Hier onbekende Guernsey-koeien zorgen voor speciale melk op Kanaaleiland

De vrij onbekende Guernsey-koeien verschillen in voorkomen niet veel van de inmiddels wereldberoemde Jerseys. Maar waar dat laatste ras het een na grootste ter wereld is, blijft de Guernsey-variant met net iets meer dan duizend koeien zeer beperkt. Dat maakt het dier wel speciaal.

Guernseys onderscheiden zich van Jerseys door hun roze neus.
© Bernadette Kroon

Guernsey is als een van de Kanaaleilanden tussen het Franse Normandië en Groot-Brittannië een idyllisch eiland waar vrijwel ieder perceel wordt omzoomd door heggen en aarden wallen. Maar het is er eind augustus droog, zeer droog. De jonge boer Josh Dorey laat zijn koeien wel buiten lopen, maar grazen doen ze niet. ‘Het is niet anders’, zegt hij schouderophalend. ‘Sinds de laatste maaibeurt is er niets meer gegroeid. Ik voer ze nu kuilgras en aangekochte luzerne.’

Dorey is pachter van La Petite Croute Farm en eigenaar van de grootste veestapel op Guernsey. Hij is bovendien de jongste zelfstandige boer op het eiland. La Petite Croute bevat 160 melkkoeien op 950 vergée, de oppervlaktemaat op dit eiland. Omgerekend is dat ongeveer 155 hectare, waarvan 21 hectare mais. Dat klinkt als een extensief bedrijf. Normaal gesproken zou op zo’n oppervlakte in zomer en winter voldoende ruwvoer beschikbaar moeten zijn.

Naast Dorey werken er drie mensen fulltime en is er een aantal weekendwerkers actief. Dorey zelf komt meer over als een manager dan als een boer. Dat beeld wordt versterkt wanneer we naar de grond vragen. Op wat voor grond boert hij hier? ‘Goede grond’, antwoordt Dorey. Meer weet hij er niet over te vertellen. Geen specifieke kenmerken, geen naam. Waarschijnlijk heeft hij voor dat onderdeel een andere specialist in dienst. Op het oog lijkt de grond op löss. Dat zou passen bij het heuvelachtige landschap van Guernsey, waar af en toe mergelrotsen zijn te zien.

Josh Dorey tussen zijn koeien.
Josh Dorey tussen zijn koeien. © Bernadette Kroon

Bij vragen over de fokkerij schuift veeverzorger Mark Simon aan. Hij werkt al dertig jaar op het bedrijf en is zichtbaar trots op de kudde. ‘Wij hebben de beste Guernseys van het eiland met de hoogste Profitable Lifetime Index (PLI).’ Dit is een Britse index bij melkkoeien voor productie, levensduur en efficiëntie. De kudde heeft die positie bereikt nadat de vorige eigenaar Guernsey-sperma uit Amerika gebruikte’, legt Simon uit.

Wanneer de vraag op tafel komt wat nu eigenlijk de beste koe is, ontstaat er een levendige discussie tussen de eigenaar en de veeverzorger. Ze kijken duidelijk met verschillende ogen naar het dier. Verzorger Simon let vooral op het uiterlijk. Volgens hem is dat de beste indicator. Namen, zelfs bijnamen van koeien, komen voorbij. Vertederd spreekt de veeverzorger over zijn kudde: ‘Ze zijn zo lief.’

Melkgift en levensduur

Dorey kijkt liever naar wat een koe onder aan de streep presteert. Voor hem zijn melkgift en levensduur belangrijker. Daarvoor moet hij achter de computer kruipen. Van het scherm leest hij de actuele kengetallen op. De cijfers laten zien dat zijn kleine Guernseys behoorlijk wat melk produceren. De gemiddelde melkgift bedraagt 6.731 kilo per koe per jaar. Het vetpercentage is 4,99 procent en het eiwitpercentage 3,52 procent. Voor die melk wordt 82 pond per 100 liter betaald. Omgerekend is dit 96 euro per 100 liter.

Volgens Dorey is dit het eerste jaar dat er een specifieke premie is voor een hoger vetpercentage. De gemiddelde leeftijd van de kudde is zes jaar en zeven maanden. De koeien en het jongvee zijn niet hoornloos. Er zijn wel hoornloze stieren beschikbaar, maar onthoornen is op Guernsey nog niet verboden. La Petite Croute selecteert niet speciaal op A2A2-melk, maar de meeste koeien produceren dit wel.

Veeverzorger Mark Simon kent alle koeien bij nummer, naam en bijnaam.
Veeverzorger Mark Simon kent alle koeien bij nummer, naam en bijnaam. © Bernadette Kroon

De melk vormt niet de enige inkomstenbron van La Petite Croute. Dorey ontvangt ook een substantieel bedrag voor het in stand houden van het historische, kleinschalige landschap. Dat is overal op Guernsey aanwezig. Het eiland telt 3.300 percelen en maar liefst 1.450 strekkende kilometer aan houtwallen, heggen en aarden wallen.

Publieke verwachting

Al in 1648 bepaalde de graaf van Richmond dat deze landschapselementen in stand moesten worden gehouden. Dorey ziet het als zijn taak, zelfs een eer, om aan die publieke verwachting te voldoen. ‘Het bedrijf gebruikt tientallen kleinere percelen, verspreid over het eiland. Dat maakt het werk er niet eenvoudiger op. Natuurlijk verhoogt dat de arbeidsbehoefte, maar daar krijg ik een vergoeding voor. Op Guernsey noemen we dat liever geen subsidie. Er staat tenslotte een duidelijke taak tegenover.’ Ook voor de hoeveelheid kunstmest gelden beperkingen.

In het veld staat de grote koppel van Dorey rustig het hooi uit een rondebalenruif te eten. De koeien zijn allemaal lichtrood met wit en opvallend klein. Ze hebben een roze neus en zijn alleen daarmee al te onderscheiden van de Jersey-koeien, die een zwarte neus hebben. Een volwassen Guernsey-koe weegt maximaal 500 kilo. De dieren ogen uitgesproken melktypisch. Ze zijn fijn gebouwd en hebben goed beenwerk. De kleine koe blijkt daarmee uitstekend te passen bij een extensieve bedrijfsvoering. Guernseys zijn bekend en geliefd om hun rustige gedrag.

Het eiland produceert veel A2A2-melk. Dat aspect wil Guernsey Dairy meer aandacht geven.
Het eiland produceert veel A2A2-melk. Dat aspect wil Guernsey Dairy meer aandacht geven. © Bernadette Kroon

Operationeel directeur Andrew Tabel van Guernsey Dairy is zo mogelijk nog lyrischer over de Guernsey-koeien dan veeverzorger Simon. Hij vertelt dat zij, als enige melkfabriek op het Kanaaleiland, de melk afnemen van alle elf melkveehouders. Hun 1.250 melkkoeien produceren in totaal 7,3 miljoen liter melk. Daarvan wordt 5,4 miljoen liter op het eiland afgezet. Guernsey-boter is beroemd vanwege de gele kleur. Tabel: ‘Eigenlijk is het een genetisch foutje, omdat Guernseys het caroteen in de planten niet volledig afbreken. Ook de vitamines die daaraan zijn gekoppeld, komen in de melk.’

Inspelen op vraag

Naast dit aantrekkelijke en mogelijk ook financieel voordelige raskenmerk, geven veel Guernseys A2A2-melk. Dat aspect wil Guernsey Dairy in de toekomst meer aandacht geven. Tabel: ‘Wij zijn nu wel zover dat we van alle koeien en stieren weten of zij dit erfelijk dragen. Voor nu is het alleen één biologische boer op Guernsey die voor 100 procent A2A2-melk levert. Maar nu er meer vraag naar komt, spelen we daar meer op in.’

Op dit moment exporteert Guernsey Dairy een beperkte hoeveelheid boter, alleen naar Nederland. Sinds 1955 is het verboden om andere melk te importeren. En al in 1789 verbood Guernsey de invoer van buitenlandse runderen. Daarmee werd de basis gelegd voor het behoud van het ras op het eiland en ontstond een wederzijdse afhankelijkheid.

De boeren moesten met elkaar het ras gezond houden en de bevolking van melk voorzien. Toch ontstond er geen sterke boerenzuivelcoöperatie zoals in Nederland. Volgens veeverzorger Simon op La Petite Croute waren de andere melkveehouders zelfs je grootste tegenstanders. Dat is misschien een belangrijke aanwijzing. Waar Nederlandse melkveehouders zich vanaf het einde van de negentiende eeuw steeds vaker organiseerden in coöperaties en gezamenlijk investeerden in verwerking, afzet en fokkerij, bleven de Guernsey-boeren veel meer op hun eigen bedrijf aangewezen.

Josh Dorey is werkzaam op La Petite Croute Farm. Het bedrijf telt 160 melkkoeien.
Josh Dorey is werkzaam op La Petite Croute Farm. Het bedrijf telt 160 melkkoeien. © Bernadette Kroon

Bedrijfsgegevens
Josh Dorey (32) is eigenaar van La Petite Croute Farm in Castel, gelegen op Guernsey. Het bedrijf telt 160 melkkoeien op circa 155 hectare. De dieren produceren 6.731 kilo melk per koe per jaar, met 4,99 procent vet en 3,52 procent eiwit. La Petite Croute is een pachtbedrijf en extensieve melkveehouderij. Josh Dorey bezit de veestapel en het productiequotum. Hij is de jongste en de grootste melkveehouder op het eiland.

Tot 1951 werd de melk op Guernsey verwerkt door twee particuliere zuivelfabrieken. Daarna nam de overheid het heft in handen en bouwde een centrale zuivelfabriek. Guernsey Dairy is sindsdien eigendom van de States of Guernsey, het lokale bestuur. Zij bepalen dus ook op welke voorwaarden de boeren hun melk mogen leveren. Die voorwaarden rusten op twee pijlers.

Ten eerste het behoud van het landschap. Daarvoor moet de boer een beheerplan van zijn land laten beoordelen. Het moet in ieder geval het onderhoud aan de begroeiing en aardwallen omschrijven, maar ook het landgebruik en de omgang met de dieren. Dierenwelzijnsorganisatie Royal Society for the Prevention of Cruelty to Animals heeft een sterke positie op Guernsey. Deze organisatie richt zich ook steeds meer op de natuur en het behoud daarvan.

Als klein eiland is Guernsey beretrots op haar bijzondere ras. Maar de ondernemers, omgeving en omstandigheden nodigen niet uit tot groter denken of grote stappen. Waar andere melkveehouders zich verenigden in coöperaties en gezamenlijk groter werden, bleven de Guernsey-boeren op hun eigen eiland en op hun eigen bedrijf opereren. Misschien ligt het dus niet zozeer aan de koe die zeldzaam is gebleven, maar meer aan het eiland dat haar exclusief heeft gehouden.

Lees ook

Marktprijzen

Meer marktprijzen

Laatste nieuws

Nieuwste video's

Kennispartners

Meest gelezen

Nieuw op MechanisatieMarkt.nl

Meer advertenties

Vacatures

Weer

  • Woensdag
    18° / 12°
    70 %
  • Donderdag
    17° / 11°
    60 %
  • Vrijdag
    19° / 11°
    20 %
Meer weer