Onderzoekers+schatten+zo%C3%B6notisch+risico+vogelgriep+hoger+in
Nieuws
© VIDIPHOTO

Onderzoekers schatten zoönotisch risico vogelgriep hoger in

De European Food Safety Authority (EFSA) en het European Centre for Disease Control (ECDC) schatten het zoönotisch risico van hoogpathogene vogelgriep (HPAI) hoger in dan tot nu toe het geval was. Dat blijkt uit een wetenschappelijk rapport dat dinsdag is gepubliceerd.

De demissionair ministers Carola Schouten van Landbouw (LNV) en Hugo de Jonge (VWS) melden dit in een brief aan de Tweede Kamer. Het zoönotisch risico van HPAI wordt voor de bevolking aangepast van 'zeer laag' naar 'laag'. Voor mensen die beroepsmatig in contact komen met pluimvee wordt het risico verhoogd van 'laag' naar 'laag tot gemiddeld'. In het rapport van de EFSA en het ECDC wordt een overzicht gegeven van de huidige vogelgriepsituatie binnen Europa.

Schouten en De Jonge nemen de signalen die in het rapport staan serieus, schrijven ze. Tegelijkertijd merken ze op dat er een hoge mate van onzekerheid is vanwege de grote diversiteit en mutaties in vogelgriepvirussen die zich voordoen in wilde vogels. In het rapport worden allerlei aanbevelingen gedaan om uitbraak van een zoönose door vogelgriep te voorkomen. Vrijwel alle maatregelen worden in Nederland al toegepast.


Dode vos met vogelgriep

De ministers gaan in de Kamerbrief in op de vondst van een vos eerder deze maand in het Brabantse Dorst met het vogelgriepvirus. De dood aangetroffen vos bleek het H5N1-vogelgriepvirus te hebben. Het zoönotisch risico hiervan wordt door het RIVM als laag tot gemiddeld ingeschat. Wel geeft dit signaal volgens het RIVM reden voor alertheid bij het aantreffen van vossen en andere zoogdieren met hersenverschijnselen. Daarvan kan sprake zijn met een infectie met hoogpathogene vogelgriep.

Zoönosebeleid is volgens de ministers belangrijk om mee te nemen in de gebiedsgerichte aanpak van stikstof, water en klimaat, waar het nieuwe kabinet mee aan de slag gaat. In juli verscheen het rapport 'Zoönosen in het vizier' van de expertgroep Bekedam. Daarin werd geconcludeerd dat in sommige gebieden en binnen sommige bedrijven de veedichtheid kleiner moet worden om het zoönotisch risico te verkleinen. De ministers refereren hieraan.


Varkenshouderij

Schouten en De Jonge willen dat er 'epidemiologische modellen' komen waarmee de 'transmissie van zoönosen' te berekenen is bij verschillende bedrijfsdichtheden en groottes van bedrijven. Dezelfde expertgroep vestigde in het rapport ook de aandacht op griep (influenza) bij varkens. Het RIVM heeft voorgesteld om een achtergrondsurveillance op te zetten om zicht te krijgen op de mogelijke influenzatypen die in de Nederlandse varkenshouderij rondgaan.

Met deze surveillanceresultaten moet het mogelijk worden om de influenzasoorten die in de varkenshouderij rond gaan te vergelijken met soorten die onder mensen circuleren. 'Op deze manier kunnen vroegtijdig trends worden waargenomen en indien nodig kan dan meer onderzoek plaatsvinden, ook in relatie tot typen of mutaties die bij mensen worden gezien', schrijven de ministers. Het RIVM is gevraagd hier een plan voor te maken

Bekijk meer over:

Weer

  • Zondag
    8° / 4°
    20 %
  • Maandag
    6° / 4°
    70 %
  • Dinsdag
    9° / 3°
    70 %
Meer weer