Eerste vrijwillige krimp voor melkvee met eigen regeling

De Nederlandse veehouderijsector lijkt in 2025 meer fosfaat te produceren dan is toegestaan. Dat blijkt uit de voorlopige prognose van het CBS. Vrijwillige krimp moet het probleem oplossen. Als dat niet lukt, dreigt mogelijk een gedwongen afname van het aantal melkkoeien.

Landbouwminister Jaimi van Essen meldt dat het volledige effect van de Lbv en Lbv-plus in de loop van 2026 en 2027 zichtbaar wordt. Hij verwacht pas daarna structurele verlichting van de fosfaat- en mestmarkt.
© Tony Tati

De overschrijding zal waarschijnlijk 4 tot 5 procent zijn, als de definitieve cijfers van het CBS in het najaar worden gepubliceerd. Dat werd al voorzien, ook door de melkveehouderijsector zelf. De sector tuigde vorig jaar al een regeling op voor vrijwillige krimp, publiek-privaat gefinancierd en goed om 65.000 koeien uit de markt te halen.

De Subsidieregeling extensivering melkveehouderij (SEM) maakt vrijwillige krimp mogelijk. Die gaat op 1 juni open. Met die regeling kunnen 65.000 koeien uit de markt worden genomen.

In totaal zijn er 75.000 koeien te veel. De rest zal met stoppersregelingen moeten worden opgelost. Als de krimp vrijwillig niet lukt, dan is eventueel een gedwongen krimp aan de orde.

De hoge melkproductie in combinatie met de overschrijding is zorgwekkend en maakt dat de sector stappen moet zetten

Jos Verstraten, voorzitter LTO-vakgroep Melkveehouderij

Sectorleider melkvee Hans Scholte van Flynth accountants en adviseurs: 'Dat we boven het plafond zouden uitkomen, werd al lang voorspeld. De voorlopige 4,2 procent overschrijding staat gelijk aan 75.000 koeien. Dat getal zingt al jaren rond in Den Haag.'



Het is een spannende situatie voor de melkveesector. Om de beschikbare fosfaatrechten te kopen, moet een veehouder met meer 200 euro per fosfaatrecht nu flink in de buidel tasten. De stijgende kosten dwingen melkveehouders volop te blijven produceren.


Voorzitter Jos Verstraten van LTO-vakgroep Melkveehouderij: 'Vorig jaar werd het sectorplafond verlaagd. De hoge melkproductie in combinatie met de overschrijding is zorgwekkend en maakt dat de sector stappen moet zetten. Waar we eerder nog samen met de intensieve sectoren voor een opgave stonden, staan we nu zelf aan de lat.'

Verstraten wijst erop dat effecten van beleid zich nooit een-op-een laten vertalen naar actuele prognoses. 'Maatregelen werken vertraagd. Dat geldt voor opkoop, maar ook voor extensivering.' Volgens hem ontstaat juist daar spanning: het beleid is ingezet, maar de bevestiging daarvan in cijfers komt later.


Om fosfaat te reduceren, moet de veestapel slinken.
Om fosfaat te reduceren, moet de veestapel slinken. © Burt Sytsma

Vanuit andere sectoren klinken gelijke geluiden. 'Wat vandaag verandert, zie je pas later terug in landelijke cijfers', stelt vicevoorzitter Eric Stiphout van de Producentenorganisatie Varkenshouderij (POV). Hij ziet geen aanleiding om te twijfelen aan de ingezette reductie, maar erkent dat bevestiging daarvan nog moet volgen. 'Volgens oud-landbouwminister Femke Wiersma heeft over 2025 een reductie plaatsgevonden van 1,3 miljoen varkens. Met onze eigen berekeningen komen we daar dicht bij in de buurt. De vraag blijft: wanneer krijgen we gelijk?'

Stiphout benadrukt dat de POV blijft strijden tegen afroming van rechten. Als krimpende sector die zijn aandeel heeft geleverd in fosfaatreductie is zo'n maatregel volgens hem niet nodig. De voorlopige fosfaat- en stikstofexcretiecijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) bevestigen wat Stiphout zegt. De totale fosfaatexcretie van varkens is gedaald van 36,7 miljoen kilo fosfaat in 2020 naar 29,7 miljoen kilo fosfaat in het laatste kwartaal van 2025.



De excretie in de melkveehouderij daalt minder stevig. Daar werd in het laatste kwartaal van 2025 nog 75 miljoen kilo fosfaat geproduceerd. Dat is meer dan de helft van de totale fosfaatexcretie in de veehouderij. Mede door het verlagen van het plafond, van 150,7 miljoen kilo fosfaat in 2024 naar 135 miljoen kilo in 2025, bleef de reductie in overwegend intensieve sectoren vorig jaar ontoereikend. In totaal is in 2025 4,2 procent meer fosfaat geproduceerd dan wat wettelijk mag.

Wel is de overschrijding gedurende het jaar afgenomen. Maar ondanks inspanningen zoals via extensiverings- en opkoopregelingen is de fosfaatproductie voorlopig nog onvoldoende gedaald. De totale fosfaatexcretie is in het laatste kwartaal van 2025 met 3,6 procent omlaaggegaan ten opzichte van het laatste kwartaal van 2024.

Voor de melkveehouderij ligt er een oplossing om onder het fosfaatplafond te komen: de SEM-regeling. Het doel is om via een tegemoetkoming van in totaal 627 miljoen euro voor deelnemende veehouders de veestapel met 75.000 koeien te kunnen inkrimpen.


Scholte is positief over de SEM-regeling. 'Als die er komt, onder voorbehoud dat veehouders zich ook inschrijven, wordt de druk op de mestmarkt minder en komen er uiteindelijk minder koeien. Bijkomend voordeel blijkt nu te zijn dat het genoeg is om onder het fosfaatplafond te komen.'

Voorwaarde voor de SEM-regeling is onder meer dat de veehouder zijn koppel met minimaal 10 procent en maximaal 20 procent krimpt. De fosfaatrechten daarvan vervallen. In de eerste drie jaar na deelname mogen ook geen fosfaatrechten worden gekocht of geleast en het overige aantal dieren op een bedrijf mag gedurende de looptijd niet toenemen. Binnen de beschikbare fosfaatrechten mag je wel meer melk produceren, zoals na het inruilen van jongvee voor melkkoeien.

Daarmee krijgen melkveehouders volgens Verstraten ruimte om te sturen. 'Dit zijn regelingen waarmee je als ondernemer zelf keuzes kunt maken', zegt hij. 'Animo voor deze regeling kan voorkomen dat generiek moet worden ingegrepen.'


Landbouwminister Jaimi van Essen meldt dat het volledige effect van de Landelijke beëindigingsregeling veehouderijlocaties (Lbv) en de variant daarvan voor piekbelasters (Lbv-plus) in de loop van 2026 en 2027 zichtbaar wordt. Hij verwacht pas daarna structurele verlichting van de fosfaat- en mestmarkt. Op basis van de aankomende CBS-rapportages bekijkt de minister of er aanvullende maatregelen nodig zijn.

Verstraten merkt op dat anno 2026 een nieuwe realiteit is ontstaan. 'De overheid is laat met regelingen en ondertussen is er nog een redelijke melkprijs', licht hij toe. De melkproductie begon in 2026 hoog en de verwachting is dat die op korte termijn niet hard daalt. Door 30 procent afroming bij de verkoop van fosfaatrechten neemt het aantal beschikbare rechten af en is volgens kenners een daling van de fosfaatprijs niet waarschijnlijk.

LTO Nederland roept boeren op om individuele verantwoordelijkheid te nemen. 'Het aantal fosfaatrechten onder je bedrijf moet wel kloppen met het aantal dieren en de geproduceerde melk.'


Rekensom pakt anders uit

Of deelname aan de SEM-regeling aantrekkelijk is, hangt vooral af van de economische uitwerking op het individuele bedrijf. Die rekensom pakt op papier anders uit dan veehouders op basis van gemiddelden verwachten, analyseert Scholte. 'Bij Flynth-melkveehouders ligt het gemiddelde saldo per koe over de afgelopen vijf jaar op 3.114 euro bij een gemiddelde melkprijs van ruim 51 cent.'

Daarbij benadrukt Scholte dat deze gemiddelden weinig zeggen over wat er op individuele melkveebedrijven gebeurt. 'Zelfs bij bedrijven met een vergelijkbare intensiteit zien we verschillen van 1.000 tot 1.500 euro per koe per jaar', stelt hij. Juist daarom vindt hij het belangrijk om bij krimp niet te rekenen met het gemiddelde saldo, maar met het saldo van de 'laatste' koeien. In de praktijk ligt dat, na aftrek van kosten voor ruwvoer en mestafzet, eerder rond 1.450 euro per koe per jaar met een melkprijs van 47 cent.

Een realistisch getal voor een mogelijke generieke korting zal volgens Scholte rond de 5 procent liggen. Zowel Verstraten als Scholte wijst erop dat in het geval van een generieke korting de overheid waarschijnlijk kijkt naar fosfaatgrondgebondenheid. 'Als je fosfaatgrondgebonden bent en op nationaal niveau het fosfaatplafond wordt overschreden, zou het logisch zijn dat die korting alleen plaatsvindt op bedrijven die niet fosfaatgrondgebonden zijn.' Eerder opperde toenmalig minister Wiersma om SEM-deelnemers te ontzien van een mogelijke korting. Het is nog onduidelijk of die lijn wordt doorgezet.

Voor een gemiddeld melkveebedrijf met 120 koeien betekent 5 procent korting op de veestapel dat 6 koeien verdwijnen. Het inkomenseffect komt dan uit op ongeveer 8.700 euro per jaar. Volgens Scholte ligt de keuze dan bij de veehouder. 'De vergoeding via de SEM-regeling komt waarschijnlijk uit op 8.300 euro per koe, exclusief bijdrage van banken en zuivel. Ga je dan vrijwillig krimpen of wacht je een generieke korting af, waardoor je ook de vergoeding misloopt?'


Controle op fosfaatrechten

Veehouders worden gecontroleerd op fosfaatrechten om te borgen dat de fosfaatproductie binnen de wettelijke grenzen blijft. Ieder bedrijf moet voldoende fosfaatrechten hebben voor het aantal dieren. RVO registreert dieraantallen en het saldo aan fosfaatrechten en levert die gegevens aan. De NVWA voert de controles uit op de bedrijven. Wordt een overschrijding vastgesteld, dan maakt de NVWA een proces-verbaal op. Overschrijding van fosfaatrechten valt onder de Wet economische delicten; het Openbaar Ministerie beslist vervolgens over boetes of verdere vervolging.

Lees ook

Marktprijzen

Meer marktprijzen

Laatste nieuws

Nieuwste video's

Kennispartners

Meest gelezen

Nieuw op MechanisatieMarkt.nl

Meer advertenties

Vacatures

Weer

  • Zaterdag
    15° / 7°
    60 %
  • Zondag
    13° / 4°
    55 %
  • Maandag
    13° / 4°
    35 %
Meer weer