Vruchtbaar schaap past prima tussen zeedijk en aardappelen

Drie keer lammeren in twee jaar tijd en een kerngezond koppel dat jaarrond natuurlijk bronstig is. Familie Zweemer in het Zeeuwse Borssele is enthousiast over het Rijnlam, dat dankzij deze eigenschappen een prima aanvulling is op het akkerbouwbedrijf aan de dijk van de Westerschelde.

De schapen lopen op de dijk van de Westerschelde.
© RUBEN OREEL

Op de boerderij heerst volop activiteit. Het akkerbouwbedrijf heeft dit voorjaar al uien geplant, bieten gezaaid, kunstmest gestrooid en mest uitgereden. Een aantal schapen graast aan de overkant van de boerderij. Het is de zeedijk die het water van de Westerschelde tegenhoudt.

Het zijn bijzondere schapen, van het Asavi-ras. Dit ras stond voorheen bekend als het Rijnlam uitgangsras. Asavi staat voor All Seasons Ap Vi en duidt erop dat de schapen jaarrond natuurlijk bronstig worden. De schapen zijn wat langer dan de Texelaar en vrij breed gebouwd. Kenmerkend voor het ras is de pluk wol op hun kop.

Ondernemer Wiet Zweemer vertelt dat schapen al ruim een halve eeuw bij dit bedrijf horen. Rond 1970 kwamen de eerste Texelaars op het bedrijf van zijn vader, die het met zijn broer runde. Oorspronkelijk was de schapenhouderij bedoeld om de vrije tijd in de winter op te vullen. Op het bedrijf werd toen nog geen pootgoed geteeld.

Graszaadpercelen door schapen laten begrazen is ook voor de akkerbouwer aantrekkelijk

Wiet Zweemer, agrarisch ondernemer in Borssele (ZL)

De Texelaar is weliswaar een mooi ras, maar toch niet helemaal naar de zin van Zweemer. Op het inmiddels overgenomen bedrijf constateerde hij nogal eens aflammerproblemen, wat leidde tot extra werk. Een aantal jaren geleden kwam Zweemer op de Dag van het Schaap het Rijnlam tegen. Een ras dat als basis een kruising heeft tussen de rassen Duitse Witkop en een Romanov.

Eigenschappen als gemakkelijke geboorten, weinig vervetting en voldoende vitaliteit spraken de ondernemer enorm aan. Dat dit ras daarbij het hele seizoen op een natuurlijke manier bronstig wordt, is een extra bijzondere eigenschap. Hierdoor produceert een ooi in twee jaar tijd drie keer lammeren.

De ooien lammeren binnen af.
De ooien lammeren binnen af. © Ruben Oreel

De ondernemer startte aanvankelijk met 120 schapen. Omdat het goed beviel, is het aantal lammeren in de afgelopen jaren uitgebreid tot een koppel van rond de vierhonderd schapen. Een aantal foklammeren is inmiddels ook verkocht aan andere bedrijven.

Een tekort daarna was reden om nog een koppel van 60 kruislingen van Texelaar en een Bleu du Maine te kopen. Ze worden gedekt door een vleesveeram van het Charolais-ras. Hoewel het plan was om ze weer te verkopen, worden ze voorlopig toch aangehouden.

Bij het Asavi-ras worden de betere schapen ingezet voor de fokkerij, om de zuivere lijn in stand te houden. Zweemer schat in dat tien fokkers het zuivere ras aanhouden, maar meer dan 25 met kruisingen van de Asavi werken. Om bij dit ras met relatief een klein aantal schapen inteelt te voorkomen, worden via de stamboekadministratie de bloedlijnen in de gaten gehouden.

Uitteelt

Om dit risico binnen het Asavi-ras verder te beperken, wordt op een klein deel het Franse Berrichon du Cher-ras ingezet van een topfokker uit Duitsland. Deze schapen zijn vrij van zwoeger en scrapie. Deze zogenoemde ‘uitteelt’ houdt de basis van het ras gezond. De beste nakomelingen uit deze kruising worden later teruggekruist met Asavi.

Het grootste deel van de lammeren is bestemd voor de vleesproductie. De dieren worden gedekt met rammen van de rassen Charolais, Suffolk en Rouge de l'Ouest. ‘Die rassen zorgen voor een mooie bevleesdheid bij de kruislingen en een groei van 400 gram per dag’, vertelt Zweemer trots. In de periode voor het dekken wordt de ram voor zes weken bij de ooien gelaten. Enkele maanden later worden de ooien gescand op drachtigheid, om te zien of de dekking succesvol was.

Door de jaarrond natuurlijke bronst wordt de ram drie keer per jaar bij de ooien gedaan. Er zijn dan ook drie aflamperiodes. De eerste is in december en januari. Die schapen zijn in maart gespeend en worden in april opnieuw gedekt. Daarnaast is er een groep die in september en oktober aflamt. Zij worden in januari opnieuw gedekt.

Geleidelijke overgang

De ooien worden drie weken voor de lammertijd naar binnen gehaald. Zo verloopt de overgang naar de stalperiode geleidelijk. Een bijkomend voordeel van dit aflammerpatroon is dat het bedrijf ruimte heeft om alle dieren die moeten aflammeren te kunnen plaatsen. Datzelfde geldt voor de lammeren die in de stal worden afgemest. ‘We hebben geen plaats voor 400 ooien’, stelt Zweemer.

Vorige winter heeft een uitgebroken ram zijn best gedaan. Hierdoor waren er enkele schapen eerder drachtig dan de geplande 24 april. Ze liepen in de weken voor Pasen nog buiten, na het lammeren zijn ze gelijk opgestald. Zweemer weet nog altijd niet hoe dit heeft kunnen gebeuren: ‘Dit soort onverwachte gebeurtenissen maken het boerenleven wel spannend.’

De vleeslammeren worden binnen afgemest, om ze met een goed rantsoen constant te laten groeien. Het rantsoen bestaat uit hooi, voeraardappelen en biks. Voor oudere ooien is er kuilgras, wat meer energie bevat. Om de voerefficiëntie te verhogen en te zorgen voor rust op stal, worden de dieren gevoerd met een voermengwagen.

Wanneer de schapen buiten lopen, grazen ze in het voorjaar en in de zomerperiode voornamelijk op de 12 tot 15 hectare zeedijken en op nabijgelegen natuurgebieden. Ooien die net zijn gespeend, komen op een perceel met kort gras, zodat de melkproductie kan opdrogen. Een goede planning is hier belangrijk, stelt Zweemer. ‘Die dieren mogen niet te schraal worden, ze moeten succesvol kunnen worden gedekt.’

Niet meer gratis weiden

Het weiden op de zeedijken was lange tijd gratis, de laatste jaren moet hiervoor worden betaald. Het waterschap gaat waarschijnlijk de pacht nu via inschrijving toewijzen, waardoor ze niet meer stilzwijgend worden verlengd De ondernemers vrezen dat er concurrentie komt, ook van collega’s zonder schapen, die de percelen willen huren in verband met mestplaatsingruimte.

In de winter grazen de dieren op graszaadpercelen. Ideaal, vindt Zweemer: ‘Het zijn mooie schone percelen, zonder worminfecties. Maar ook voor teler is dit aantrekkelijk: de schapen vreten het perceel lekker af, zodat ze het niet hoeven te maaien.’

De combinatie van akkerbouw en schapen is volgens de ondernemer sowieso een heel mooie combinatie. ‘De schapenmest verbetert de organische stof.’ Om de organische stof in de toplaag te houden, past het bedrijf niet-kerende grondbewerking toe.

Graszaad winnen

De akkerbouwtak van het bedrijf van de familie Zweemer omvat 150 hectare met onder andere uien en suikerbieten. Ook aardappelen worden veel geteeld. Sinds 2018, toen zoon Wim volledig thuis ging werken, gaat het daarbij ook om pootgoed. Verder worden tuinbonen en koolzaad geteeld voor de zaaizaadvermeerdering. Tenslotte wordt er nog graszaad gewonnen. Dit past goed, omdat de schapen dit in de winter kunnen begrazen.

Sommige bedrijfsgebouwen een dubbelfunctie. Zo wordt de aardappelloods in de winter en in het voorjaar, wanneer de aardappelen weg zijn, gebruikt om de schapen in te laten aflammeren. Ook zijn de werkzaamheden op het bedrijf regelmatig goed te combineren. ‘Soms moeten prioriteiten worden gesteld; de levende have krijgt altijd voorrang’, vertelt schoondochter Lianne Zweemer.

Zij heeft vorig jaar augustus haar baan opgezegd en werkt sindsdien mee in het bedrijf. ‘Wanneer gras op een perceel op is, moeten de schapen direct worden verplaatst, anders proberen ze uit te breken. We vinden het ook belangrijk dat het de dieren aan niets ontbreekt.’ Zweemer vult aan: ‘Een goede verzorging betaalt zich altijd uit in een betere groei en conditie.’

Helma Zweemer voert de schapen.
Helma Zweemer voert de schapen. © Ruben Oreel

Lianne Zweemer is samen met Zweemers vrouw Helma verantwoordelijk voor het runnen van de minicamping en het voeren van de administratie. Daarnaast kunnen ze een oogje in het zeil houden bij de schapen, terwijl Zweemer senior en junior actief zijn met de akkerbouwtak.

In de toekomst is het de bedoeling dat Wim en Lianne Zweemer, als de vierde generatie op deze boerderij, het bedrijf samen voortzetten. Vooralsnog willen ze de schapen aanhouden. ‘Ik denk dat we niet per se in aantal gaan groeien, we houden het zoals het nu is’, zegt Lianne Zweemer.

Wiet Zweemer: ‘Het ligt er ook aan hoe het zich ontwikkelt natuurlijk qua prijsvorming. Want wanneer het op een gegeven moment niet meer loont, dan kun je er ook voor kiezen om er een hoop minder te houden. Het scheelt wel arbeid. En wanneer de toeristensector beter gaat, dan kun je ervoor kiezen om de camping uit te breiden of wellicht extra huisjes te zetten. De tijd zal het leren.’

Bedrijfsgegevens
Wiet Zweemer heeft in het Zeeuwse Borssele in totaal 150 hectare in gebruik voor aardappelen, uien en suikerbieten, graszaad en zaaizaadvermeerdering voor tuinbonen en koolzaad. Daarnaast houdt hij vierhonderd ooien, voornamelijk Asavi en zestig kruislingooien, Texelaar x Bleu du Maine. De dieren lopen op 12 tot 15 hectare zeedijk en in verschillende natuurgebieden. Zweemer runt het bedrijf samen met zijn vrouw Helma, zoon Wim en schoondochter Lianne. Ook hebben ze een minicamping met 25 plaatsen en drie verhuureenheden.

Lees ook

Marktprijzen

Meer marktprijzen

Laatste nieuws

Nieuwste video's

Kennispartners

Meest gelezen

Nieuw op MechanisatieMarkt.nl

Meer advertenties

Vacatures

Weer

  • Vrijdag
    15° / 3°
    0 %
  • Zaterdag
    16° / 4°
    0 %
  • Zondag
    15° / 5°
    5 %
Meer weer