‘Het perspectief ligt op het erf, maar provincie moet wel zorgen dat boeren vooruit kunnen’
Boeren meer ruimte geven en tegelijkertijd voldoen aan natuur-, water- en stikstofeisen: in Zuid-Holland komt het samen. Gedeputeerde Aad Straathof (BBB) wil de boer centraal stellen, maar zonder valse beloftes. De provincie moet richting geven, barrières wegnemen en beleid uitvoerbaar houden. ‘Het perspectief ligt op het erf, wij moeten zorgen dat boeren vooruit kunnen.’
Na een week afwezigheid zit Straathof weer op zijn plek in het provinciehuis in Den Haag. Een val met zijn speedpedelec – ‘ik dacht dat die automobilist mij zag, maar hij remde niet’ – leverde een gebroken kaak en de nodige schaafwonden op. ‘Dan besef je dat het ook heel anders had kunnen aflopen. Ik ben vooral blij dat ik er zo van af ben gekomen.’
Zijn snelle fiets gebruikt Straathof geregeld. ‘Ik probeer één keer per week op de fiets naar Den Haag te komen. Dat leg ik mezelf ook een beetje op. Je zit hier toch vooral te vergaderen, dus beweging is wel nodig.’ Er zit nog een ander voordeel aan als hij de tweewieler gebruikt bij bedrijfsbezoeken, zegt hij. ‘Ik kom toch anders binnen. Als ik uit een dienstauto stap, is de entree anders dan wanneer ik op de fiets kom. Het gesprek begint vaak directer. Er is minder afstand.’
In de uitvoeringsagenda landbouw staat dat de boer centraal wordt gesteld. Wat betekent dat concreet?
‘Provincies maken ruimtelijk- en omgevingsbeleid en stellen kaders. Dat blijft zo. Maar binnen die kaders willen wij nadrukkelijk uitgaan van het agrarisch bedrijf en de ondernemer die daar werkt. Veel boeren hebben het gevoel dat zij niet centraal staan, maar vooral met regels en verplichtingen te maken hebben. Wij willen dat anders benaderen.’
‘De agrariër is vakman of vakvrouw en moet de ruimte krijgen om het beter te doen dan gisteren. Wat ‘beter’ is, verschilt per gebied en per bedrijf. In Midden-Delfland werken ondernemers bijvoorbeeld al met kritische prestatie-indicatoren (KPI’s) en een kringloopcertificaat. Dan wordt inzichtelijk wat je doet, waar je staat en waar verbetering mogelijk is. Dat helpt, omdat ondernemers dan ook kunnen zien waarop ze worden beoordeeld.’
Lees ook: Onvrede in Zuid-Hollandse politiek over uitblijven landbouwvisie
Dus geen blauwdruk voor de Zuid-Hollandse boer?
‘Nee. Die bestaat ook niet. Je hebt natuurinclusieve boeren, hightechbedrijven, ondernemers die vooral op productie zitten en bedrijven die verbreding nodig hebben om overeind te blijven. Dat kan groot en klein zijn. Die mix moet er ook zijn, juist omdat de omstandigheden zo verschillen.’
Toch schept zo’n uitspraak ook verwachtingen. Als je zegt dat de boer centraal staat, moet je dat ook waarmaken.
‘Dat klopt. Maar het alternatief is ook niet mals. Als je boeren niet uitdaagt en stimuleert om de goede kant op te bewegen, dan blijft uiteindelijk alleen generiek sturen met verplichtingen, kortingen en sancties over. Daar komt weinig beweging uit voort.’
‘Wij kiezen dus bewust voor stimuleren, samenwerking en innovatie. Wat daarbij helpt, is dat het nieuwe kabinet op hoofdlijnen meer aansluit bij de lijn die wij in Zuid-Holland al hadden ingezet. Dat maakt het makkelijker om beleid op elkaar te laten aansluiten. Boeren hebben niets aan overheden die verschillende kanten op bewegen.’
Boeren hebben niets aan overheden die verschillende kanten op bewegen
Hoeveel ruimte heeft Zuid-Holland zelf nog, gezien de invloed van Brussel?
‘Die ruimte is er, maar is zeker begrensd. Europese regels werken direct door en dat is niet altijd even productief. Wij hebben hier in Zuid-Holland enorm veel variatie. Als ik ’s morgens naar mijn werk rijd, kom ik binnen 20 minuten vier verschillende grondsoorten tegen. Dat zegt wel iets over hoe divers deze provincie is.’
‘Generiek beleid past daar vaak slecht bij. Daarom is het belangrijk dat wij als provincie Zuid-Holland ook actief zijn richting Brussel. Wij hebben daar onze lobby. We proberen duidelijk te maken wat hier werkt en wat niet. Daar trekken we ook samen in op met andere provincies.’
Kunt u daar een voorbeeld van geven?
‘Neem het verband tussen bemesting en waterkwaliteit. Op papier kan een maatregel tot reductie logisch lijken, maar als die er in de praktijk toe leidt dat de bodem op termijn wordt uitgeput, zijn we niet verstandig bezig. Dan lossen we misschien één probleem op, maar creëren we een volgend probleem.’
Boeren krijgen een stapeling van opgaven op zich af: stikstof, waterkwaliteit, biodiversiteit, natuur en grondgebruik. Is dat nog bij te houden?
‘Dat is lastig. Er komt veel informatie op boeren af. Ik zat laatst bij een melkveebijeenkomst waar bijna twee uur over Europese beleidsontwikkelingen werd gesproken. Ik dacht al snel: wat moet een boer hier morgen mee op zijn bedrijf? Dat is overkill.’
‘Ik geloof in lerende netwerken. Agrarisch ondernemers kunnen iets van elkaar opsteken, praktische voorbeelden zien en kennis krijgen die direct toepasbaar is. Vroeger gebeurde dat veel meer in studieclubs en dergelijke, maar ondernemers zijn steeds individualistischer geworden en spreken hun collega’s minder. Terwijl het juist machtig mooi is om met vakgenoten te sparren.’
‘Ik denk met enige weemoed terug aan de Melkvee Academie, waarin de banken ook een aanjagende rol hadden. Boeren gingen bij elkaar kijken, bespraken keuzes en zagen wat werkte. De ene ondernemer liet zien waarom hij zijn stal op een bepaalde manier had aangepast, een ander deed juist iets heel anders. Dat leverde echte gesprekken op waar je direct iets mee kon.’
En daar kunnen banken volgens u ook een rol in spelen?
‘Zeker. Dat zou de banken ook sieren. Boeren en tuinders hebben vaak goede ideeën, maar lopen vast op financiering. Banken zijn in de loop der jaren wat verder van hun primaire klanten af komen te staan. Dat is niet verwijtend bedoeld, maar het is wel de realiteit. Juist daarom zouden ook zij weer meer in dat soort leeromgevingen aanwezig moeten zijn.’
‘Dan verandert het gesprek. Dan gaat het niet alleen over risico en spreadsheets, maar ook over de vraag wat er op een bedrijf echt mogelijk is. Banken kunnen daar ook zelf van leren. Het gaat erom dat de partijen die allemaal iets van de landbouw vragen of mogelijk moeten maken, elkaar beter verstaan: boer, overheid, onderzoek, onderwijs en financiering.’
Is er eigenlijk voldoende geld voor die transitie?
‘Geld is op dit moment niet het grootste probleem. Er zijn middelen beschikbaar, ook vanuit het Rijk. De echte uitdaging zit erin om goede ideeën zo uit te werken dat ze voldoen aan alle voorwaarden, bijvoorbeeld op het gebied van staatssteun. Het moet juridisch kloppen en aantoonbaar bijdragen aan de doelen. Pas daarna kun je er ook daadwerkelijk geld aan koppelen.’
‘Daar zit nu de bottleneck. Het Rijk stelt zo’n 50 miljoen euro beschikbaar voor fieldlabs in Zuid-Holland, Noord-Holland en Utrecht. Daarmee kunnen agrarisch ondernemers en onderzoekers samen experimenteren met innovaties en managementmaatregelen. Als je daar lessen uit haalt, moet je die ook breder delen. Anders blijft het te veel bij pilots. Als provincie hebben we 5,4 miljoen euro gereserveerd om dat proces te stimuleren, partijen bij elkaar te brengen en deelnemers te enthousiasmeren.’
Tekst gaat verder onder het kader
Van waterschap naar provincie Aad Straathof heeft een lange bestuurlijke staat van dienst in het water- en landbouwdomein. Jarenlang was hij actief bij het hoogheemraadschap van Rijnland, waar hij zich onder meer bezighield met waterbeheer en het landelijk gebied. In die periode bouwde hij een stevige inhoudelijke basis op, onder meer rond bodemdaling en veenweideproblematiek. Bij LTO Noord was Straathof jarenlang portefeuillehouder bodemdaling voor regio West. Daarmee stond hij dicht bij de praktijk van boeren en de impact van beleid op het erf. Die combinatie van bestuurlijke ervaring en praktijkkennis vormt nog altijd de basis van zijn huidige werk. Na die periode buiten het waterschapsbestuur keerde hij in 2023 terug als hoogheemraad bij Rijnland. In september 2025 maakte hij de overstap naar provincie Zuid-Holland, waar hij namens de BBB Frank Rijkaart opvolgde als gedeputeerde voor onder meer landbouw. Die overgang vroeg wel aanpassing. Waar het waterschap zich sterk richt op water en uitvoering, is het werk bij de provincie breder en duidelijk politieker. ‘Het is factor twintig politieker’ zegt hij zelf. Besluitvorming verloopt via Provinciale Staten, met meer dossiers, meer belangen en meer afstemming. Die verandering betekent ook dat de afstand tot de praktijk groter kan worden. Juist daarom probeert Straathof ruimte te houden voor werkbezoeken en contact met boeren. ‘Ik wil op de hoogte blijven van waar het over gaat. Anders raak ik te ver van de praktijk verwijderd.’
Een ander groot thema in Zuid-Holland is de bescherming van landbouwgrond. Waarom is dat zo urgent?
‘Omdat de druk op de ruimte enorm is. In de afgelopen vijftig jaar is het landelijk gebied gehalveerd en de stad verdubbeld. Dat kunnen we ons niet nog een keer veroorloven. Tegelijkertijd zijn er genoeg claims die dat opnieuw zouden kunnen veroorzaken: woningbouw, infrastructuur en energie.’
‘Het is niet zo dat landbouwgrond altijd landbouwgrond kan blijven. Ook in Zuid-Holland moet je ruimte maken voor andere opgaven. Maar landbouwgrond mocht in beleid wel erg makkelijk verschuiven. Dat had te maken met hoe het in de omgevingsverordening was opgeschreven: te algemeen, te weinig houvast.’
‘We willen scherper krijgen wanneer je nog aan landbouwgrond mag komen en wanneer niet. Daar moet een betere afweging onder liggen. Anders blijft het te makkelijk om, zodra ergens ruimte nodig is, weer naar het buitengebied te kijken.’
Tegelijkertijd kwam er kritiek dat de uitvoeringsagenda voor de landbouw te weinig visie bevatte.
‘Ik begrijp dat wel. Er staan goede dingen in, maar ook onderdelen die nog verder uitgewerkt moeten worden. Ik noem dat weleens jonge kaas: er zit veel potentie in, maar het moet nog rijpen.’
U bent zelf boer. Helpt dat in dit werk?
‘Ja, omdat ik de praktijk ken. Maar ik moet wel oppassen dat ik niet alleen vanuit mijn eigen ervaring blijf redeneren. Ik ben bestuurder en moet breder kijken. Neemt niet weg dat ik het belangrijk vind om nauw contact te houden met de sector.’
Wat wilt u dat boeren meenemen uit dit verhaal?
‘Dat de provincie hun perspectief niet bepaalt, maar wel richting geeft. En dat wij proberen de voorwaarden zo te maken dat boeren die vooruit willen, die stap ook daadwerkelijk kunnen zetten.’
Voor de fotoshoot loopt Straathof in zijn kantoor even naar een bak met allemaal verschillende gewassen, een soort miniatuurstadslandbouw. Hij grapt: ‘Als we de provincie ook groen willen houden, dan kan ik zelf zeker het goede voorbeeld geven.’
Beleid steeds toetsen aan een generatie die er straks mee verder moet Thuis combineert Aad Straathof zijn bestuurlijke werk met een bedrijf dat in de afgelopen jaren duidelijk is veranderd. De melkveehouderij is afgebouwd, maar het erf blijft volop in gebruik. Er lopen nog Lakenvelders en het recreatieve deel groeit. Tegelijkertijd werkt hij eraan om die activiteiten om te zetten van neventak naar hoofdfunctie. Een proces dat hem opnieuw laat ervaren hoe ingewikkeld regelgeving in de praktijk kan zijn. Het bedrijf draait inmiddels grotendeels op medewerkers in deeltijd, van onderhoud tot organisatie en ontvangst. Toen Straathof weer bestuurder werd voor het waterschap is dat bewust zo ingericht. Vier dagen per week afwezig zijn vraagt om vertrouwen en duidelijke afspraken. ‘Dat moet je goed regelen, anders werkt het niet,’ zegt hij. Zelf probeert hij het contact te houden, bijvoorbeeld via regelmatig een kop koffie aan het begin of einde van de dag. In gesprekken over landbouw en beleid speelt ook dochter Merel Straathof regelmatig een rol. Zij is namens het Nederlands Agrarisch Jongeren Kontakt (NAJK) actief voor de jonge boeren en tuinders en beweegt zich nadrukkelijk in het publieke debat. Voor Straathof is dat meer dan iets persoonlijks. Hij ziet bij haar generatie hoe belangrijk het is dat jongeren zich laten horen en meedenken over de toekomst. Vader en dochter sparren geregeld. Niet dagelijks, daarvoor zijn hun agenda’s te vol, maar wel vaak genoeg om elkaar scherp te houden. Dochter Merel kijkt volgens hem met een frisse en directe blik naar dossiers; minder belast door het verleden en daardoor soms ook stelliger in haar keuzes. Ze zijn het niet altijd eens, maar dat hoeft ook niet, vindt Straathof. ‘Juist die verschillen maken de gesprekken waardevol. Als we alleen maar bevestiging zoeken, leren we weinig.’ Het helpt hem om beleid steeds weer te toetsen aan een generatie die er straks mee verder moet. Tegelijkertijd ziet hij hoe betrokken jonge boeren en tuinders zijn. Niet afwachtend, maar actief en zichtbaar. ‘Dat stemt me optimistisch over de toekomst.’
Bekijk meer over:
Lees ook
Marktprijzen
Meer marktprijzen
Laatste nieuws
Nieuwste video's
Kennispartners
Meest gelezen
Nieuw op MechanisatieMarkt.nl
-

Pottinger SYNKRO 5020 K cultivator (HIL) #779283
Gebruikt, P.O.A.
-

John Deere 4066R compacttrekker (LIE) #779075
Gebruikt, P.O.A.
-

Evers Forest XL 9-310 R62
Gebruikt, P.O.A.
-

Lemken Juwel 8 iV 4 schaar ploeg (ZAN) #517314
Gebruikt, P.O.A.
Vacatures
Redacteur Business & Markten
Nieuwe Oogst - Zwolle, Nederland
Buitendienst Bodem, Water en Lucht
TAUW - Rotterdam
Managementassistent faunabeheer
FBE Flevoland en FBE Utrecht - Lelystad En Renswoude
Proeftechnisch specialist kasklimaat
Wageningen University & Research - Wageningen
Financieel Administratief Medewerker Agrarisch
Wageningen University & Research - Wageningen
Weer
-
Zondag14° / 5°20 %
-
Maandag16° / 8°50 %
-
Dinsdag16° / 7°70 %
















