Regeneratieve suikerbieten vragen om ketenperspectief
Akkerbouwer Roland Velema uit het Overijsselse De Krim en akkerbouwer en loonwerker Chris Antuma, actief in de suikerbietenteelt rond het Overijsselse Dedemsvaart, kiezen bewust voor een regeneratieve manier van telen. Op hun bedrijven werken ze met groenbemesters, beperken ze de grondbewerking en sturen ze scherp op evenwichtige bemesting. Niet volgens één vast stappenplan, maar vanuit een bredere visie op het duurzaam verbouwen van gewassen: werken met het systeem, waarin bodemkwaliteit, waterhuishouding en opbrengst onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn.
'Wij zien als telers een maatschappelijke opgave op ons afkomen', zegt Antuma. 'Het gaat over waterkwaliteit, bodemkwaliteit en luchtkwaliteit. Tegelijkertijd zien we nu voor het eerst iets nieuws: een concrete marktvraag vanuit de suikerverwerkende industrie of wij in staat zijn om regeneratief geteelde suiker te leveren. Daar is dus een momentum waar wij als telers op in kunnen spelen.'
Regeneratief werken betekent voor Velema vooral andere keuzes maken in het teeltplan. Hij probeert de grond zo min mogelijk zwart de winter in te laten gaan, liefst begroeid en hij werkt met groenbemesters om het bodemleven actief te houden. Ook kijkt hij anders naar bemesting, waarbij niet alleen de hoeveelheid, maar vooral de balans tussen nutriënten zoals kalium en magnesium centraal staat.
'Je ziet het niet direct aan de biet zelf, maar wel aan wat er onder de grond gebeurt,' legt de akkerbouwer uit De Krim uit. 'Het gaat erom dat je niet alleen oogst, maar ook investeert in een bodem die biologisch gezond blijft.'
Het gaat erom dat je niet alleen oogst, maar ook investeert in een bodem die biologisch gezond blijft
Veel akkerbouwers werken in de praktijk al met elementen van regeneratieve landbouw, zonder dat die zo worden genoemd. Volgens Antuma zit daar een belangrijke opgave. 'Misschien telen we in Nederland al deels regeneratieve suikerbieten, maar weten we nog niet hoe we dat moeten duiden, labelen of certificeren.'
Beloning blijft een knelpunt
Nu worden telers vooral betaald op basis van volume en suikergehalte. Antuma verwacht dat dit gaat verschuiven. 'Ik hoop dat we in de toekomst ook worden beloond voor hoe we produceren, bijvoorbeeld op uitstoot en bodemkwaliteit. Dat vraagt inzet van de hele keten: de verwerkende industrie, de coöperatie en de telers. Samen moeten we bepalen welke regeneratieve maatregelen in de teelt mogelijk zijn, welke de industrie nodig vindt en hoe we dat zo organiseren dat het voor alle bietentelers toegankelijk blijft. Wij willen best investeren in ons bouwplan en onze mechanisatie, maar daar moet wel perspectief vanuit de keten tegenover staan.'
Volgens Ingrid van Huizen, manager manager perspectief op het boerenbedrijf van het transitieprogramma ReGeNL, is de beweging richting regeneratieve landbouw vooral een gezamenlijke zoektocht. 'Dit is geen kant-en-klaar model,' zegt zij. 'Het is mooi om te zien hoe boeren, kennisinstellingen en ketenpartijen samen op zoek zijn naar wat regeneratieve landbouw in de praktijk kan betekenen en hoe dat kan worden gewaardeerd. Die aanpak geldt niet alleen voor specifieke teelten zoals suikerbieten, maar voor alle gewassen en daarmee voor het hele bouwplan. ReGeNL ziet het als haar verantwoordelijkheid om met ketenpartijen ook te zoeken naar de totale vewaarding daarvan.'
Van regeneratief telen naar een regeneratieve keten
Regeneratieve landbouw vraagt om verandering in de hele keten, niet alleen op het boerenerf. Volgens manager voedselsysteemperspectief Eline van der Mast van ReGeNL begint die beweging bij het gezamenlijke gesprek over wat een andere manier van telen betekent voor volumes, kwaliteit en risico's. ReGeNL brengt boeren, ketenpartijen en overheden bij elkaar om die afstemming te faciliteren en duidelijke kaders te helpen ontwikkelen, zodat telers met vertrouwen kunnen investeren in hun bodem.
'De stap naar een regeneratieve keten raakt fundamentele keuzes in de keten: van inkoopbeleid en contractvormen tot logistiek en de manier waarop volumes en batches worden georganiseerd', licht Van der Mast toe. Dat vraagt om de bereidheid om bestaande efficiëntie- en schaalprincipes opnieuw tegen het licht te houden. 'Zonder echte samenwerking blijven de risico's bij de boer liggen. Alleen door ze te delen, maak je deze transitie haalbaar en pak je samen de kansen', benadrukt de manager voedselsysteemperspectief.
Handelingsperspectief voor de akkerbouwer
Voor akkerbouwers betekent dit dat regeneratief werken geen alles-of-nietskeuze hoeft te zijn. De sector kent lange teeltcycli en veranderingen kosten tijd. Tegelijkertijd groeit het belang om aan te haken bij initiatieven waarin ketenpartijen en overheden meebewegen, bijvoorbeeld via doelsturing en nieuwe vormen van beloning.
De praktijk van Antuma en Venema laat zien dat de eerste stappen al worden gezet. De volgende stap is het gezamenlijk organiseren van waardering in de keten. Niet als niche of pilot, maar als een volwaardig perspectief voor de toekomst van de akkerbouw.
Het onderwerp 'hoe organiseren we een regeneratieve keten' kwam aan bod tijdens een panelgesprek op de netwerkbijeenkomst Duurzame markttransities: Hoe versnellen we de transitie in de landbouw – van plan naar praktijk? in Leeuwarden. Tijdens deze bijeenkomst kwamen ReGeNL, AgroAgenda Noord-Nederland, RUG Campus Fryslân en ruim tweehonderd boeren onlangs samen om te spreken over de stap van ambitie en plannen naar concrete toepassing in de praktijk.
Dit artikel is gecreëerd door onze kennispartner ReGeNL
ReGeNL
ReGeNL is een landelijk programma dat boeren ondersteunt bij de overgang naar regeneratieve landbouw, een aanpak die voedselproductie combineert met herstel...
Lees verder »










