Brabantse+veehouders+blijven+positief+na+verloren+rechtszaak
Achtergrond
© Michiel Elands

Brabantse veehouders blijven positief na verloren rechtszaak

Enkele veehouders startten bijna vier jaar geleden een rechtszaak tegen provincie Noord-Brabant vanwege nieuwe, strenge milieuregels. Ruim een maand geleden stelde de Haagse rechtbank hen in het ongelijk. Hoe kijken zij terug op de afgelopen jaren en hoe treden ze de toekomst tegemoet?

Ruim een maand na de uitspraak van de Haagse rechtbank in de rechtszaak tegen het Brabantse veehouderijbeleid snappen de vier veehouders nog altijd niet wat hun is overkomen. Gedurende de bijna vier jaar lopende rechtszaak hebben ze proberen aan te tonen dat de investeringen die ze op hun bedrijf moeten doen om aan het Brabantse veehouderijbeleid uit 2017 te voldoen, disproportioneel zijn.

Ordners vol documenten en stapels onderzoeken met feiten, het heeft niet mogen baten. De veehouders staan met lege handen. Ze hebben twee keuzes: in hoger beroep gaan of de uitspraak accepteren en een oplossing zoeken voor de situatie waarin ze door het provinciale beleid zijn beland.


1 januari 2024

Dit laatste betekent dat ze moeten stoppen of dat ze hun (verouderde) stallen op 1 januari 2024 hebben aangepast aan de milieueisen uit de verordening. Aanpassen is een probleem voor veel veehouders, omdat er voor bepaalde diersectoren nog geen erkende stalsystemen zijn die de ammoniakuitstoot afdoende en bewezen reduceren. Dat geldt onder meer voor de kalver- en melkgeitenhouderij.

Ik ga proberen om van bedreigingen een kans te maken

Stefan Thelosen, kalverhouder in Someren-Heide

Een jaar geleden deed de Haagse rechtbank een tussenuitspraak in de zaak waarin ZLTO met negen veehouders het veehouderijbeleid van de provincie aanvocht. Daarin wees de rechter erop dat de provincie de strengere regels mag eisen, mits ze oog heeft voor bedrijven die individueel zwaar worden getroffen, terwijl de milieuwinst laag is.


Individuele bewijslast

Vier veehouders besloten daarop de rechtszaak voort te zetten en met individuele bewijslast te komen. Daarmee wilden ze aantonen dat hun investeringen om aan het veehouderijbeleid te voldoen disproportioneel zijn en niet opwegen tegen de te verwachten milieuwinst. Niettemin oordeelde de rechtbank in alle individuele gevallen dat er geen sprake is van disproportionaliteit.


Een teleurstellende uitspraak vinden ook advocaten Marieke Toonders en Esther Wijnen, die de rechtszaak namens de veehouders voerden. 'De uitspraak is beperkt gezien de omvang van de zaak en het feit dat we veel bewijzen hebben ingebracht die de impact van de regels op de individuele gevallen aantonen', zegt Toonders.


Complex en politiek beladen

De advocaten spreken van een uiterst complexe en politiek beladen procedure. 'Op politiek gebied gebeurde er van alles', blikt Wijnen terug. 'Daardoor hebben we voortdurend de afweging moeten maken welke kant het op zou gaan en welke stappen we het beste konden nemen.'

De juristen vinden dat de politieke roering en de lobby vanuit de agrarische sector als gevolg van de rechtszaak ertoe hebben geleid dat Provinciale Staten zijn gaan vergaderen en dat dingen concreet op de politieke agenda terecht zijn gekomen. Toonders: 'In juridische zin ligt er nu geen vonnis waar we blij mee zijn. Door deze rechtszaak is er uitstel van de deadlines voor het voldoen aan de stikstofregels van 2022 naar 2024 gekomen en is intern salderen weer toegestaan.'


Onbegrijpelijk

Kalverhouder Stefan Thelosen uit Someren-Heide vindt de uitspraak onbegrijpelijk. 'We hebben onze hele situatie blootgelegd, al onze financiële gegevens aangeleverd, en dan wordt het zo van tafel geveegd. Dat doet zeer', zegt hij.

'Bovendien zijn we sinds het nieuwe beleid is ingevoerd aan het zoeken naar een oplossing voor een brongericht stalsysteem. Daarvoor doen we mee aan een proefstalproject van de provincie. De voorlopige resultaten zijn positief, maar het is maar de vraag of het nieuwe systeem op tijd in gebruik kan worden genomen en of het betaalbaar is. Een nieuw stalsysteem ontwikkelen en op de markt brengen, duurt jaren. Die tijd hebben we niet. Een argument waar de rechter volledig aan voorbij is gegaan', vindt Thelosen.


Kosten verschillen

Collega-kalverhouder Martijn Kuijken uit Westerhoven is ook teleurgesteld. Hij is 47 jaar en wil nog graag blijven boeren. Maar de provinciale regels en de uitspraak van de rechter maken het in zijn ogen vrijwel onmogelijk. 'Wij hebben berekend dat de aanpassing van de stal ons ruim 3 ton kost. De provincie komt uit op 129.000 euro. Dat is minder dan de helft. De totale investeringen om te voldoen aan het Brabantse beleid zijn nog veel groter', merkt hij op.

'De provincie heeft gerekend met cijfers die voor ons onbekend zijn. Mijn eigen cijfers vertrouw ik wel en daaruit blijkt de disproportionaliteit', stelt Kuijken. Stefan Thelosen knikt. Hij wordt als kalverhouder geconfronteerd met hetzelfde dilemma.

Wat Kuijken nog het meeste aan het denken heeft gezet, is de overweging die de rechtbank de veehouders meegaf: beperkte milieuwinst is ook milieuwinst. En: stoppen is ook een keuze. Die woorden kwamen keihard aan. 'De veehouderij, en dan vooral de kalverhouderij, heeft steeds gekeken naar oplossingen. Dat vraagt heel wat tijd, energie en overleg met elkaar en het kost persoonlijk ook nog eens een hoop geld.'


Ammoniakreductie

Voor de varkenshouderij wordt al langer gewerkt aan oplossingen om stallen te verduurzamen. Toch vinden Henny en Henriëtte Driessen uit Someren dat ook zij disproportionele last ondervinden van de Brabantse regels. 'We hebben op ons bedrijf al 70 procent ammoniakreductie bereikt. De stap naar de vereiste 85 procent kost in verhouding met de minimale milieuwinst die we ermee behalen veel geld. Wij vinden dit buitenproportioneel en hebben dat ook bij de rechter aangegeven.'

De varkenshouders komen niet in aanmerking voor een regeling. Daarvoor doen ze het 'te goed'. 'De rechter en de overheid doen alsof iedere boer een keuze heeft, maar dat is helemaal niet waar. In ons geval moeten we ons aanpassen of stoppen voor eigen rekening.'


Geitenhouderij

Edwin van der Pas uit Heeswijk-Dinther wees de rechtbank op de uitzonderlijke situatie van zijn geitenhouderij. 'De nieuwe stallen uit 2016 zijn aan het oude gebouw vastgemaakt, zodat ze tot één compartiment behoren. Om de oude stal emissiearm te maken, moeten ook de nieuwe gebouwen worden aangepast, terwijl deze nog geen vijftien jaar oud zijn en voldoen aan de destijds geldende toetsingscriteria voor ammoniak', zegt hij.

'Bovendien bestaat voor geitenstallen nog geen enkel brongericht systeem, alleen luchtwassers. We worden dus opgezadeld met oplossingen die geen oplossing zijn. Dat de rechter vindt dat we niet disproportioneel worden geraakt, is zijn oordeel, maar ik had graag gezien dat hij dat had onderbouwd.'


Politieke discussie

Wat de geitenhouder ook dwars zit, is het feit dat het proces is gefrustreerd door de politieke discussie die parallel liep aan de rechtszaak. 'Tijdens het proces en de zittingen hebben we ondervonden dat vertegenwoordigers van de provincie meer mogelijkheden kregen om hun argumenten te onderbouwen dan wij. Van een scheiding tussen bestuurlijke en rechtelijke macht is in mijn ogen geen sprake. Dat vind ik zeer kwalijk.'

Hoe het nu verder moet? Hoger beroep is een mogelijkheid die de veehouders samen met hun advocaten gaan bespreken. Ook ZLTO, die de veehouders vier jaar lang met advies en ondersteuning terzijde stond, zit weer aan tafel. 'We zullen met elkaar moeten bekijken of het zinvol is om het traject voort te zetten', zegt Toonders. 'Een hoger beroep kan weer een aantal jaren duren. Dan loop je tegen de deadlines aan waarop veehouders aan de milieuregels moeten voldoen.'


Plan B

Ondanks de tegenvallende uitspraak zijn de veehouders al met plan B bezig. 'Ik laat me er niet door uit het veld slaan', zegt Van der Pas. 'Ik ga proberen om van bedreigingen een kans te maken.' Henny en Henriëtte Driessen hebben een zoon die hen op termijn zal opvolgen. 'Hij is jong en vertrouwt erop dat er een oplossing komt', zeggen de varkenshouders. 'Van hem hoeft het bedrijf niet meer zoveel te groeien en hij is bereid om zich aan te passen aan dat wat de overheid of de maatschappij wil.'

Thelosen blijft in gesprek met de provincie. 'Innoveren is twee passen vooruit, één stap achteruit.' Kuijken gaat de situatie nog eens goed overdenken. Hij heeft altijd al de ambitie gehad om een vleeskuikenbedrijf te starten. 'Deze sector heeft een goed verhaal met footprint en scharrelconcept. Daar zie ik wel toekomst in.'


Het verloop van de rechtszaak

ZLTO startte in het najaar van 2018 samen met negen veehouders een rechtszaak tegen het Brabantse veehouderijbeleid uit 2017. Zij vonden dat de eisen waaraan zij moesten voldoen niet haalbaar en betaalbaar waren binnen de termijn die daarvoor stond. In juli 2020 deed de Haagse rechtbank een tussenuitspraak in de zaak. Daarin wees de rechter erop dat de provincie de strengere regels mag eisen, mits ze oog heeft voor bedrijven die individueel zwaar worden getroffen, terwijl de milieuwinst laag is. Vier veehouders besloten daarop de rechtszaak voort te zetten en met individuele bewijslast te komen. Daarmee wilden ze aantonen dat hun investeringen om aan het veehouderijbeleid te voldoen disproportioneel zijn en niet opwegen tegen de te verwachten milieuwinst. De bewijslast was aanzienlijk. Niettemin oordeelde de rechtbank in alle individuele gevallen dat er geen sprake is van disproportionaliteit.

Weer

  • Woensdag
    17° / 15°
    70 %
  • Donderdag
    12° / 10°
    60 %
  • Vrijdag
    11° / 7°
    70 %
Meer weer