Volt-Kamerlid Marieke Koekkoek: 'Terugbrengen van vertrouwen in de overheid'

Volt kwam ruim een jaar geleden in de Tweede Kamer. Te midden van de coronapandemie en de stikstofcrisis timmert de partij aan de weg. Kamerlid Marieke Koekkoek legt uit hoe Volt tegen de land- en tuinbouw aankijkt. 'Landbouw hoort voor ons bij het vraagstuk van de klimaatverandering. We zien landbouw als kans in dit geheel.'

Volt%2DKamerlid+Marieke+Koekkoek%3A+%27Terugbrengen+van+vertrouwen+in+de+overheid%27
© DIRK HOL

Voor straffe uitspraken, ronkende oneliners of verwijten aan andere partijen moet je niet bij Volt zijn. De partij wil zich juist profileren als verbinder en kiest liever een genuanceerd standpunt, zegt Marieke Koekkoek. 'Het helpt in de politiek als je je ergens tegen kunt afzetten. We hebben ook geen 'natuurlijke vijand' op wie we boos zijn. In de politiek bestaat de neiging om tegenstellingen aan te zetten. Maar dat overschaduwt de dingen die ons verbinden.'

Het speerpunt moet zijn: hoe komen we uit het wantrouwen ten aanzien van de overheid?

Marieke Koekkoek, Tweede Kamerlid voor Volt

Ik ben weleens bang dat we zo'n genuanceerd standpunt hebben, dat het lijkt alsof we geen standpunt hebben, vervolgt Koekkoek. 'We weten duidelijk welke kant we op willen en zijn daar principieel in, maar in de manier waarop we die richting bewandelen, willen we zoveel mogelijk mensen meenemen. Uiteindelijk moeten we naar een klimaatneutraal Europa om de doelen van het Parijs-akkoord te halen. En daarin moeten ook boeren goed kunnen verdienen.'


Hoe belangrijk is de agrarische sector voor Volt?

'Wij kijken naar vijf, zes grotere thema's. In plaats van op gedetailleerde onderwerpen te zitten, kijken we naar thema's die belangrijk zijn voor de komende vijftig jaar. Landbouw hoort voor ons bij het vraagstuk van de klimaatverandering. In het meest recente IPCC-rapport staat dat we nog vijf jaar hebben om binnen de 1,5 graad opwarming van de aarde te blijven. En er staat onder meer dat landbouw 15 procent van de oplossing vormt om dat doel te halen. We zien landbouw als kans in dit geheel.'


Hoe kijken jullie naar het Nederlandse landbouwbeleid?

'We moeten meer en verder vooruit denken. Neem bijvoorbeeld de boer-tot-bordstrategie. Die is nu nog niet bindend, maar in 2027 of 2030 worden sommige onderdelen wel omgezet in bindende regels. Daar kun je dus nu al bindende regels voor maken, zodat boeren kunnen investeren voor de lange termijn. Dus moet je nu beleid maken voor over tien jaar. Dat gebeurt nu nog veel te weinig. Er wordt meestal een jaar of twee vooruitgekeken. Bijvoorbeeld hoe we zo snel mogelijk uit de stikstofcrisis komen. Dan werk je voor de korte termijn.

'Het stikstofprobleem is steeds vooruitgeschoven naar een volgend kabinet. Totdat een gerechtelijke uitspraak ons dwong tot het maken van keuzes waarbij mensen gaan verliezen. Goed bestuur is zorgen dat er zo min mogelijk verliezers zijn bij politieke keuzes. Dat doe je door vooruit te kijken. Er is lef nodig om te zeggen: 'We gaan nu dingen doen waarvan we niet zeker weten of of ze precies zo moeten. Dan praat je vanuit een doel waar je heen wilt.'


Wie is daarvoor verantwoordelijk?

'We hebben samen dit systeem gemaakt. Daar hebben we ook allemaal voordelen van gehad, zoals voldoende betaalbaar voedsel. Maar we moeten nu omschakelen. Boeren zijn de eersten die door regels worden gedwongen iets anders te doen, omdat het de gemakkelijkste groep is voor beleidsmakers. Ze zijn makkelijker te sturen dan bijvoorbeeld de consument. Dat is niet terecht. Wij willen er een gezamenlijke verantwoordelijkheid van maken.

'Door fiscale maatregelen zoals een vleestax en verlaging van btw op groente en fruit. Maar ook door consumenten bewust te maken dat de prijs voor voedsel te laag is en er te weinig voor de boeren overblijft.'


In hoeverre steunen jullie het stikstofbeleid van het kabinet?

'De inzet is niet verkeerd. Een minister voor Natuur en Stikstof is een waardevolle toevoeging en de gebiedsgerichte aanpak is op zich een goed idee. Maar ik merk dat er nog heel weinig concreet is. Er komen voor de zomer nog vijf brieven van het kabinet. Die moeten de details geven, waardoor ik kan bepalen of ik het ermee eens ben.

'Als het kabinet er binnen nu en driekwart jaar in samenwerking met de boeren uit wil komen, denk ik dat het voor veel mensen voelt als onderhandelen met een pistool op je hoofd, omdat de optie onteigenen op tafel ligt. Het speerpunt moet zijn: hoe komen we uit het wantrouwen ten aanzien van de overheid? Hoe komt het vertrouwen terug, want dat heeft een tik gehad.'


Wie betaalt de verduurzaming van de landbouw?

'Dat is een gezamenlijke verantwoordelijkheid. Iedereen zal een bijdrage moeten leveren. Ik denk aan het inzetten van de ecoregeling uit het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid en andere fondsen die in Nederland beschikbaar zijn. Een deel moet ook van de consument komen. Die moet accepteren dat eten in Nederland een stukje duurder wordt, omdat het niet langer zo goedkoop kan worden aangeboden. Als overheid moet je voor die boodschap je nek uitsteken. En de keten moet bijdragen.

'Tot slot zal een deel ook bij de agrarisch ondernemers terechtkomen. Ze zullen moeten investeren in de toekomst. Dat hoort ook bij ondernemer zijn.

'Ik snap dat er consumenten zijn die een prijsverhoging als eerste merken, maar we moeten erkennen dat de prijs voor ons voedsel te laag is en de winstmarge voor de boer te klein.'


Moet Nederland zijn exportpositie behouden?

'Ik ben niet tegen voedselexport. Maar logischerwijs moeten we stoppen met overproduceren, omdat het te veel kost op gebied van klimaat en biodiversiteit. Dat zal er automatisch toe leiden dat we minder exporteren. Het is op de korte termijn niet erg als de productie daalt, want we hebben genoeg te eten in Nederland. Zeker omdat we onderdeel zijn van de Europese Unie en daarmee lang veilig zijn als het aankomt op voedselzekerheid.

Als we dat doen, in combinatie met het uitwisselen van landbouwkennis met landen waar wel tekorten zijn, denk ik dat we ons als wereld niet druk hoeven maken wanneer Nederland minder voedsel produceert. Met die uitwisseling van kennis maak je andere landen ook weerbaarder.'


Moet de veestapel krimpen?

'We zijn niet voor halvering van de veestapel. Dat is een verkeerd startpunt omdat je het gesprek tussen mensen daarmee veel moeilijker maakt. Maar we moeten realistisch zijn. Als je maatregelen neemt voor de natuur, de biodiversiteit of de waterkwaliteit, gaat het wel toe naar minder vee op het erf. En los van de principiële discussie zijn er praktische reden waarom je daarnaar moet kijken. Het argument dat vanuit zoönose nare dingen kunnen ontstaan, zit nu wel tussen de oren. Daarom zou je moeten nadenken over hoeveel dieren je bij elkaar kunt en wilt houden.

'Maar het allerbelangrijkste is dat we daar samen over nadenken. De extremere meningen bestaan in frames, in oneliners in de krant, maar niet bij mensen in de praktijk.'


Koekkoek als nieuwkomer met voorkeur in de Kamer gekozen

Marieke Koekkoek (33) groeide op in Amsterdam en woont inmiddels in Utrecht. Ze studeerde Nederlands recht aan de Universiteit Utrecht. Nadien studeerde ze Internationaal handels- en investeringsrecht aan de Universiteit van Amsterdam en Internationaal economisch recht en beleid aan de Universiteit Barcelona. Ze werkte onder meer in China en België. Ze sloot zich in 2018 aan bij Volt omdat ze vond dat bepaalde kwesties zoals klimaatproblemen en de opvang van migranten 'niet door een nationalistische bril' moeten worden bekeken, maar Europees moeten worden aangepakt. Ze schreef mee aan het Europese programma van de partij. In 2021 werd ze met voorkeursstemmen in de Tweede Kamer verkozen.

Bekijk meer over:

Lees ook

Marktprijzen

Meer marktprijzen

Laatste nieuws

Nieuwste video's

Kennispartners

Meest gelezen

Nieuw op MechanisatieMarkt.nl

Meer advertenties

Vacatures

Weer

  • Zondag
    2° / -1°
    5 %
  • Maandag
    4° / 2°
    20 %
  • Dinsdag
    5° / 3°
    5 %
Meer weer