Minder emissie ammoniak en methaan met weiden

Weidegang is niet alleen gunstig vanwege een lagere ammoniakemissie ten opzichte van bijvoorbeeld zomerstalvoedering, ook geeft het een lagere methaanuitstoot van 10 tot 30 procent ten opzichte van kuilgras. Zo kunnen veehouders via hun graslandmanagement werken aan emissiereductie.

Minder+emissie+ammoniak+en+methaan+met+weiden
© Twan Wiermans

Dat blijkt uit onderzoek van Cindy Klootwijk van Wageningen University & Research (WUR) op Dairy Campus. Voor het onderzoek 'Integrale aanpak' in opdracht van LNV vergeleek ze de ruwvoervoorziening via volledige weidegang met volledig zomerstalvoeren en volledig kuilgras gedurende het voorjaar, de zomer en het najaar.

'De samenstelling in deze periodes is anders. Zo is het gras in het voorjaar suikerrijker en speelt stengeligheid in de zomer een rol en het eiwitgehalte en smaak in de herfst', stelt Klootwijk.

Uit het onderzoek blijkt dat de methaanemissie bij vers gras 10 tot 30 procent lager is dan bij het voeren van graskuil en 0 tot 20 procent bij volledige zomerstalvoedering. Het seizoen en de groeiomstandigheden van het verse gras en de kwaliteit van de graskuil bepalen het exacte percentage emissieverschil.

Veehouders kunnen zich afvragen of ze de huiskavel moeten inkuilen

Bert Philipsen, onderzoeker bij Wageningen Livestock Research

Ook keek de WUR-onderzoeker onder meer naar het verschil tussen jong en wat ouder gras. Bij haar onderzoek maakte Klootwijk gebruik van een Greenfeed, waarmee ze de uitgeademde lucht van de koeien in de wei kon analyseren.

In het voorjaar, wanneer de vers graskwaliteit het hoogst is, was de methaanemissie bij kort gras zo'n 10 procent lager dan met langer, iets stengeliger gras. Bij die hoge graskwaliteit in het voorjaar is ook het emissieverschil van weidegras met kuilgras het hoogst.

Bert Philipsen, eveneens onderzoeker bij Wageningen Livestock Research, ziet een mogelijke oorzaak: 'Suiker in kuilgras is al wat voorgeweekt, terwijl dit in vers weidegras wordt beschermd door een waslaagje. Door de herkauwactiviteiten komt dit suiker trager vrij. Dit kan invloed hebben op de verhouding van de vluchtige vetzuren azijnzuur, boterzuur en propionzuur in de pens.'


Overmaat aan waterstof

Bij vorming van azijnzuur en boterzuur ontstaat een overmaat aan waterstof, legt Philipsen uit. In combinatie met de vrijgekomen koolstof kan dat methaan vormen in de pens. 'Bij propionzuur wordt waterstof vastgelegd en is er dus ook minder methaan.'

Vers gras bevat veel voedingscomponenten, vervolgt Klootwijk. 'We zijn nog aan het onderzoeken wat daadwerkelijk zorgt voor die lage emissies. We weten heel goed hoe graskuil in de pens wordt afgebroken en wat voor methaanemissies dit oplevert. Bij vers gras en weidegang liggen er nog veel onderzoeksvragen.'

Het onderzoek toont ook aan dat weidegang leidt tot een lagere emissie dan bijvoorbeeld zomerstalvoeren, waarbij de koeien ook vers gras krijgen. Volgens Klootwijk heeft dit te maken met het stadium waarin het gras is gemaaid.


Lagere verteerbaarheid

Bij zomerstalvoeren is het gras in een later stadium gemaaid dan bij het grazen. Dat zorgt voor relatief meer stengel en hierdoor een lagere verteerbaarheid. Philipsen vult aan: 'Daarnaast kan een koe bij zomerstalvoeren niet of nauwelijks selecteren. Bij weiden kunnen koeien de stengels laten staan.'

In een ander onderzoek rekende Philipsen de emissiefactorresultaten van het onderzoek van Klootwijk uit voor de Kringloopwijzer van twaalf praktijkbedrijven. Dit betekent in het ene scenario een 15 procent lagere emissiefactor voor methaan voor de opname van gras op jaarbasis en aanvullend een 25 procent lagere emissiefactor voor methaan voor het opgenomen verse gras tot 1 juni en 15 procent erna. Het voorjaarsgras bij beweiden lijkt immers een forsere methaanemissiereductie te geven.


Aangepaste cijfers voor vers gras

Verder is gerekend met aangepaste cijfers voor het verse gras gebaseerd op bedrijfsspecifieke grasmonsters en met de opname op basis van een grasdashboard. Daarbij wordt de grasopname berekend op basis van de VEM-behoefte, om inzicht te krijgen in het effect van de onderzoeksresultaten in bedrijfsverband.

Hier kwamen deels vergelijkbare resultaten naar voren. Dit komt volgens Philipsen ook doordat hij een ander soort onderzoek doet. 'Bij Cindy wordt de ene kilo gras vergeleken met de andere. In mijn praktijkonderzoek wordt gekeken naar het totale rantsoen. Daar spelen meer variabelen dan of de koe graskuil of vers gras krijgt. Hier gaat het meer om een verkenning. Het aanpassen van die emissiefactoren gaf ons wel een goede indruk dat hier wat te halen valt.'

Bij het versgrasonderzoek en het grasdashboard in relatie tot de Kringloopwijzer bleken de verschillen minder groot. Philipsen: 'Hieruit blijkt dat die Kringloopwijzer het helemaal zo slecht nog niet doet.'


Spreiding in kwaliteit

Positief, de rekenregels rondom grasopname en graskwaliteit in de Kringloopwijzer zijn vrij goed, stelt de WUR-onderzoeker. 'Wel zien we dat er spreiding is in de graskwaliteit, waarbij de grasopname varieert. Met emissiefactoren die rekening houden met die spreiding, is bedrijfsspecifieke informatie waardevol.'

Welk beweidingssysteem hierbij past, maakt volgens Philipsen niet veel uit. 'Het gaat om het feit dat gras niet wordt ingekuild maar begraasd. Veehouders kunnen zich afvragen of ze de huiskavel moeten inkuilen of nog beter kunnen benutten met beweiden. Hier zit de grote winst uit deze onderzoeken rond methaan en ammoniak.'


Mogelijk aanvulling met maatregelen nodig

Met het vervangen van kuilgras door vers gras via weidegang is een methaanreductie te realiseren. Dit blijkt uit de berekeningen van onderzoeker Bert Philipsen van Wageningen Livestock Research op basis van gegevens van twaalf melkveebedrijven. Zeker met het aanbieden van extra weidegang, waarbij de koe jaarlijks 500 kilo droge stof extra uit de wei opneemt, is de methaanemissie uiteindelijk met 6 tot 15 procent terug te brengen. Dit vraag overigens nog wel extra onderzoek. Om tot voldoende reductie te komen, verwacht Philipsen dat mogelijk ook andere maatregelen of toevoegmiddelen nodig zijn. 'Nadeel van een toevoegmiddel is dat dit geld kost. Met ons onderzoek richten we ons op maatregelen die een bedrijf zelf kan nemen die vaak kostenneutraal zijn of zelfs iets opleveren.'


Wout Huijzer, melkveehouder in Zeerijp.
Wout Huijzer, melkveehouder in Zeerijp. © Jelte Oosterhuis

‘Vooral belangrijk dat de koe herkauwt’


De methaanreductie moet niet boven het weiden staan, vindt melkveehouder Wout Huijzer uit het Groningse Zeerijp. ‘Je kunt methaan wel reduceren door allerlei krachtvoeders en toevoegmiddelen te verstrekken, maar de koe is en blijft een herkauwer.’

Het benutten van gras heeft dan ook veel aandacht op melkveebedrijf Byvingaheerd van Huijzer, zijn vrouw Nely en zoon Martijn. Ze zitten al jaren in een grasgroeimeetnetwerk om de groei in een model te optimaliseren. Ook zijn ze een onderzoeksbedrijf in het Netwerk Praktijkbedrijven. Op basis van de Kringloopwijzer vreten de koeien jaarlijks ruim 2.000 kilo droge stof vers gras, via het grasdashboard komen ze nog iets hoger uit.

‘Qua uren zitten we aan de bovenkant van Nederland’, zegt Huijzer. De ondernemer doet de koeien in het voorjaar vroeg naar buiten. De eerste maand alleen overdag en wanneer er voldoende gras staat, dag en nacht. ‘Daarbij bouwen we het stalrantsoen af en stappen we snel over op eiwitarme weidebrok. We proberen ze tot november buiten te houden.’


Zavelgrond

Dat kan op de zavelgrond. ‘Deze is goed ontwaterd en vochthoudend. Wel is de juiste infrastructuur belangrijk. Voor de weidegang worden percelen aan goede paden benut. Ook heeft ieder perceel meerdere ingangen om te voorkomen dat de hele veestapel dagenlang op dezelfde plek de wei betreedt.’

Is weiden een oplossing? ‘We zijn net aan het meten. Met beweiden kun je binnen het rantsoen aan knoppen draaien. Wellicht dat toevoegingen kunnen helpen de methaanuitstoot te reduceren. Ik vind het belangrijk dat je een herkauwer laat herkauwen en niet de grasopname ondergeschikt maakt aan methaanreductie’, besluit Huijzer.


Bedrijfsgegevens weidegang

Het melkveebedrijf Byvingaheerd in Zeerijp heeft 120 melkkoeien op zavelgrond. Van de 70 hectare gras ligt 50 hectare in de huiskavel. De koeien kwamen in 2020 236 dagen per jaar buiten, gemiddeld tien uur per dag.


Henk Kerkers, melkveehouder in Sterksel.
Henk Kerkers, melkveehouder in Sterksel. © Johan Wissink

‘Winst weidegang snijdt aan twee kanten’


Weidegang levert Henk Kerkers uit Sterksel niet alleen extra melkgeld op vanwege vlog-melk en weidegang, ook doordat wordt bespaard op eiwitrijke brok. Zo betaalt weiden zich aan twee kanten uit, is zijn overtuiging. Tijdig sturen op ureum is daarbij een must.

De Brabantse melkveehouder focust op de opname van vers gras. Uit de berekening van WUR-onderzoeker Bert Philipsen naar de methaanuitstoot kwam zijn grasopname hoger uit dan in de Kringloopwijzer. ‘De koeien komen vooral buiten om te eten.’

Dat doen de dieren ‘s ochtends van 5 tot 9 uur buiten en ‘s avonds van 5 uur tot zonsondergang via een selectiepoort. Kerkers: ‘Met die twee momenten zijn ze per uur berekend in de wei veel effectiever.’

Daarbij wordt gestuurd met ruwvoer. Zo ligt er nauwelijks nog voer aan het hek wanneer de koeien naar buiten gaan, zodat ze daar veel vers gras opnemen. De voeropname wordt goed geregistreerd en de versgrasopname wordt ingeschat aan de hand van de hoeveelheid en de kwaliteit.


Zo snel mogelijk bijsturen

Als de koeien naar buiten gaan, draait Kerkers de hoeveelheid eiwitbrok snel terug. ‘Dan is het een kwestie van sturen met eiwitbalans-meel en energiebalansmeel, op basis van het ureumgetal. Ik probeer dit getal tussen de 15 en 20 te houden. Dat lukt prima. Belangrijk is om zo snel mogelijk bij te sturen.’

De daarbij horende lage methaanemissie is mooi meegenomen. ‘Bij het grazen volgens het Nieuw Nederlands Weiden pakt de koe met de toppen het beste van het gras. Minder structuur oftewel ndf is immers minder methaan. Daarbij wordt met deze weidegang bespaard op eiwitrijke brok. Zeker nu scheelt dat ook voerkosten’, geeft Kerkers aan.


Bedrijfsgegevens weidegang

Henk Kerkers heeft honderd melkkoeien en 60 hectare zandgrond. Daarvan ligt 23 hectare grasland in de huiskavel. Hij probeert de koeien zoveel mogelijk te beweiden. In 2021 deed hij dit 260 dagen, gemiddeld 4,5 uur per dag.


Geert Stevens, melkveehouder in Holten.
Geert Stevens, melkveehouder in Holten. © Ruben Meijerink

‘Lage methaanemissiefactor gras positief’


Melkveehouder Geert Stevens uit Holten is positief over de lage emissiefactor voor vers gras, zoals die door WUR-onderzoeker Cindy Klootwijk is berekend. Hij zet vol in op het verhogen van de versgrasopname.

Het melkveebedrijf van Stevens is een van de bedrijven die in 2020 op methaanemissie werden doorberekend. Voor de Overijsselse ondernemer was 2020 vanwege het derde achtereenvolgende droge jaar geen topjaar als het om versgrasbenutting gaat. ‘We hebben een vrij intensief bedrijf. Een droge periode betekent opstallen wanneer de grasgroei er niet is.’ Stevens voerde ook behoorlijk wat kuilgras.

Toch kwam uit de berekening op basis van het grasdashboard van Philipsen naar voren dat de totale opname aan vers gras per koe per jaar met 1.200 kilo droge stof beduidend hoger uitkwam dan de 900 volgens de Kringloopwijzer. Ondanks dit positieve beeld wilde de ondernemer dat de koeien 400 kilo droge stof meer vers gras opnamen bij 10 uur per dag beweiden.


Beregeningsinstallatie

Zo kocht Stevens eind 2020 een beregeningsinstallatie om droogte te lijf te gaan. Ook paste hij een ander stripgrazingssysteem toe. Daardoor komen de koeien, in plaats van binnen veertien dagen, binnen twintig dagen terug op hetzelfde perceel. ‘Bij veertien dagen is het gras nog onvoldoende gegroeid. Dat gaat ten koste van de opname.’ De ambitie van de extra grasopname werd daarmee gehaald.

Terwijl de ondernemer die uren ook uit veel dagen weidegang haalt, komen de koeien dit jaar niet voor eind maart buiten. ‘Door de zachte winter staat er al best wat gras, maar met de koude, schrale nachten groeit dit nauwelijks’, stelt Stevens.


Bedrijfsgegevens weidegang

Geert Stevens houdt 107 koeien op 45 hectare zandgrond. Hiervan is 27 hectare beweidbaar voor melkkoeien. Hij past met 9,4 uur per dag beperkt weidegang toe via stripgrazen. Hij weidde in 2021 in totaal 205 dagen, dit zijn 1.900 weide-uren.

Lees ook

Marktprijzen

Meer marktprijzen

Laatste nieuws

Nieuwste video's

Kennispartners

Meest gelezen

Nieuw op MechanisatieMarkt.nl

Meer advertenties

Vacatures

Weer

  • Dinsdag
    9° / 4°
    20 %
  • Woensdag
    8° / 5°
    20 %
  • Donderdag
    6° / 3°
    10 %
Meer weer