Schouten+past+nitraatrichtlijn+op+punten+aan
Nieuws
© Twan Wiermans

Schouten past nitraatrichtlijn op punten aan

Landbouwminister Carola Schouten is voornemens het zevende actieprogramma Nitraatrichtlijn op punten aan te passen. Hiermee komt zij tegemoet aan de moties die vorige week door de Tweede Kamer zijn aangenomen.

De aanpassingen die Schouten wil doorvoeren, hebben betrekking op de verplichte inzaaidatum van vanggewassen, de bufferstroken, de rotatie met rustgewassen, het grasareaal bij graasdierbedrijven en het alternatieve plan met meer maatwerk van sectorpartijen.


In een brief aan de Tweede Kamer schrijft de bewindsvrouw dat de aanpassingen er wel toe leiden dat er op onderdelen compenserende maatregelen moeten worden genomen om het doelbereik van de nitraatrichtlijn - een betere waterkwaliteit - te bereiken.

Een van de voorstellen van de Kamer die Schouten overneemt, is de instelling van een permanente commissie die op basis van weersomstandigheden en de voortgang van het groeiseizoen gaat adviseren over de verplichte inzaaidatum voor vanggewassen. Dit advies geldt echter alleen voor het inzaaien na de maisteelt.


Wintergewassen

Voor overige teelten die niet onder de maisteelt of winterteelten vallen, werkt Schouten aan een alternatieve aanpak voor de verplichte inzaaidatum van 1 oktober. Commissie Deskundigen Meststoffenwet (CDM) gaat nog een advies uitbrengen over de groep wintergewassen die uitgezonderd kunnen worden van de inzaai van vanggewassen. De Kamer heeft de minister gevraagd deze lijst uit te breiden.

Het oorspronkelijke voorstel voor het zevende actieprogramma Nitraatrichtlijn (7eAPN) maakte een einde aan het bemesten van groenbemesters. Schouten is nu toch voornemens een gebruiksnorm in te voeren voor vlinderbloemige groenbemesters die voor 1 september na graan, graszaad en koolzaad worden ingezaaid.

Voor deze versoepeling is wel compensatie nodig. De minister denkt dan onder andere aan het verlaten van de start van het uitrijdseizoen voor bouwland en een beperking op de hoeveelheid toe te passen dunne fractie en drijfmest bij de najaarsbemesting.


Gebiedsgerichte bufferzones

De teeltvrije bufferzones die Schouten bij alle watergangen wilde invoeren, worden nu gebiedsgericht ingezet. Daarvoor laat zij een brede groep deskundigen een wetenschappelijk verantwoorde leidraad opstellen. Daarbij moet de huidige waterkwaliteit nadrukkelijk als criterium worden meegewogen.

Waterbeheerders kunnen dan op basis van deze leidraad bepalen in welke gebieden de huidige teeltvrije zones volstaan of omdat een brede teeltvrije zone op een plek niet effectief is voor de waterkwaliteit.


Derogatie

Schouten wil met deze aanpak Nederland in aanmerking laten komen voor een uitzondering (derogatie) op de conditionaliteit in het nieuwe GLB die 3 meter brede bufferstroken voorschrijft langs sloten en watergangen. Hierover loopt het gesprek nog met de Europese Commissie.

De verplichte rotatie van teelten met rustgewassen die Schouten op alle grondsoorten wilde invoeren, gaat nu alleen gelden voor zand- en lössgronden. Klei en veengronden worden hiervan uitgezonderd, omdat de grondwaterkwaliteit daar doorgaans op orde is. Een verplichte rotatie zou daar weinig aan verbeteren, schrijft de minister aan de Kamer.


Grondgebonden bedrijven

Voor graasdierbedrijven staan in het ontwerp van het het zevende actieprogramma Nitraatrichtlijn verplichtingen voor het in gebruik hebben van minimaal 60 procent grasland in 2023 en 70 procent (waarvan de helft blijvend grasland) in 2027 opgenomen.

Schouten is voornemens in het definitieve 7eAPN voor graasdierbedrijven een koppeling te creëren met spoor 1 van het toekomstige mestbeleid. Hierbij zal gaan gelden dat per 2027 voor de melkveehouderij en rundvleesveehouderij (zoog- en weidekoeien) een aanzienlijk deel van de geproduceerde mest door het bedrijf dient te kunnen worden afgezet op grasland (waarvan de helft permanent) waarover het bedrijf beschikt.


Specifieke situatie gemende bedrijven

Per 2024 zal gewerkt worden met een eis voor de helft van de per 2027 verplichte hoeveelheid. De eis voor permanent grasland gaat gelden per 2027. In het kader van de invoering van grondgebondenheid wordt nader uitgewerkt hoe deze eis eruit komt te zien en welke fasering hierbij hoort. Op deze wijze wordt rekening gehouden met de specifieke situatie bij gemengde bedrijven.

Daarnaast zal deze eis niet voor alle graasdierbedrijven gaan gelden. In samenhang met de definitie in het spoor van de grondgebondenheid van het toekomstige mestbeleid geldt die alleen voor de melkvee- en rundvleesveehouderij wat betreft zoog- en weidekoeien. Het type graasdierbedrijven dat feitelijk hokdieren houdt, zoals vleesstieren, zal daarmee niet aan het verplichte areaal grasland hoeven te voldoen.


Alternatief sectorplan

Het sectorplan dat met een gebiedsgerichte maatwerkaanpak een alternatief biedt voor de generieke maatregelen in het 7eAPN wil Schouten nog niet overnemen. Wel zegt ze Kamer toe daarover in gesprek te gaan met het bedrijfsleven om dit verder uit te werken.

Als ze hierover ook met de Europese Commissie heeft gesproken, valt het besluit of die maatwerkaanpak als volwaardig alternatief kan worden geïmplementeerd. Op dit moment is dit nog niet zover, omdat er nog vragen leven over uitvoerbaarheid, handhaafbaarheid, controleerbaarheid en effect op de grondwater- en oppervlaktewaterkwaliteit.

'Dit spoor moet namelijk tot minimaal dezelfde verbetering van de waterkwaliteit gaan leiden. Ik ben voornemens om gezamenlijk met de sectorpartijen deze punten verder uit te werken, hetgeen moet resulteren in een 'go / no go'-beslismoment voor invoering gedurende de looptijd van zevende actieprogramma Nitraatrichtlijn', aldus Schouten.

Bekijk meer over:

Weer

  • Woensdag
    6° / 2°
    20 %
  • Donderdag
    4° / -1°
    20 %
  • Vrijdag
    4° / 0°
    50 %
Meer weer