Boeren willen grasland verduurzamen

Vier op de tien boeren zijn bereid maatregelen te nemen voor het verduurzamen van hun grasland. Ecoregelingen die daarvoor een extra vergoeding opleveren zijn voor hen toepasbaar op het eigen bedrijf.

Boeren+willen+grasland+verduurzamen
© Twan Wiermans

Ruim 42 procent van de deelnemers aan het Nieuwe Oogst Opiniepanel noemt langjarig grasland een geschikte ecoregeling. Ook het inzaaien van grasklaver (29,6 procent) en kruidenrijk grasland (26,2 procent) worden veel genoemd als toepasbaar in de bedrijfsvoering.

De ecoregelingen maken onderdeel uit van het Nationaal Strategisch Plan (NSP) waarmee Nederland zelf prioriteiten kan stellen voor het nieuwe Europese Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB) dat vanaf 2023 geldt.



De meeste ecoregelingen zijn gericht op de melkveehouderij. Dit is ook een punt van kritiek dat vanuit de akkerbouw wordt gehoord. Voor die boeren is er minder keuze. Een ecoregeling als strokenteelt is met 2,9 procent dan ook niet populair. Ook ziet slechts 4,3 procent een overstap naar biologisch zitten.

Uit het onderzoek blijkt verder dat een substantieel deel niets voelt voor de extra groene inspanningen uit het NSP. Bijna 21 procent van de respondenten geeft aan dat de maatregelen hen niet aanspreken of dat zij sowieso niet van plan zijn deel te nemen aan ecoregelingen.




6 conclusies over de eco-activiteiten


We vroegen het Nieuwe Oogst Opiniepanel of de eco-activiteiten uit de ecoregeling aantrekkelijk genoeg zijn. Uit het onderzoek onder 1.534 agrarisch ondernemers blijkt dat bijna 80 procent mogelijkheden ziet. 6 conclusies.

De ecoregeling moet toekomstbestendig boeren belonen

De Europese Commissie wil dat dit nieuwe GLB (vanaf 2023) toekomstbestendig boeren sterker gaat belonen. Het GLB kent drie niveaus. De kern wordt gevormd door de basispremie, zoals we dat al jaren kennen. Een stap verder gaat de ecoregeling, die bestaat uit extra vergroeningsmaatregelen op bedrijfsniveau.

In totaal zijn er 26 van deze eco-activiteiten opgesteld. Boeren hebben de vrijheid mee te doen en te kiezen voor de maatregelen die het beste passen bij hun bedrijf. Het gaat om activiteiten gericht op de veehouderij en een kleiner aantal is van toepassing op de akkerbouw. Het overige deel is algemener van aard, zoals ‘aanplanten van houtige landschapselementen’ of ‘ecologisch slootbeheer’.

Tot slot is er de derde stap van het Agrarisch Natuur- en Landschapsbeheer. Hierin werken boeren samen aan natuurbeheer in een bepaald gebied.

Grasgerelateerde eco-activiteiten zijn het meest kansrijk

Het Nieuwe Oogst Opiniepanel boog zich over de populariteit van de eco-activiteiten. Aan het onderzoek namen 1.534 agrarisch ondernemers deel. Het blijkt dat de grasgerelateerde eco-activiteiten de voorkeur krijgen. Dat is verklaarbaar, want ongeveer de helft van de deelnemers aan het panel is veehouder en de activiteiten op gras zijn relatief eenvoudig in te passen.

Langjarig grasland (42,4 procent), grasklaver inzaaien (29,6 procent) en kruidenrijk grasland inzaaien (26,2 procent) zijn het meest genoemd. Ook het inzaaien van een rustgewas (19,7 procent), verlengde weidegang (18,8 procent) en het telen van eiwitgewassen (18,1 procent) worden veel gekozen.

Invoeren van een natte teelt na waterpeilverhoging (0,8 procent), het groen braakleggen van grond (2 procent) en strokenteelt (2,9 procent) zijn de maatregelen die boeren het minst aanspreken.

Akkerbouwers maken andere keuzes

Voor akkerbouwers zijn specifieke ecoregelingen beschikbaar. Gekeken naar deze groep komt een ander beeld naar voren. De meerderheid (62,5 procent) voelt veel voor het inzaaien van een rustgewas, zoals granen of hennepvezel. Andere eco-activiteiten die deze groep als kansrijk ziet, zijn het inzaaien van akkerranden (38,1 procent) en het telen van eiwitgewas, zoals bonen, luzerne of klaver (28,8 procent) en groenbedekking tot het voorjaar of permanente groenbedekking (24,4 procent).

Het minst positief staan de akkerbouwers tegenover ingrijpendere activiteiten zoals als strokenteelt, mengteelt met twee gewassen, de overstap naar biologische teelt of het braakleggen van grond.

Bijna 80 procent doet mee met eco-activiteiten

In het onderzoek geeft 20,9 procent van de boeren aan dat geen van de eco-activiteiten hen aanspreekt of dat zij sowieso niet meedoen aan deze regeling. De overige 79,1 procent ziet wel brood in de ecoregeling.

De uiteindelijke belangstelling zal sterk afhangen van de vergoeding die agrarisch ondernemers ontvangen, blijkt uit de reacties. Dat begint al bij de basiseisen en dat geldt ook voor de eco-activiteiten. Daarbij is er een groot verschil tussen boeren met grasland en akkerbouw. Voor een gemiddelde boer met grasland is deelnemen laagdrempeliger en daarmee interessant.

Voor akkerbouwers is dat anders. Zij hebben met andere saldobedragen te maken en moeten ook aan andere eisen voldoen. Voorzitter Jaap van Wenum van de LTO-vakgroep Akkerbouw uitte daarover al eens zijn zorgen in deze krant. ‘Als het beleid te streng is voor het geld dat ertegenover staat, haken ondernemers af. Telers zullen een rekensom maken. Stel dat het 500 euro per hectare kost om 300 euro aan vergoeding te krijgen, dan gaan telers niet meedoen.’

Grote verschillen in de gevraagde vergoeding

Het Nieuwe Oogst Opiniepanel gaf antwoord op de vraag hoe hoog de vergoeding voor de ecoregelingen moet zijn. Een aanzienlijk deel van de agrarisch ondernemers gaf aan dat ze hier nog niet over hadden nagedacht of dat ze nog niet kunnen inschatten hoeveel uren ze kwijt zijn aan de eco-activiteiten. Ook werd gewezen op het verschil in opbrengstverlies tussen akkerbouw en veehouderij bij deelname aan de ecoregeling.

De deelnemers die wel een prijs noemen, geven het vaakst een bedrag aan dat op of rond de 500 euro per hectare ligt. Ook worden bedragen van 1.000 tot 2.000 euro relatief vaak genoemd. Sommige deelnemers suggereren een vergoeding van 6 of 10 procent boven de pachtprijs, de kosten van de grond of de kostprijs. Een enkeling wijst erop dat de vergoeding uit het GLB ook jaarlijks moet worden geïndexeerd.

Een eerlijke prijs is voorwaarde voor succes

Uit de reacties van het opiniepanel blijkt dat de agrarisch ondernemers die geen specifiek bedrag noemen, vooral willen dat ze in ruime mate worden gecompenseerd voor de maatregelen die ze nemen voor maatschappelijke doelen.

‘De kosten en uren moeten worden vergoed of er moet een kleine plus bovenop het opbrengstverlies komen, zodat je net iets meer verdient dan zonder ecoregeling’, vindt een van de deelnemers aan het onderzoek. Een ander constateert dat deze plus er in de huidige regeling niet is. ‘De controleur van de regelingen verdient er meer aan dan ik.’ Nog een deelnemer schrijft: ‘Als men deze maatregelen tot een succes wil maken, moeten ze een verdienmodel hebben en niet alleen kostendekkend zijn.’

LTO Nederland wil een Nationaal Strategisch Plan dat voldoende rekening houdt met het verdienvermogen van boeren en tuinders. Want, zo stelt de organisatie, een ondernemer gaat niet aan de slag met de vele maatschappelijke uitdagingen als er geen goede boterham te verdienen valt.

Op basis van een voorzichtige berekening wordt de gemiddelde hectarepremie geschat op zo’n 170 euro. Door mee te doen aan de ecoregeling kan dit worden aangevuld tot zo’n 300 euro. Nu geldt nog een basisbetaling van gemiddeld 370 euro.

Lees ook

Marktprijzen

Meer marktprijzen

Laatste nieuws

Nieuwste video's

Kennispartners

Meest gelezen

Nieuw op MechanisatieMarkt.nl

Meer advertenties

Vacatures

Weer

  • Vrijdag
    22° / 14°
    50 %
  • Zaterdag
    18° / 13°
    40 %
  • Zondag
    20° / 10°
    10 %
Meer weer