontvangen melkgeld minder gewend zijn aan grote financiële buffers dan ondernemers in de akkerbouw en intensieve veehouderij.
‘Die maandelijkse kasstroom maakte de noodzaak tot fors bufferen minder voelbaar. Maar dit jaar worden veel ondernemers geconfronteerd met een forse 'blauwe envelop'. Dat hakt er samen met de hoge mest-, fosfaat- en voerkosten flink in op de liquiditeit’, benadrukt de sectormanager.
Financiële weerbaarheid begint met goed liquiditeitsbeheer
Vossen pleit eveneens voor buffers. ‘Financiële weerbaarheid begint met goed liquiditeitsbeheer. Beoordeel of investeringen volledig uit de rekening-courant moeten worden betaald of deels in een lening/lease kunnen worden geregeld, zodat er ruimte blijft om een prijsdal te kunnen opvangen. Houd rekening met belastingaanslagen die in een jaar met een lagere melkprijs moeten worden voldaan.’
Verstraten is het eens wat betreft het aanhouden van buffers. ‘Je moet kritisch zijn op je uitgaven, vooral ook in betere tijden, zodat je een buffer hebt. De onzekerheden nemen toe door wereldwijde onrust.’ Daarnaast onderstreept de vakgroepvoorzitter het belang van studiegroepen. ‘Het is belangrijk om goed om je heen te kijken in deze onrustige wereld. Hoe staat jouw bedrijf er financieel bij vergeleken met andere collega's? Studiegroepen kunnen helpen om jezelf hierin te toetsen.’
Bekijk meer over:
Lees ook
Marktprijzen
Meer marktprijzen
Laatste nieuws
Nieuwste video's
Kennispartners
Meest gelezen
Nieuw op MechanisatieMarkt.nl
-

Gewichtblok 900 kgTOP zwart
Gebruikt, P.O.A.
-

John Deere 6M 150 trekker (LIE) #783624
Gebruikt, P.O.A.
-

Valtra T214 active
Gebruikt, P.O.A.
-

John Deere 6M 125 trekker (BEN) #782583
Gebruikt, P.O.A.
Vacatures
Ondernemer/ Bedrijfsleider Fruitteelt (met participatie mogelijkheid)
Landgilde - Goirle
Vakspecialist / Docent Teelt
Lentiz MBO Middelharnis - Sommelsdijk
Directeur
BoerenNatuur Zuid-Hollandse Delta - Westmaas, Nederland
Weer
-
Woensdag9° / 4°5 %
-
Donderdag9° / 2°0 %
-
Vrijdag9° / 1°0 %
















