Met hoop gaan deze boeren en tuinders het voorjaar in

Pasen staat voor nieuw leven, hoop, veerkracht en een nieuw begin. Hoe zien boeren en tuinders de toekomst voor zich in een roerige periode waarin onzekerheid de boventoon voert? Welke keuzes maken zij? En welke koers kiezen de ondernemers voor een toekomstbestendig bedrijf?

Groenteteler Julia Cornelissen in Ledeacker (NB)
© Studio Van Assendelft

In deze paasreportage portretteren Nieuwe Oogst-redacteuren Haijo Dodde, Tim Everloo, Jos Thelosen, Job Hiddink, Sandra Kuiper-Hoekstra en Pieter Stokkermans zeven agrariërs die hun bedrijf en toekomst tegen het licht houden en nieuwe keuzes maken.

Multimediaal redacteur Jorien Slager ging bij drie van de ondernemers op bezoek om ook een podcast op te nemen. De eerste aflevering van de podcastserie Hoop in het voorjaar is vandaag vanaf 15.00 uur te beluisteren op nieuweoogst.nl/podcast en Spotify.



Melkveehouder Sabine de Boer in Ferwert (FR)
Melkveehouder Sabine de Boer in Ferwert (FR) © Burt Sytsma Photography

'Intensiveren of gooien we het roer om? We kozen voor het laatste'


'Trots op onze melk' prijkt op de achterkant van de overall van melkveehouder en agrarisch bedrijfsadviseur Sabine de Boer uit het Friese Ferwert. En dat is ze. 'Wij werken met heel mooie producten. Dat laat ik graag op ons erf aan mensen zien.'

Daarom zijn De Boer en haar man Jelke begonnen met de bouw van een boerderijwinkel. 'Kleinschalig', benadrukt ze. 'En onbemand. We hebben een melktap aangeschaft en een automaat waar mensen contactloos kunnen betalen.'

Naast de eigen melk verkoopt De Boer al vleespakketten van haar koeien, kip van de buren die op biologische wijze wordt gehouden, ijs en jam. En ze wil haar eigen kaas verkopen. 'Kleasterkaas, omdat wij aan It Kleaster wonen. Ik zie dat helemaal voor me', glundert ze.

Hoewel De Boer de toekomst nu vol vertrouwen tegemoet treedt, speelde onzekerheid een aantal jaar geleden nog een grote rol. 'Wat gaan we doen, welke kant willen we op, wat is onze stip op de horizon?' vroeg ze zich af.


• In de eerste aflevering van de podcast Hoop in het voorjaar is het verhaal van Sabine de Boer te horen. Deze is nu te beluisteren op nieuweoogst.nl/podcast of Spotify

'In een sector in transitie, vol uitdagingen, met een veranderende markt en maatschappij merkten we dat we te groot waren om klein te zijn en te klein om groot te zijn. We moesten een richting kiezen, willen we toekomstperspectief houden. Gaan we intensiveren of gooien we het roer om? We kozen voor dat laatste.'

Sinds oktober 2025 leveren de ondernemers biomelk. Ze gingen van 160 naar 125 koeien. 'Dat was even slikken, maar het geeft ons rust, zekerheid en vrijheid. Met 64 cent per liter en gemiddeld 29 liter melk per koe verdienen we een goede boterham en hebben we ruimte voor andere investeringen waar wij plezier uit halen', glimlacht De Boer.



Schaapherder Wim Jans in Zeeland (NB)
Schaapherder Wim Jans in Zeeland (NB) © Studio Van Assendelft

'We stonden op het punt om er helemaal mee te stoppen'


Voor schaapherders Wim en Joke Jans in het Noord-Brabantse Zeeland is dit de mooiste tijd van het jaar. De lammertijd, een intensieve periode, zit erop.

De ondernemers kijken met een glimlach terug op die periode bij de negenhonderd Kempische heideschapen: 'Geen trammelant, schapen die voldoende melk hebben en lammetjes die goed willen drinken, vlot geboren worden en aan de gang gaan. Een voorjaar zoals je het ieder jaar wilt hebben.'

Die glimlach was anderhalf jaar geleden ver te zoeken. Het blauwtongvirus hield in 2024 flink huis. Een derde van de schapenstapel stierf aan deze ziekte. Emotioneel en financieel een enorme dreun, blikt Wim Jans terug. 'We stonden op het punt om er helemaal mee te stoppen. Je houdt geen schapen om alleen maar ellende te zien.'


Doorzettingsvermogen

Het doorzettingsvermogen wordt nu beloond. De ondernemers genieten weer van het houden van de vijf kuddes schapen, die begin volgende maand op de dijken van de Maas gaan grazen.

Het regionale ras past volgens Jans goed bij de ecologische begrazing van bijvoorbeeld heides, zonnepanelenvelden, geluidswallen, ecologische verbindingszones, stadsparken en dijken. 'Wanneer je ze op een veld loslaat, eten ze precies wat ze moeten eten.'

Jans noemt schaapsherder het mooiste beroep dat er is. 'Een van de leuke aspecten van dit werk is dat je veel aanspraak hebt. Iedereen vindt dit mooi.'



Boomkweker Han Fleuren in Koningslust (LB)
Boomkweker Han Fleuren in Koningslust (LB) © VidiPhoto

'De lente kriebelt, veel fruittelers willen nu planten'


Han Fleuren van Fleuren Boomkwekerij vraagt aan een medewerker waar de bestellingen staan die zijn klaargezet voor aflevering. De grote koelcel op het bedrijf in het Limburgse Koningslust staat vol met pallets. 'De lente kriebelt en dat merken we. Veel fruittelers roepen nu bomen af om te kunnen planten. Het is spitsuur, vrachtwagens rijden hier af en aan.'

Met een consortium van collega-kwekers is Fleuren betrokken bij de introductie van de nieuwe appelrassen die in Nederland in de supermarkt liggen, met als merknamen Sprank, Bloss en Kick. Fleuren vertelt dat de genoemde rassen als kruisingen afkomstig zijn uit een oud veredelingsprogramma in Wageningen.

'Deze appels doen het enorm goed in smaakpanels en de reacties van consumenten bevestigen dat. Als ondernemer in de fruitteeltsector ben ik blij om na dertig jaar eindelijk te kunnen melden dat in Nederland de appelconsumptie weer toeneemt.'

Volgens Fleuren betekent de aanplant van een ander ras voor fruittelers ook altijd weer de start van iets nieuws.


Bestand tegen schimmelziekten

Voordeel van de nieuwe appelrassen die nu op grote schaal worden afgeleverd, is dat ze in de teelt goed bestand zijn tegen schimmelziekten zoals schurft. 'Daarmee leveren we een bijdrage aan een duurzame fruitteelt', zegt Fleuren.

'Maar eigenlijk heb ik een hekel aan het begrip duurzaam en ik wil fruittelers zeker niet de les lezen over hoe ze hun gewassen moeten telen', benadrukt de ondernemer. 'Wij proberen hen te ondersteunen met rassen en onderstammen die weinig gevoelig zijn voor ziekten en plagen.'



Biomelkveehouder Bartele Holtrop in Rotstergaast (FR)
Biomelkveehouder Bartele Holtrop in Rotstergaast (FR) © FOTO NIELS DE. VRIES

'We hebben veel tegenslagen gehad, maar kijken vooruit'


Na een roerige periode, met een sluiting op last van de gemeente en een mislukte poging om een zetel in de gemeenteraad van De Fryske Marren te bemachtigen, blijft biologisch melkveehouder Bartele Holtrop in het Friese Rotstergaast gedreven. Zijn droom: een boerderij realiseren die duizend jaar kan bestaan.

De melkveehouderij is sinds kort een coöperatie. Daardoor kan 'Boer Bart' zijn passie voortzetten en nog altijd leden ontvangen in de boerderijwinkel, het restaurant en de speelplaats. In plaats van één eigenaar, kunnen meerdere mensen een stukje van de boerderij bezitten. 'We hebben veel tegenslagen gehad, maar daardoor blijf je vooruitkijken.'

De nieuwe opzet maakt het volgens Holtrop makkelijker voor een volgende generatie om in te stappen zonder grote schulden. 'Zij kunnen zich richten op het verbeteren van het bedrijf en het produceren van goed voedsel. Ik wil samen met mijn vrouw echt iets opbouwen.'


• Vanaf 2 april kan de podcast met Bartele Holtrop worden beluisterd op nieuweoogst.nl/podcast of Spotify

Ondanks de moeilijke periode is Holtrop niet in zijn schulp gekropen. 'We kregen zoveel steun van mensen. Dat gaf motivatie.' De toekomst voelt nog onzeker, geeft de veehouder toe. Maar hij wil blijven bouwen aan de boerderij.

'De grootste glimlach krijg ik als mijn kinderen meehelpen. Samen koeien melken of een kast timmeren.' Ook een recente brief van de gemeente gaf Holtrop hoop. 'Ze vroegen hoe wij tegen zaken aankijken. Als je samen naar beleid kunt kijken, kun je niet alleen voor jezelf, maar ook voor andere boeren iets betekenen.'



Varkenshouders Lianne Kuijsten-de Rond en Jurgen Kuijsten in Montfort (LB)
Varkenshouders Lianne Kuijsten-de Rond en Jurgen Kuijsten in Montfort (LB) © Twan Wiermans

'Het ondernemersbloed stroomt harder en we hebben een bepaalde vrijheid teruggekregen'


Voor varkenshouders Jurgen Kuijsten en Lianne Kuijsten-de Rond in het Limburgse Montfort zijn andere tijden aangebroken. De ondernemers hebben een bepaalde vrijheid teruggekregen. Dat is het gevolg van de zakelijke keuze die ze in 2024 hebben gemaakt.

Met de twee locaties van Varkenshouderij Kuijsten-de Rond nemen ze deel aan de Landelijke beëindigingsregeling veehouderijlocaties. Om de biggenstallen bij de tijd te brengen, moesten ze flink investeren en een zware financiering afsluiten. 'Onze drie kinderen hebben geen interesse in een toekomst tussen de varkens. En zo'n kans om te stoppen komt waarschijnlijk nooit meer voorbij. Nu kunnen we nog met wat nieuws beginnen', vertelt Kuijsten-de Rond.

Momenteel zijn ze met de hulp van hun kinderen van 12, 16 en 18 jaar al zo'n negen maanden bezig om het familiebedrijf met 1.050 zeugen te ontmantelen. In juni 2025 hebben de ondernemers de laatste biggen verkocht.

Kuijsten-de Rond: 'Sindsdien werken we ook hard, maar wel anders. Zelf demonteren we de stalinrichting en we verkopen alles via allerlei platformen. De biggenstallen tegenover onze thuislocatie gaan binnenkort tegen de vlakte. En dan duurt het niet lang meer of hetzelfde gebeurt met de zeugenstal.'


Wasserij voor paardendekens

Er is geïnvesteerd in extra capaciteit voor de wasserij voor paardendekens. Naar deze service is veel vraag. 'In de zes jaar dat we LJ-dekenwasservice runnen, is ons klantenbestand uitgebreid. Nu meer tijd beschikbaar is, springen we in op de marktbehoefte', geeft Kuijsten-de Rond aan.

De ondernemers zijn in goed overleg met de gemeente om hun locaties te herbestemmen. 'Op de plek van de biggenstallen komt een bedrijfsverzamelgebouw, omdat dit past in het bestemmingsplan', zegt Kuijsten-de Rond. 'En op onze thuislocatie denken we aan nieuwe loodsen voor de opslag van het materieel dat we nodig hebben voor onze akkerbouwtak.'



Groenteteler Julia Cornelissen in Ledeacker (NB)
Groenteteler Julia Cornelissen in Ledeacker (NB) © Studio Van Assendelft

'Ik wil mijn passie voor groenten delen met anderen'


In Ledeacker in Noord-Brabant bouwt de 19-jarige Julia Cornelissen stap voor stap aan haar eigen onderneming: Juul's Groenten. Haar ouders runden jarenlang een melkveebedrijf. In 2021 kozen ze voor een andere koers: akkerbouw. 'Mijn broer en ik hadden geen interesse in koeien. Landwerk vonden we veel mooier.'

Na de middelbare school startte Cornelissen met de opleiding Agrifood, maar dat bleek niets voor haar. Ze stapte over naar Teelt & Techniek. Tijdens haar stage bij een vollegrondsgroenteteler ontdekte ze haar passie. 'Daarna ben ik gaan pionieren met sla en suikermais. Dat vond ik echt leuk.'

In juli 2024 begon Cornelissen kleinschalig in de moestuin van haar oma. 'Ik had op een gegeven moment te veel groenten om zelf op te eten. Toen ben ik gaan nadenken over hoe ik mijn passie kon delen.' Het idee voor een winkel was snel geboren. In een oud kalverhutje startte ze haar verkoop. 'Lekker 'low budget'. Mensen waren meteen enthousiast.'

Vorig jaar breidde het areaal uit naar bijna 30 are en het assortiment werd groter. Toch blijft de basis hetzelfde. 'Het is nog steeds dat kalverhutje, alleen iets uitgebouwd.'


• De podcast met Julia Cornelissen is vanaf 3 april te beluisteren op nieuweoogst.nl/podcast of Spotify

Voorlopig combineert Cornelissen haar onderneming met haar studie. Na de zomer begint ze aan de hbo-opleiding Tuin- en Akkerbouw. Ondertussen kijkt ze voorzichtig vooruit. Ze denkt aan groenteabonnementen en rondleidingen om consumenten meer bewust te maken van hoe voedsel wordt geproduceerd.

'Ik wil stap voor stap uitbreiden. De bedoeling is om de groenteteelt een vaste plek te geven binnen het akkerbouwbedrijf. Met bijzondere teelten kunnen we ons onderscheiden', besluit Cornelissen.



Veehouders Henriëtte en Henk Berkvens in Ospel (LB)
Veehouders Henriëtte en Henk Berkvens in Ospel (LB) © John Lamers

'We gaan door met Texelaars en opfokhennen met een gangbare bedrijfsvoering'


Ruim boven de norm voor piekbelasters zat het pluimveebedrijf van Henk en Henriëtte Berkvens in het Limburgse Ospel. Met een weide van 3 hectare en een koude scharrelruimte voldoet hun bedrijf ruimschoots aan alle eisen voor circa 28.000 biologische opfokhennen. Maar de opkoopregeling kende een koude scharrelruimte niet, waardoor de vergoeding te laag werd.

Met de vergoeding van 120 procent vanuit de piekbelastersregeling zouden ze het bedrijf netjes kunnen afbouwen, dachten Henk en Henriëtte Berkvens. 'Al doet het wel pijn dat ook we dan ook afscheid hadden moeten nemen van onze Engelse Texelaars', zegt Henk Berkvens. 'Waarom toch? Wat hebben die met piekbelasting te maken?'

Maar goed, met de vergoeding voor het inleveren van de rechten en de versnelde afschrijving van de stal zou het bedrag hoog genoeg zijn geweest om wat nieuws op te bouwen. 'Een caravanstalling, bijvoorbeeld. En we hadden nog wat kunnen reserveren voor ons pensioen. Want een bedrijfsopvolger hebben we niet', licht Berkvens toe.

Maar het bleek een probleem te zijn dat ze met de koude scharrelruime ruimschoots voldeden aan de biologische eisen. Berkvens: 'We zouden de scharrelruimte niet vergoed krijgen. Bij de leghennen kreeg de lobby van LTO/NOP dit nog wel voor elkaar, maar voor de biologische opfok lukte het niet. Dit betekende dat we een derde minder vergoed kregen.'

Er werd een bezwaarschrift ingediend, maar een antwoord bleef uit. 'Toen kregen we te horen dat onze termijn verliep, het bezwaarschrift waren ze kennelijk vergeten. Het liep op niets uit. Ons bezwaar werd niet gehonoreerd. We kwamen toen een derde tekort om fatsoenlijk te kunnen stoppen en hebben ons teruggetrokken', aldus Berkvens.


Ook Limburgse regeling niet

De Limburgse opkoopregeling leek hoop te bieden. Het was hierbij wie het eerst komt, het eerst maalt. 'Dus op de dag dat de regeling openging, zat ik zat klaar met alle benodigde documenten. Er ontbrak nog wat, maar het lukte om alles snel te vinden en voor 11.00 uur had ik alles ingevuld', stelt Henriëtte Berkvens.

'Maar het systeem liep vast. En de provincie ging toen maar over tot loting', vervolgt Berkvens. 'Daarbij vielen we weer buiten de boot. Enkele grote bedrijven werden wel opgekocht, dan ga je toch nadenken. Klopt het wel?'

Dat ze niet mee konden doen aan de provinciale regeling was erg jammer. 'Bij deze regeling mochten we wel verder met de schapen en hoefden niet alle stallen verplicht te worden gesloopt. De nieuwste stal is daarbij prima te hergebruiken. Dus dat betekent minder kapitaalvernietiging. Maar dat ging dus ook niet door', vertelt de veehouder.


Doorgaan

De ondernemers hebben zich erbij neergelegd en gaan met frisse moed door met de Engelse Texelaars en opfokhennen. 'We hebben nu geen biologische opfok meer, want sinds corona is de vraag naar biologische eieren – en daarmee naar biologische hennen en dus ook naar de opfok – ingezakt. We konden omschakelen naar opfok voor Rondeel, omdat we een koude scharrelruimte hebben. We zijn daartoe zelfs overgestapt naar uitkomst in de stal. En vervolgens ook nog van bruine naar witte hennen', legt Berkvens uit.

Door de overstap naar witte hennen, die veel langer produceren, is er nu een overschot aan opfokcapaciteit voor Rondeel. Berkvens heeft hierdoor vaak een koppel reguliere opfokhennen in de stal. Door alle vogelgriepperikelen is de vraag naar opfokcapaciteit voor regulier gelukkig wel groot. En mocht die vraag minder worden, dan is omschakelen naar Beter Leven-vleeskuikens ook nog een optie.

Hoe het op termijn uitpakt, is niet zeker. Er zullen regels komen om de stikstofuitstoot te beperken en die zijn mogelijk lastig in te passen in de huidige opfokstal. Maar wanneer is nog de vraag. 'We wachten af, want de overheid is ook wat dit betreft niet betrouwbaar', stelt Berkvens. 'We willen ons bedrijf mogelijk nog wel aanpassen, maar dan moet je zeker weten dat je minstens tien jaar vooruitkunt. En dat is de afgelopen jaren lang niet altijd het geval geweest.'


Controleurs kennen eigen regels niet

Of ze nog een keer het bedrijf aanpassen aan nieuwe eisen, zoals ze altijd hebben gedaan, is niet te zeggen. 'Stoppen we dan met de opfok of vinden we nog iemand die onze opfokstal kan gebruiken? We zien wel', reageert Berkvens.

'Voorlopig hebben we er nog plezier in met zowel de opfokhennen als de schapen. Ook al maken de controlerende instanties het je geregeld moeilijk, omdat ze soms hun eigen regels niet kennen. Zo willen ze bijvoorbeeld tijdens een vogelgriepuitbraak de schapen komen controleren...'

Het echtpaar heeft geen groot bedrijf en ze hebben er ook altijd naast gewerkt. Henriëtte Berkvens is buiten de deur actief in het onderwijs. 'Werken buitenshuis betekent wel dat je daarnaast altijd 24 uur per dag, zeven dagen in de week verantwoording hebt voor je dieren', benadrukt Henk Berkvens. 'Als er bijvoorbeeld wat is met de ventilatie, het voer of het water, moet je direct kunnen reageren. We hebben dan ook altijd een achterwacht en op afstand kunnen we zien wat er aan de hand is in de stal en de juiste instructies geven.'

Lees ook

Marktprijzen

Meer marktprijzen

Laatste nieuws

Nieuwste video's

Kennispartners

Meest gelezen

Nieuw op MechanisatieMarkt.nl

Meer advertenties

Vacatures

Weer

  • Donderdag
    9° / 6°
    60 %
  • Vrijdag
    10° / 1°
    20 %
  • Zaterdag
    15° / 8°
    10 %
Meer weer