Genomische selectie biedt kansen voor zeldzame rassen, maar goed beleid is een must

Het selecteren van fokvee op basis van DNA-profielen, ook wel genomische selectie genoemd, zorgt voor een snellere genetische vooruitgang. Tegelijkertijd brengt het bij lokale rassen ook risico’s met zich mee, toont nieuw onderzoek aan.

Terwijl de MRIJ beste koeien oplevert, is waakzaamheid geboden.
© Youtube

Het onderzoek dat geleid is door Wageningen University & Research laat zien dat de impact op de genetische diversiteit sterk verschilt per ras. Met genomische selectie kunnen fokkers al op zeer jonge leeftijd aan het DNA-profiel van een kalf zien of het dier later bijvoorbeeld veel melk gaat geven of sterke klauwen krijgt. Bij enkele grote rassen is deze werkwijze inmiddels de standaard; lokale en kleinere rassen zijn pas recent ingestapt.

De onderzoekers bekeken samen met Franse en Noorse collega's de stambomen en het DNA-profiel van vijf lokale Europese rundveerassen. Doel was om de impact van de fokkerijmethode in beeld te brengen. ‘Omdat je met DNA-selectie veel sneller en gerichter kunt kiezen, worden generaties korter. Maar de bezorgdheid bestaat dat dit in kleine populaties leidt tot een hogere intensiteit van selectie. Als iedereen dezelfde topstieren kiest, stijgt de inteelt’, legt WUR-onderzoeker Renzo Bonifazi uit in het wetenschappelijke tijdschrift Phys.org.

Dit kan leiden tot inteeltdepressie en het vaker de kop opsteken van schadelijke erfelijke ziektes. Bonifazi: ‘Het onderzoek laat zien dat de introductie van genomische selectie zorgt voor een kortere tijd tussen generaties bij stieren en een meer gebalanceerde bijdrage van de absolute top 10-stieren.’

Inconsistente effecten

De effecten op de daadwerkelijke inteelt waren echter verrassend inconsistent. De genetische diversiteit bewoog na de introductie van de DNA-techniek niet bij elk ras dezelfde kant op. De onderzoekers zagen een duidelijke tweedeling. Bij het Nederlandse Maas-Rijn-IJssel (MRIJ) en het Franse Tarentaise nam de inteelt en de verwantschap tussen dieren toe, maar bij het Noors Roodbont en de Franse rassen Abondance en Vosgienne nam de inteelt juist af.

Lees ook: Genomics neemt grote vlucht in fokkerij

Volgens de onderzoekers ligt de oorzaak van de inteeltstijging of -daling niet alleen aan de DNA-technologie, maar ook aan de manier waarop organisaties hun populatie beheren. Zo maakt men in Noorwegen bij het Noors Roodbont gebruik van geavanceerde selectiemethoden om verwantschap bewust te minimaliseren. Bij het Nederlandse MRIJ-ras speelt het traditionele 'cold sire system' een rol, waarbij sperma van oudere stieren langdurig wordt ingezet.

De timing van de genetische verschuivingen liep dan ook niet altijd synchroon met de exacte introductie van de DNA-selectie. ‘Onze studie laat zien dat de introductie van genomische selectie risico's op inteelt met zich meebrengt, maar dat de langetermijnstrategie van de fokkerijorganisatie doorslaggevend is’, concludeert Bonifazi over het onderzoek.

Bekijk meer over:

Lees ook

Marktprijzen

Meer marktprijzen

Laatste nieuws

Nieuwste video's

Kennispartners

Meest gelezen

Nieuw op MechanisatieMarkt.nl

Meer advertenties

Vacatures

Weer

  • Zaterdag
    28° / 20°
    20 %
  • Zondag
    28° / 16°
    5 %
  • Maandag
    32° / 17°
    15 %
Meer weer