Vaccinatie tegen vogelgriep is noodzakelijk
Vogelgriep buiten de deur houden vergt forse inspanningen rond bioveiligheid en voorkomt insleep nooit 100 procent. Vaccineren biedt een extra verzekering. Dit werd onlangs benadrukt tijdens een bijeenkomst van Agrivaknet.
Het huidige H5-virus is ergens rond 1996 ontstaan. Daarna bleef het een hele tijd rustig, tot de ‘uitbraakexplosie’ in Zuid-Oost Azië in 2003, vertelde hoogleraar Gezondheid van Landbouwhuisdieren Arjan Stegeman tijdens de Agrivaknet-bijeenkomst aan de Faculteit Diergeneeskunde van de Universiteit Utrecht.
Het hoogpathogene virus besmette wilde vogels en die verspreidden het naar heel Azië en Afrika. Vervolgens kwam het in Siberië terecht en vandaaruit kwam het met de wintergasten Europa binnen.
Eerst waren er alleen seizoensmatige uitbraken, die met het ruimen van besmette koppels en een goede bioveiligheid in toom werden gehouden. Inmiddels is het virus niet meer alleen aanwezig in wintergasten, maar in veel wilde vogelsoorten. Zo is er een continue dreiging van vogelgriepuitbraken.
Daarbij is het virus in de loop der jaren veranderd. Vleeskuikens en ook zoogdieren, zoals de melkkoeien in de Verenigde Staten en onlangs een paar koeien in Nederland, worden getroffen. Met alleen een goede bioveiligheid en het ruimen van besmette koppels is vogelgriep dan ook niet meer goed aan te pakken. Vaccinatie is volgens Stegeman noodzakelijk als extra beschermingsmaatregel.
Schoon erf is essentieel
Voor wat betreft de bioveiligheid is het schoonhouden van het erf rond het bedrijf een must. Wilde vogelpoep moet worden geweerd, om te voorkomen dat mensen of knaagdieren deze meenemen naar de stal. Vogels verjagen met een laser of drone kan hierbij helpen. Verder mag er geen regenwater van het dak terechtkomen in de stal of op het erf.
Daarnaast is vaccineren een belangrijke maatregel om te zorgen dat vogelgriep geen kans krijgt. Dit werd ook benadrukt tijdens de bijeenkomst van Agrivaknet. Binnenkort volgen de eindresultaten van een vaccinatieveldproef die in Nederland is uitgevoerd.
In de veldproef werd een groep van zeshonderd leghennen niet gevaccineerd en kregen twee groepen van elk zeshonderd hennen een vaccinatie als eendagskuiken. Bij een vierde groep van zeshonderd hennen is, naast de vaccinatie als eendagskuiken, nog een boostervaccin ingezet op 12 weken leeftijd.
Gebaseerd op herpes
De vaccins die de eendagskuikens kregen, zijn gebaseerd op een herpesvirus van kalkoenen: Herpesvirus of Turkey (HVT). Daar is het Hemagglutinine-eiwit (H5) van het vogelgriepvirus ingebracht.
‘Dit H5-eiwit zorgt ervoor dat het virus zich aan de celwand hecht’, weet dierenarts en technisch servicemanager Cheng Lee van Boehringer Ingelheim. ‘De hennen maken dan antistoffen en speciale afweercellen aan die het H5-deel van het vogelgriepvirus l kunnen herkennen en wegvangen.’
Het vogelgriepvirus dat momenteel wereldwijd rondwaart is het H5N1-type. Dit krijgt hierdoor geen kans meer in de gevaccineerde hennen. Volgens Lee heeft het VAXXITEX HVT+IBD+H5-vogelgriepvaccin laten zien dat het ook bescherming biedt tegen bijvoorbeeld een H5N2- of H5N3-virus.
Volg de laatste ontwikkelingen rondom vogelgriep op onze themapagina
Het herpesvirus gebruiken als drager heeft als voordeel dat het niet meer uit het lichaam van het dier verdwijnt. Het blijft levenslang aanwezig, net als het herpesvirus dat bij de mens een koortslip kan veroorzaken. Daardoor wordt het immuunsysteem van de dieren ook voortdurend geprikkeld. Dit zou de bescherming tegen vogelgriep in principe hoog moeten houden, redeneert Lee.
Door het boostervaccin op 12 weken leeftijd toe te dienen, wordt het immuunsysteem extra getriggerd, vervolgt de dierenarts. Het bouwt dan meer antistoffen op, waardoor het veldvirus beter onschadelijk kan worden gemaakt.
Een boostervaccin verbetert de resultaten van vogelgriepvaccinatie
De eerste resultaten van de veldproef bevestigen deze theorie. Op gezette tijden is uit alle vier de onderzoeksgroepen een aantal leghennen gehaald. De dieren werden in de afdeling met hoge veiligheidsmaatregelen van Wageningen Bioveterinary Research onderworpen aan een ‘challenge-proef’.
Hennen overleden
De ene helft van iedere groep werd besmet met het veldvirus van vogelgriep. Daarna werd de andere helft van de hennen erbij gezet. Bij de proef op 24 weken leeftijd overleefden de ongevaccineerde leghennen het veldvirus niet. Ze droegen de besmetting over naar de hennen die niet besmet waren, die het vervolgens ook niet overleefden.
De hennen in de onderzoeksgroepen deden het gelukkig een stuk beter. De overleving van de gevaccineerde hennen was 90 procent of hoger en de overdracht van het veldvirus stond op een laag peil. Maar dit was niet voldoende om circulatie van het veldvirus te voorkomen.
De hennen die op 12 weken leeftijd een boostervaccin kregen, in dit geval Volvac BEST AI +ND, scoorden beter. De verspreiding van het veldvirus naar andere dieren was laag, met een reproductiegetal onder 1. De besmetting liep dood.
De definitieve resultaten van dit veldonderzoek moeten bevestigen wat de beste aanpak is. Ze worden waarschijnlijk deze maand gepresenteerd tijdens het congres van de Wereldorganisatie voor diergezondheid (WOAH) in Parijs.
Wettelijk is er geen beperking op het vaccineren tegen vogelgriep binnen de Europese Unie. Op het WOAH-congres is het van belang dat Europa derde landen kan overtuigen van de veiligheid van vaccineren, om handelsbelemmeringen te voorkomen.
Onderhuidse verspreiding voorkomen door te vaccineren Pluimvee dat is gevaccineerd tegen vogelgriep kan vanuit het veld nog steeds besmet raken met het ziekteverwekkende vogelgriepvirus. Vaccinatie moet er daarom niet alleen voor zorgen dat de dieren niet ziek worden, maar ook dat het immuunsysteem het veldvirus aanpakt en vermeerdering in het pluimvee voorkomt. Net als de verspreiding naar andere dieren. Omdat het risico blijft bestaan dat een dier niet goed is gevaccineerd of dat het immuunsysteem minder goed werkt, kan het veldvirus zich mogelijk toch vermeerderen en verspreiden onder de koppel. Omdat de gevaccineerde dieren niet ziek worden, is de verspreiding van het virus onzichtbaar. Daar wordt in het Nederlandse veldonderzoek dan ook gericht naar gekeken. Vaccinatie moet onderhuidse verspreiding voorkomen. Tegelijk wordt de monitoring – die moet aantonen dat er geen sprake is van onderhuidse verspreiding – onder de loep genomen. Volgens de huidige EU-voorschriften is het bij vogelgriepvaccinatie verplicht om maandelijks bij zestig dieren bloedmonsters te nemen en wekelijks alle gestorven dieren te onderzoeken. Dat is niet alleen een kostbare methode; voldoende mankracht ontbreekt om dit uitvoerbaar te houden als vaccinatie wordt ingevoerd voor bijvoorbeeld alle leghennen in Nederland. Daarom wordt ook gekeken of een andere methode mogelijk is. Daarbij worden eens per maand de laatst gestorven dieren onderzocht, tot een maximum van vijftien. Dit zou dan afdoende moeten zijn om tijdig een besmetting met het veldvirus te ontdekken.
Bekijk meer over:
Lees ook
Marktprijzen
Meer marktprijzen
Laatste nieuws
Nieuwste video's
Kennispartners
Meest gelezen
Nieuw op MechanisatieMarkt.nl
-

Fendt 718 Gen6 Profi Setting 2
2021, P.O.A.
-

Kuhn GF 6000
1989, P.O.A.
-

Deutz Fahr 6165.4 TTV (ZIJ) #778001
Gebruikt, P.O.A.
-

JOHN DEERE X590 ZITMAAIER INCL 54A MAAIDEK (HIL) #692209
Gebruikt, € 10.891
Vacatures
Redacteur Business & Markten
Nieuwe Oogst - Zwolle, Nederland
Managementassistent faunabeheer
FBE Flevoland en FBE Utrecht - Lelystad En Renswoude
Proeftechnisch specialist kasklimaat
Wageningen University & Research - Wageningen
Financieel Administratief Medewerker Agrarisch
Wageningen University & Research - Wageningen
(Senior) Consultant Transitie Landelijk gebied
Deloitte Nederland - Amsterdam
Weer
-
Donderdag12° / 5°85 %
-
Vrijdag12° / 4°75 %
-
Zaterdag14° / 5°30 %

















