'Imago van vlees uit Nederland in buitenland is onze kracht'

'De kracht van de vleessector zit in het imago dat vlees uit Nederlands in het buitenland heeft', stelt Frans van Dongen, tot 1 april directeur internationale zaken bij de Centrale Organisatie voor de Vleessector (COV). Die positie van de vleesexport in de wereld ontleent ons land aan waarden als voedselveiligheid en kwaliteit. Duurzaamheid wordt het nieuwe vlaggenschip van vlees uit Nederland, is de overtuiging van Van Dongen.

%27Imago+van+vlees+uit+Nederland+in+buitenland+is+onze+kracht%27
© COV

De veehouderij in Nederland staat onder druk. Er zal eerder minder vee komen dan meer. Dat valt niet te ontkennen, stelt Van Dongen. Maar hij is vol vertrouwen dat met de duurzaamheidsslag die is ingezet, vlees uit Nederland zijn positie binnen de vleesexport kan behouden. Van Dongen plaatst daarbij de kanttekening dat de extra investeringen die meer duurzaamheid met zich meebrengen, wel verzilverd moeten kunnen worden.

Hoogtepunt voor mij was dat we na vijftien jaar intensief lobbyen weer met kalfsvlees naar de Verenigde Staten mochten

Frans van Dongen, directeur internationale zaken bij COV

Zo'n 35 jaar vervulde Van Dongen de functie van Europees lobbyist. Voorzitter Rob Tazelaar van het Productschap Vee en Vlees vroeg hem voor deze nieuwe functie. Tazelaar was zelf ambtenaar geweest in Brussel bij de Europese Commissie en al vroeg doordrongen van het belang van een goede vertegenwoordiging in het politieke hart van Europa. 'Als vleessector waren wij er vroeg bij.'


Waar bestond uw werk uit?

'In mijn eerdere baan in Den Haag bij het Landbouwschap werkte ik binnen een vaste structuur met vergaderingen en overleggen. In Brussel was er nog niets. Daar moest ik eerst een structuur neerzetten, waarbinnen ik onze boodschappen kwijt kon.

'Toen ik in Brussel kwam, waren we op weg naar 1992. Het jaar waarop de interne markt geopend moest worden en landsgrenzen geslecht.'


Tijdens uw afscheid op de jaarvergadering van het COV werd aan die tijd gerefereerd met een anekdote.

'Klopt. Die anekdote is illustratief voor waar we toen mee bezig waren: het harmoniseren van wetgeving. Mijn opdracht was die met het oog op de Nederlandse concurrentiepositie zo dicht mogelijk te laten aansluiten bij onze wetgeving. De regelgeving voor gehakt bijvoorbeeld werd voorbereid door een uit Italië afkomstige ambtenaar die een document voor Europa maakte dat was gebaseerd op Italiaanse regelgeving voor gehakt.

'Italiaans gehakt is anders dan Nederlands gehakt. In Italië, maar ook in Frankrijk en Duitsland wordt gehakt vers gedraaid, wanneer je dat koopt. Zij willen het rauw kunnen eten. Nederlands gehakt wordt altijd verhit gegeten. Voor Nederland was de voorgestelde EU-wetgeving onacceptabel, omdat die gehakt duur zou maken.

'Er is toen veel gelobbyd. Uiteindelijk kwam er door druk via het Europees Parlement een versie die voor Nederland acceptabel was. Mijn opdracht was om ervoor te zorgen dat Nederland concurrerend kon blijven produceren.'


Uw werk valt eigenlijk in tweeën uiteen: Europese lobby en internationale lobby. De BSE-crisis heeft bij beide een grote rol gespeeld. Wat veranderde er door de BSE-crisis?

'In 1997 werd in Nederland voor het eerst BSE vastgesteld. Hoe ingrijpend die crisis ook was, die gaf ons wel kansen bij de hervorming van het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB). Met de kennis van nu noem ik het GLB van toen wel eens een snoepwinkel. Er waren ongelooflijk veel subsidie- en steunmaatregelen waarvan de agrarische sector gebruik kon maken.

'Het Europese landbouwbeleid was gericht op graan, zuivel, rundvlees en schapen. Voor de BSE-crisis waren er ook veel buitenlandse runderrassen zoals Limousin en Blonde d'Aquitaine die in Nederland werden ingezet voor de rundvleesproductie. Al voor de BSE-crisis verschoof de EU-steun voor rundvleesproductie van intensief naar extensief. Daardoor ging er minder inkomenssteun naar Nederlandse rundvleesproducenten en kromp de pure rundvleesproductie drastisch.

'Kalfsvlees was in die tijd een vrije sector en viel niet onder premie- en restitutieregelingen. Door de BSE-crisis werd de EU zich ervan bewust dat zuivel- en kalfsvlees communicerende vaten zijn. Door de Nederlandse inzet kwam er in het jaar 2000 ook EU-steun voor wit- en rosékalfsvlees. EU-premies zijn nu grondgebonden, maar door de Europese steun uit die tijd is onze kalfsvleessector sterker geworden.'


Tijdens de BSE-crisis werd ook pijnlijk duidelijk dat vlees niet zonder promotie kan. Kunt u dat toelichten?

'De BSE-crisis was niet voorzien. De prijzen van rundvlees kelderden en landsgrenzen gingen dicht. Voor een land als Nederland, dat onder andere rundvlees exporteerde naar Saoedi-Arabië en de Verenigde Staten, was dat desastreus. Als Nederlandse vleessector hebben we toen intensief actiegevoerd. Dat leidde tot de erkenning van de kalfsvleessector. In die tijd werd ook de kiem gelegd voor de promotieregeling voor landbouwproducten.

'De eerste was die voor rundvlees. Daarna is Brussel ons ook sterk gaan ondersteunen om ook weer naar markten buiten de EU te kunnen exporteren. Bij handelsbeperkingen blijken onderhuids vaak ook politieke belemmeringen te spelen. Vanaf begin deze eeuw bestond mijn werk ook voor een belangrijk deel uit het openbreken van nieuwe markten, zoals die voor kalfsvlees naar Japan en toegang voor varkensvlees naar China.

'Hoogtepunt voor mij was dat we na vijftien jaar lang en intensief lobbyen met veel politiek gevoelige kanten met kalfsvlees weer naar de Verenigde Staten mochten.'


Nu u met pensioen gaat, hoe wordt het lobbywerk dan voortgezet?

'Mijn werk is in de loop der jaren sterk veranderd. Het GLB ligt vast en de focus ligt nu veel meer op het opkomen voor de gezamenlijke belangen van de Europese vleessector dan voor de individuele belangen van de Nederlandse vleessector. Tegengas geven tegen alle negatieve framing rond het houden van vee en eten van vlees.

'Daarom is ervoor gekozen om mijn werk te verdelen over twee mensen: Robin de Bruine, hij werkte onder andere bij Nepluvi, pakt de Europese en Nederlandse lobby op. Ruben van Rooij neemt het internationale deel voor zijn rekening. Met hem werk ik al jaren samen.

'Er wordt ook steeds vaker gelobbyd samen met andere Europese partners. In ons omringende landen spelen namelijk dezelfde discussies over bijvoorbeeld dierenwelzijn en klimaat. Vanuit dat oogpunt is het ook zo belangrijk dat COV-voorzitter Laurens Hoedemaker oktober vorig jaar is gekozen tot voorzitter van European Livestock and Meat Trades Organisation. Hij heeft de ingangen en gaat een belangrijke rol spelen in de internationale belangenbehartiging.'

Bekijk meer over:

Lees ook

Marktprijzen

Meer marktprijzen

Laatste nieuws

Nieuwste video's

Kennispartners

Meest gelezen

Nieuw op MechanisatieMarkt.nl

Meer advertenties

Vacatures

Weer

  • Maandag
    23° / 12°
    20 %
  • Dinsdag
    21° / 16°
    50 %
  • Woensdag
    20° / 13°
    20 %
Meer weer