Inkomensraming: varkenshouderij zit 'in zwaar weer'

'De varkenshouderij zit in zwaar weer. Die conclusie kunnen we op basis van de inkomensraming wel trekken', zegt Robert Hoste, Econoom Varkensproductie bij Wageningen Economic Research. Vooral de zeugenhouderijen en gesloten varkensbedrijven worden geconfronteerd met een inkomensdaling.

En de cijfers zien er inderdaad somber uit, zo blijkt uit de inkomensraming van Wageningen Economic Research. Voor de varkenshouderij was 2021 een teleurstellend jaar dat eindigde in mineur met erg lage opbrengstprijzen en hoge voerkosten. De omzet van de varkenshouderij is gemiddeld met 7 procent gedaald ten opzichte van 2020. Dat is veroorzaakt door lagere prijzen van vleesvarkens en biggen. Voor de zeugenhouders werd de pijn vooral veroorzaakt door de fors lagere biggenprijzen.


Ook de prijzen van vleesvarkens daalden vanwege de verslechterde varkensmarkt. De export van biggen en vleesvarkens kwam in het tweede halfjaar verder onder druk te staan waardoor flinke prijsconcessies gedaan moesten worden. Hoste is somber gestemd over 2022. 'Ik zie geen lichtpuntje. Het nieuwe jaar start in hetzelfde noodweer waarin de sector nu verkeert.'


Voerkosten, corona en personeelsgebrek

Het is een combinatie van factoren die het inkomen negatief heeft beïnvloed, stelt Hoste. Zo zijn de voerkosten gestegen door sterk opgelopen voerprijzen (+13 procent) en een groei van de bedrijfsomvang. De voerkosten maken meer dan 50 procent uit van de totale kosten. Deze prijzen zijn al vanaf eind 2020 aan een flinke opmars bezig door duurdere grondstoffen; vooral granen en graanproducten zijn duurder geworden. Dit komt vooral door tegenvallende tarweoogsten in de Verenigde Staten, Canada en Rusland.

Verder heeft de sector te kampen met een overaanbod in Europa. In september van vorig jaar is in Duitsland de Afrikaanse varkenspest (AVP) bij wilde zwijnen vastgesteld, en later gebeurde dat ook op enkele Duitse varkensbedrijven. Dit had tot gevolg dat de export naar veel derde landen, waaronder China, is stilgelegd waardoor het varkensvlees op de EU-markt afgezet moet worden. Ook de Poolse varkenshouderij had hiermee te kampen. Daarbij is de Chinese productie flink uitgebreid waardoor de vraag is afgenomen.

Daarnaast speelde ook het gebrek aan personeel op de slachterijen een rol, zegt Hoste. In de eerste maanden van 2021 stond de varkensmarkt onder druk door onder meer de coronapandemie onder het personeel in - met name de Duitse - slachterijen. Dat veroorzaakte grote opstoppingen in de verwerking van slachtrijpe varkens en lage opbrengstprijzen. tot slot speelde ook de toegenomen energieprijs de sector parten.


Grote inkomensverschillen

Binnen de totale groep varkensbedrijven zijn grote inkomensverschillen te zien. De biggenprijs speelt in de varkenssector een belangrijke rol bij de verdeling van winst en verlies tussen de verschillende subtypen. De biggenprijs wordt beïnvloed door de verwachte opbrengstwaarde voor de slachtvarkens, zodat prijsschommelingen van slachtvarkens deels worden afgewenteld op de biggenprijs. Daardoor fluctueert het inkomen van zeugenhouders over de jaren sterker dan dat van vleesvarkenshouders.

WER berekent het agrarisch inkomen per onbetaalde arbeidsjaareenheid (aje). Agrarisch ondernemers en hun gezinsleden verrichten in de meeste sectoren nog de meeste arbeid zelf, maar krijgen meestal geen salaris. Een arbeidskracht die in een jaar 2.000 uur of meer werkt, wordt gezien als een aje. Wie minder werkt, is minder dan één aje. WER deelt het inkomen uit bedrijf in deze situatie door het aantal onbetaalde aje. Op deze manier zijn de inkomens van verschillende bedrijfstypen met elkaar te vergelijken.


Vleesvarkensbedrijven positief

Alleen de vleesvarkensbedrijven behalen een positief inkomen van 49.400 euro per onbetaalde aje. Dat is deels te danken aan de 20 procent lagere prijzen van aangekochte biggen. De verkoopopbrengsten daalden in minder mate door 9 procent lagere vleesvarkensprijzen.

De inkomens van zeugenbedrijven dalen met 164.000 euro naar 136.000 euro negatief per onbetaalde aje, vooral door lagere biggenprijzen (-20 procent ) en hogere voerprijzen (+13 procent). De biggenprijzen waren met name in het eerste kwartaal van 2021 fors lager dan in 2020.

De inkomensdaling op de gesloten varkensbedrijven is minder groot dan op de zeugenbedrijven, met een daling van 21.000 euro per onbetaalde aje vergeleken met voorgaand jaar. Het inkomen wordt geraamd op gemiddeld 78.000 euro negatief per onbetaalde aje. Naast de prijsdaling van verkochte vleesvarkens, heeft deze groep bedrijven ook te kampen met de sterk gestegen voerkosten, die ruim 2 ton euro per bedrijf hoger zijn dan in 2020.


Coronasteun

Bij de opbrengsten is ook rekening gehouden met de coronasteunmaatregelen van de overheid in de vorm van TVL (tegemoetkoming vaste lasten). Die regeling is sinds het vierde kwartaal van 2020 ook opengesteld voor de landbouw. Voor de drie groepen varkensbedrijven waren die bedragen in 2021 tot en met oktober gemiddeld bijna 41.000 euro per zeugenbedrijf, 10.000 euro per vleesvarkensbedrijf en 29.000 euro per gesloten varkensbedrijf.

Weer

  • Zondag
    8° / 4°
    20 %
  • Maandag
    6° / 3°
    70 %
  • Dinsdag
    9° / 4°
    70 %
Meer weer