Kosten+voor+voer+en+energie+drukken+inkomen+boer+en+tuinder
Achtergrond
© Tony Tati

Kosten voor voer en energie drukken inkomen boer en tuinder

Sterk gestegen kosten voor energie, kunstmest en voer drukken dit jaar een stempel op de bedrijfsresultaten. Niet alle sectoren konden die hogere kosten opvangen met extra inkomsten. Dat heeft geleid tot grote inkomensverschillen tussen de sectoren. Dit blijkt uit de jaarlijkse inkomensraming van Wageningen Economic Research en het CBS.

Van gas tot veevoer, van diesel tot gewasbeschermingsmiddelen, de productiekosten stegen dit jaar flink. De kosten van kunstmest een mengvoeder waren dit jaar hoger dan in 2020. De prijzen voor gas en elektriciteit stegen met bijna 40 procent. De afzetprijzen van landbouwproducten namen gemiddeld ook toe. Per saldo stegen de inkomsten van de landbouw met ruim 1 procent ten opzichte van 2020, het jaar waarin de landbouwinkomsten met bijna 5 procent daalden.



De kostenstijging zet de marges van de land- en tuinbouwbedrijven nog verder onder druk, zegt landbouweconoom Cor Pierik van het CBS. ‘In 2021 zijn de kosten die boeren moeten maken, met 9 procent toegenomen. De verkoopprijzen van de productie namen gemiddeld met 6 procent toe. Als de kosten harder stijgen dan de prijs die je voor je product ontvangt, komen je marges onder druk. Dat beeld zien we al langer in de land- en tuinbouw, maar het laatste jaar is de druk verder toegenomen.’


Koopkracht minder positief

Het effect op de inkomsten van de boer en tuinder laat zich raden. Pierik: ‘De koopkracht van een agrarisch ondernemer heeft zich sinds de jaren negentig minder positief ontwikkeld dan voor de rest van Nederland.’

In 2021 zijn de kosten met 9 procent toegenomen

Cor Pierik, landbouweconoom CBS

Petra Berkhout, landbouweconoom bij Wageningen Economic Research (WER), beaamt dit. Zij wijst op het krimpende belang van de land- en tuinbouw voor de Nederlandse economie voor wat betreft toegevoegde waarde aan de economie. ‘De belangrijkste reden is dat de prijzen onder druk staan en achterblijven bij de algemene prijsontwikkeling. En de laatste tijd staat ook het volume onder druk.’


Belang voor de economie

De landbouw zorgt voor 1,3 procent van de Nederlandse economie, blijkt uit de cijfers van het CBS. 'Dat lijkt weinig', zegt Pierik. 'Maar als je kijkt naar het totale agrocomplex dan gaat het over ruim 7 procent van de economie en wanneer je kijkt naar de werkgelegenheid, dan gaat het om 8 procent.' Pierik wijst erop dat in andere West-Europese landen het belang van de landbouw voor de economie kleinere is dan in Nederland. In Oost-Europa is dat vaak groter.

De coronasteun heeft een grote rol bij het resultaat, denkt Pierik. Er is meer uitbetaalt dan de totale plus van de sector. 'Zonder de coronasteun zouden de inkomsten in de landbouw lager zijn uitgepakt.'


Afvlakking bedrijfsbeëindigen

Pierik stelt ook dat er een afvlakking plaatsvindt van de terugloop van het aantal land- en tuinbouwbedrijven. 'In de periode 2000-2015 stopten 8 bedrijven per dag stopten. In de laatste vijf jaar gaat het nog om twee bedrijven per dag. Dat is een tijd dat we te maken hebben met opkoopregelingen een opmerkelijke ontwikkelingen.'

Deze daling van het aantal bedrijven heeft vrijwel geen invloed op de productie, stelt Pierik. 'De opbrengsten van het land en uit de stallen zijn de laatste jaren redelijk stabiel gebleven. De productietoenamen die we hebben gezien in de periode 2000- 2010 is aan het afvlakken.' De vermindering van het areaal zet wel langzaam door, maar gaat niet minder snel dan de daling van het aantal bedrijven.


Verschillend tussen bedrijfstypen

Door de gestegen kosten zijn de inkomensverschillen tussen de diverse bedrijfstypen dit jaar groot. Zo hebben akkerbouwers en glastuinders in de sierteelt een goed jaar achter de rug. Pluimveehouders en varkenshouders kampten juist met een inkomensdaling. De dierlijke productie lag dit jaar onder het niveau van 2020, maar de plantaardige productie steeg.

WER berekent het agrarisch inkomen per onbetaalde arbeidsjaareenheid (oaje). Een arbeidskracht die 2.000 uur of meer werkt, telt als één aje. Agrarisch ondernemers en hun gezinsleden krijgen meestal geen salaris. WER spreekt daarom van een onbetaalde aje.


Varkenshouderij staat onder druk

‘De varkenshouderij zit in zwaar weer. Die conclusie kunnen we op basis van de inkomensraming wel trekken’, zegt Robert Hoste, econoom varkensproductie bij WER. De combinatie van lage opbrengstprijzen en hoge voerkosten heeft ertoe geleid dat een gemiddeld varkensbedrijf rode cijfers schrijft. Het geraamde bedrijfsinkomen bedraagt gemiddeld 49.000 euro in de min per oaje.

De prijs voor biggen daalde gemiddeld met 20 procent en vleesvarkens brengen 9 procent minder op vanwege de verslechterde varkensmarkt. Vooral in de tweede helft van het jaar zijn de verkoopopbrengsten gedaald door lagere opbrengstprijzen van vleesvarkens en biggen. Met name de voerkosten per bedrijf zijn fors gestegen door sterk opgelopen voerprijzen (+13 procent). De voerkosten maken meer dan 50 procent uit van de totale kosten op een varkensbedrijf.




Lagere inkomens

In 2021 worden voor de zeugen- en de gesloten varkensbedrijven lagere inkomens geraamd. De inkomens van zeugenbedrijven dalen met 164.000 euro naar 136.000 euro negatief per onbetaalde aje. Het inkomen op de gesloten varkensbedrijven is met 78.000 euro negatief per onbetaalde aje, een daling van 21.000 euro, niet zo laag als op de zeugenbedrijven.


>

Alleen de vleesvarkensbedrijven behalen een positief inkomen van 49.000 euro per oaje. Dat komt doordat de prijzen van aangekochte biggen sterker daalden dan de verkoopopbrengsten van vleesvarkens.


Hoste verwacht niet dat de situatie op korte termijn verandert. ‘Ik zie geen lichtpuntje. Het nieuwe jaar start in hetzelfde noodweer waarin de sector nu verkeert.’


Prijsverbetering in melkveehouderij

Het geraamde gemiddelde inkomen uit bedrijf van melkveehouders nam in 2021 toe. Het gemiddelde inkomen uit bedrijf in 2021 is geraamd op bijna 35.000 euro per oaje. Dit is 9.000 euro meer dan in 2020 maar 6.000 euro lager dan het gemiddelde over de periode 2016-2020. Dit is wel opvallend omdat de melkprijs in 2021 3 euro per 100 kg boven die van gemiddeld 2016-2020 ligt (+8 procent). De sterk gestegen kosten drukken dus zwaar op het resultaat.

De melkproductie per bedrijf is in 2021 nauwelijks toegenomen ten opzichte van 2020 (+0,4 procent), de stijging van het aantal melkkoeien per bedrijf (+1,5 procent) wordt grotendeels ongedaan gemaakt door een naar verwachting lagere melkproductie per koe (-1 procent). De lagere productie wordt veroorzaakt door de lagere kwaliteit van het kuilvoer en dat was weer een gevolg van de koude en natte lente, zegt Alfons Beldman, onderzoeker melkveehouderij bij WER


Marktvooruitzicht melkprijs gunstig

Het kleinere aanbod wereldwijd van melk in combinatie met de aantrekkende wereldvraag stuwde de prijzen omhoog, ook in Nederland. De gemiddeld ontvangen melkprijs voor gangbare (niet-biologische) melk is in 2021 met ruim 10 procent gestegen. De vooruitzichten voor de melkprijzen voor 2022 zijn dan ook vrij gunstig, zegt Beldman. ‘Belangrijk wordt de uitwerking van het stikstofbeleid. Er lijkt krimp aan te komen. De vraag is waar dit plaatsvindt en of productieverplaatsing naar andere regio’s mogelijk is.’

Ook de prijzen van verkochte kalveren hebben zich in 2021 fors hersteld van de prijsdaling in de twee voorgaande jaren. Maar deze inkomensstijging wordt geremd door sterk gestegen kosten van vooral voer, kunstmest en energie. Het gemiddelde aantal melkkoeien per melkveebedrijf is tussen 2000 en 2021 toegenomen van 57 tot ruim 108 stuks.


Biologische melkveebedrijven

Het gemiddelde inkomen van het gespecialiseerde biologische melkveebedrijf wordt voor 2021 geraamd op 36.000 euro per onbetaalde aje. Dit is vrijwel gelijk aan het voorgaande jaar. De hogere voer-, energie- en vaste kosten worden gecompenseerd door hogere melk- en veeprijzen. De prijs voor biologische melk in 2021 is geraamd op 52,4 euro per 100 kilogram melk, inclusief nabetaling; 2,5 euro hoger dan in 2020.

Het aantal biologische melkveebedrijven nam in 2021 met 4,5 procent toe. Daarnaast steeg de hoeveelheid geproduceerde biologische melk per bedrijf doordat het aantal melkkoeien per bedrijf van bijna 89 melkkoeien in 2020 toenam naar 91 stuks in 2021. De melkproductie per koe zal naar verwachting niet toenemen.


Inkomensverschillen pluimveehouders

In 2021 wordt het gemiddelde inkomen voor leghennenhouders 75 procent lager geraamd op 21.000 euro per onbetaalde aje. Dat is vooral het gevolg van hogere voerkosten. Voor de legsector maken de voerkosten dit jaar ruim 50 procent uit van de totale kosten. Bij de vleeskuikens is dit twee derde.

De hogere eieropbrengsten compenseerden minder dan de helft van de kostenstijging. Daarbij zijn er grote verschillen tussen de verschillende houderijsystemen. Tijdens de coronacrisis is de vraag naar eieren in supermarkten gestegen ten koste van de consumptie buitenshuis. Daarvan hebben vooral de prijzen van vrije-uitloopeieren, biologische eieren en Beter Leven-keurmerkeieren geprofiteerd. De marktprijzen voor scharreleieren zijn op jaarbasis iets gedaald.


In 2021 wordt het inkomen van het gemiddelde vleeskuikenbedrijf 67 procent lager geraamd op 21.000 euro per onbetaalde aje. De opbrengsten stijgen wel, doordat de prijzen voor vleeskuikens zich herstelden. Dit geldt zowel voor de regulier gehouden kuikens (65 procent van de productie) als voor langzaam groeiende kuikens (concepten en Beter Leven-keurmerk).


Hogere inkomens glastuinbouw

Het inkomen uit bedrijf in 2021 is voor een gemiddeld glastuinbouwbedrijf toegenomen. Wel hebben glastuinders in 2021 last van de inkoopprijzen van aardgas en elektriciteit die vanaf de zomer sterk stegen. Dit leidt tot een aanzienlijke kostenstijging, maar ook tot een toename van opbrengsten uit de verkoop van elektriciteit voor bedrijven met een warmtekrachtinstallatie die energie verkopen.

De snijbloemenbedrijven en pot- en perkplantenbedrijven profiteren van de grote vraag naar bloemen en planten zowel binnen- als buitenshuis. De toename in de opbrengsten was voor het gemiddelde bedrijf voldoende om de gestegen kosten te compenseren.



Het gemiddelde inkomen van glasgroentebedrijven was nagenoeg gelijk aan dat van vorig jaar. De prijzen van tomaten (belangrijkste gewas) namen met een kwart toe. Het areaal nam in 2021 af. Ook stond de productie dit jaar onder druk door verschuivingen in het assortiment tomaten, minder zonlicht en ToBRFV. Paprika- en komkommertelers kennen een minder goed jaar door gemiddeld lagere prijzen voor hun producten en gestegen kosten.




Betere prijzen in de akkerbouw

Akkerbouwers zien hun inkomen uit bedrijf stijgen. Het geraamde inkomen voor oogstjaar 2021 komt uit op 58.000 euro per onbetaalde aje. Dit is een toename van 26.000 euro. De stijging komt door door de hogere prijzen van de meeste gewassen. Alleen voor uien is een prijsdaling voorzien vergeleken met 2020 (-24 procent). Dit komt door de hoge uienproductie, als gevolg van uitbreiding van het areaal en hogere productie per hectare.

Aardappelen zullen naar verwachting meer opbrengen dan een jaar eerder. Consumptieaardappelen oogst 2019 en 2020 (met name de fritesaardappelen) kenden een moeizame prijsvorming als gevolg van de coronacrisis. Voor oogst 2021 is de prijsvorming beter, al namen ook de kosten toe, bijvoorbeeld voor gewasbeschermingsmiddelen omdat de schimmeldruk (Phytophthora) hoog was.

Voor consumptieaardappelen die in 2021 zijn geoogst, is de prijsvorming een 63 procennt beterdan die van oogst 2019 en 2020. Dit geldt vooral voor fritesaardappelen. Doordat het zetmeelgehalte van de zetmeelaardappelen hoger is dan vorig jaar wordt een lichte prijsstijging ingerekend.




Prijzen suikerbieten en zetmeelaardappelen beter

Zetmeelaardappelen brengen naar verwachting 5 procent meer op dan de oogst van vorig jaar. Dit komt doordat het zetmeelgehalte hoger is dan vorig jaar zodat een lichte prijsstijging wordt ingerekend.

Ook voor de suikerbieten wordt een hogere prijs geraamd voor oogst 2021. De prijs voor surplusbieten is door Cosun hoger vastgesteld dan een jaar eerder en ook is het toewijzingspercentage voor quotumbieten hoger. De wereldmarktprijs voor suiker steeg sterk in 2021; dit kan deels ten goede komen aan de bietenprijs 2021.


Granen

Door een lagere productie van tarwe in enkele grote tarweproducerende landen is het mondiale aanbod geringer dan een jaar eerder. Dit leidt tot duidelijk hogere tarweprijzen wereldwijd. Ook de gerstprijs gaat mee in deze tendens.

De inkomstenraming voor de open tuinbouwteelten (bloembollen, vollegrondsgroenten, fruitteelt en boomkwekerij) volgen in maart 2022.

Weer

  • Vrijdag
    7° / 0°
    40 %
  • Zaterdag
    7° / 4°
    20 %
  • Zondag
    7° / 4°
    10 %
Meer weer