Verdienmodel+voor+humane+consumptie+is+bij+eiwit+een+uitdaging
Achtergrond
© Han Reindsen

Verdienmodel voor humane consumptie is bij eiwit een uitdaging

Luzerne, veldboon, koolzaad, suikerbiet, aardappel, vezelhennep, grasklaver, bladrammenas en nog meer. Totaal verschillende gewassen met maar één doel: eiwit voor humane consumptie. De teelt vindt plaats binnen het programma ‘Fascinating’ met als doel een circulair landbouwsysteem. Het moet goed zijn voor voeding, natuur en economie. Het programma concentreert zich vooral op het genereren van marktwaarde en het in de praktijk laten werken. Een goed verdienmodel en logistiek zijn doorslaggevend voor het succes.

Agrifirm, Avebe, Cosun Beet Company, FrieslandCampina en provincie Groningen hebben in het programma ‘Fascinating’ de handen ineengeslagen. Samen met kennisinstelling UMCG, LTO Noord, Gebiedscoöperatie Zuid- en Oost-Groningen (GCZOG) en organisaties in de voedingsindustrie, chemische industrie en energiesector onderzoeken ze hoe de landbouwsector van de toekomst kan worden waargemaakt. In tien jaar moet het programma een impuls geven aan innovatie, verwerking en vermarkting van de producten.

Die opdracht kregen de deelnemers aan ‘Fascinating’ mee tijdens de officiële aftrap die in juni 2021 plaatsvond met een Kiemfeest in Nieuw Beerta. Bij de officiële aftrap van het programma gaf directeur Wouter Bos van investeringsmaatschappij Invest-NL mee te willen helpen bij het opschalen van projecten die vanuit ‘Fascinating’ worden gestart in Noord-Nederland. Voor investeringen in onderzoek en ontwikkeling is 100 miljoen euro beschikbaar.


Eiwittransitie

‘Fascinating’ staat voor Food Agro Sustainable Circular Nature Technology in Groningen. De naam heeft te maken met eiwittransitie en is bedacht door Peter Bruinenberg, oud-directeur van Avebe. ‘Fascinating’ is een open test- en innovatieprogramma dat bedrijven, de landbouwsector, kennisinstellingen en de gemeenschap met elkaar verbindt om het gemeenschappelijke doel te behalen. De regio biedt beschikbare landbouwgrond, een grootschalige industriële infrastructuur voor de verwerking van biomassa, duurzame energie en kennisinstellingen.

Er is gekozen voor een breed spectrum aan potentiële gewassen; de beoordeling is op basis van kansrijkheid

Meindert Jan Oostland, directeur Gebiedscoöperatie Zuid- en Oost-Groningen

‘Vanuit verschillende hoeken waren organisaties bezig zich te oriënteren en te kijken wat de huidige ontwikkelingen voor kansen bieden. Binnen de Gebiedscoöperatie Zuid- en Oost-Groningen was een club mensen actief om vorm en inhoud te geven. Daar werd al gekeken naar bouwplannen in de toekomst’, zegt GCZOG-directeur Meindert Jan Oostland.

‘De vier coöperaties hebben al langer samenwerking gezocht voor innovatievraagstukken. Op het gebied van plantaardige eiwitten zijn er gemeenschappelijke belangen. Daarnaast heeft iedere coöperatie een eigen rol richting hun leden.’


Tekst gaat verder onder kader.

Toekomst van de landbouw

De rol van boeren en tuinders in onze samenleving en het belang van een eigen voedselproductie staan ter discussie. In de serie 'Toekomst van de landbouw' diept Nieuwe Oogst het onderwerp uit. Hoe ziet de toekomstige landbouw eruit en welke plek hebben de boeren en tuinders in de veranderende samenleving? De serie is niet bedoeld om de toekomst te voorspellen, maar om denkrichtingen te bieden over hervormingen van de landbouw, de rol van voedsel, mondialisering, regionalisering, gezondheid en technologie. Volg de verhalen via nieuweoogst.nl/toekomst.

Vier pijlers

Het programma ‘Fascinating’ werkt aan vier pijlers waar de landbouw in de toekomst op gaat rusten:
• Gezonde en gebalanceerde voeding: stap maken van kwantiteit naar kwaliteit, gezond dieet vertalen naar landbouwsystemen en inspelen op de verwachtingen van de consument;
• Duurzame dierlijke en plantaardige eiwitgewassen: kwaliteit uitdrukken in voedingswaarde en economische waarde en de productie van voeding in balans met de natuur;
• Energie-efficiënte en duurzame verwerking: met nieuwe technologieën minder voedingsstoffen voor menselijke en dierlijke consumptie van de gewassen kwijtraken;
• Non-foodtoepassingen van reststroom: na verwerking van landbouwproducten de reststromen (niet-eiwitstromen) circulair gebruiken als grondstof voor de chemische industrie of als energiebron.


Op vier noordelijke proefboerderijen staan proefvelden met eiwitgewassen.
Op vier noordelijke proefboerderijen staan proefvelden met eiwitgewassen. © Han Reindsen

Op vier noordelijke proefboerderijen Ebelsheerd in het Groningse Nieuw Beerta (zware klei), Kollumerwaard in het Friese Munnekezijl (zavel), ‘t Kompas in het Drentse Valthermond (dalgrond) en Kooijenburg in het Drentse Marwijksoord (zandgrond) zijn proefvelden dit jaar met eiwitgewassen uitgezaaid en gepoot. Het gaat om droge erwten, veldbonen, lupinen, sojabonen, koolzaad, vezelhennep, suikerbieten, zetmeelaardappelen, luzerne, grasklaver en zes soorten groenbemesters: tagetes, gele mosterd, bladrammenas, phacelia, winterwikke en Japanse haver.


Duidelijk verdienmodel

Oostland: ‘De gewaslijsten zijn in de samenwerking ontstaan. Er is gekozen voor een breed spectrum aan potentiële gewassen. De beoordeling is op basis van kansrijkheid. Gestreefd wordt naar een duurzame productie van plantaardige eiwitten, hoge opbrengsten, bewezen positieve gezondheidseffecten en een duidelijk verdienmodel voor de boer.’

Om die kennis te delen, worden de proeven gekoppeld aan een praktijknetwerk van boeren. LTO Noord speelt daarbij een belangrijke rol. Gerard Noordhof van LTO Noord vindt ‘Fascinating’ een uitdagend programma. ‘Een goed verdienmodel voor de boer moet vooropstaan. Het is een ambitieus project voor een periode van tien jaar.’

Voor een goed verdienmodel is het nodig om je bij plantaardige eiwitten te richten op humane voeding. Noordhof: ‘Op de proefvelden steven we naar een zo duurzaam mogelijke eiwitproductie. Na het eiwit moeten we het restproduct verwaarden. Denk onder andere aan veevoer en bouwmaterialen. Ook moeten we kijken naar de kwaliteit van de bodem.’


Leermomenten

Op de vier proefboerderijen staan niet alle gewassen er goed bij. Dat heeft vooral te maken met de omstandigheden. ‘Er zijn invloeden van grondsoort, weer en vogels. Soms is er niet op het goede tijdstip gezaaid. Daardoor staan de gewassen er wisselend bij. Het zijn leermomenten. Er is ook een praktijknetwerk met boeren die ervaring hebben met deze gewassen. Samen met de sector willen we goede teelten ontwikkelen’, zegt Noordhof.

Gedurende het groeiseizoen worden 650 monsters genomen van de gewassen, analyses gemaakt en wordt gekeken naar ontwikkelingsperspectieven, verwerkings- en afzetmogelijkheden. Met de beste gewassen vindt vervolgonderzoek plaats. De voorkeuren kunnen verschillen. ‘Cosun richt zich op bladgewassen en Avebe op peulgewassen. Welke gewassen we gaan gebruiken, is afhankelijk van de hoeveel eiwit die de gewassen kunnen leveren en hoe goed ze zijn te verwerken’, zegt Naomi Chouinard van Cosun Beet Company.


Energiebesparing

Volgens Oostland willen de coöperaties over tien jaar meerdere plantaardige eiwitten verbouwen. ‘Cosun, Avebe en FrieslandCampina zoeken naar efficiëntere technieken voor drogen, scheiden en ontwateren. De laatste stap van concentraat naar isolaat kost veel energie. Onderzoek naar een nieuwe techniek zou kunnen leiden tot 50 procent energiebesparing. Met lagere kosten zijn bepaalde verwerkingen eerder haalbaar. Dat geeft nieuwe perspectieven op verdienvermogen en dus ook voor de aangesloten leden, de boeren.’

Agrifirm brengt expertise in op het terrein van gewasbescherming, de combinatie met bodem en de maatschappelijke opdracht die er ligt voor het terugdringen van stikstof. En ook veredeling en nieuwe technieken, bijvoorbeeld het in het veld meten van eiwitgehaltes in gras. Voor FrieslandCampina is het onder andere belangrijk om met de reststromen de carbon footprint naar beneden te brengen.

‘Het gaat bij de coöperaties ook om de bezetting van de productiecapaciteit. Als je verschillende bladgewassen kunt verwerken met één techniek, dan geeft dat een veel hogere bezettingsgraad’, legt Oostland uit.


Menselijke consumptie

Eiwitten produceren uit akkerbouwgewassen voor menselijke en dierlijke consumptie is niet nieuw. Avebe produceert sinds 2007 eiwitten uit zetmeelaardappelen. In zetmeelaardappelen zit 1,5 procent eiwit. De vraag neemt toe en daarom werkt Avebe aan twee projecten: de uitbreiding van de eiwitproductie op de locatie in het Drentse Gasselternijveen en een nieuwe eiwitfabriek op de Duitse locatie in Dallmin.

Bij vezelhennep is het mogelijk om de eiwitrijke bladeren apart te oogsten. Onder andere hennepverwerkingsbedrijf Dun Agro in het Groningse Oude Pekela heeft zich hier een tijd mee beziggehouden. De bladeren werden bij groenvoederdrogerij Oldambt in het Groningse Oostwold gedroogd. Het eiwit kan de soja in veevoer vervangen. Maar de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit heeft het oogsten van hennepbladeren verboden.


Green Protein

In december 2018 nam Cosun Beet Company de start-up Green Protein over. Het Wageningse bedrijf ontwikkelde een proces om het eiwit rubisco uit groene bladeren te winnen, zoals uit suikerbietenblad. De productie van hoogwaardig eiwit, geschikt als voedingsingrediënt, vindt plaats op de locatie Dinteloord van Cosun Beet Company.

Een hectare suikerbieten levert, behalve de bieten zelf, 25 ton loof op. ‘In bietenblad zit 1 procent eiwit. Cosun Beet Company is ook al bezig met luzerne. Daar zit 2 procent eiwit in’, zegt Chouinard. ‘Met de andere gewassen op de proefboerderijen hopen we ook op andere momenten te kunnen oogsten. Met verschillende gewassen is jaarrond de productie van plantaardig eiwit mogelijk.’

Tijdens de open dagen van de proefboerderijen Ebelsheerd en Kollumerwaard reageerden akkerbouwers deze zomer over het algemeen positief op het programma ‘Fascinating’. ‘De vier coöperaties houden het verdienvermogen in de gaten en zetten samen de schouders er onder’, zei een akkerbouwer. Er zijn ook twijfels. ‘Veldbonen leveren nu nog geen humane prijs op. Soja en gele erwten zijn goedkoper en makkelijker te verwerken. Veredeling is nodig voor een hogere opbrengst en een beter saldo’, zei een collega.


Hoogtepunten van programma ‘Fascinating’ op korte termijn

Het doel van het programma ‘Fascinating’ is eiwittransitie, een agrofoodsysteem dat duurzaamheid en natuur combineert met het economische aspect. Het plan is om de agrarische gewassen volledig te benutten. Dus behalve naar eiwit ook kijken naar de kansen van bijvoorbeeld chemie en energie. Ook het sluiten van de koolstof- en stikstofcyclus is van belang. Agrifirm, Avebe, Cosun Beet Company en FrieslandCampina bundelen hun krachten voor de schaalgrootte die realisatie van de eiwittransitie mogelijk maakt. Op korte termijn (2021-2023) is het doel onder andere om een fabriek te bouwen voor de verwerking van bietenblad, de start van grootschalige experimenten met nieuwe bouwplannen en nieuwe teelten, selectie van eiwitgewassen, een verwerkingsinstallatie voor eiwitrijke gewassen voor menselijke voeding en een industriële onderzoeksopstelling voor energiezuinig drogen en ontwateren. Aanleiding zijn de ontwikkelingen op het gebied van plantaardige eiwitten. Hoe kunnen we in de toekomst veranderingen aan elkaar koppelen: gezonde bodem, natuurinclusief werken, ontwikkelingen op het gebied van plantaardige eiwitten, biodiversiteit en gezonde producten? Is het mogelijk om een model te ontwikkelen waarin telers in de toekomst een verdienvermogen hebben?

Weer

  • Vrijdag
    17° / 8°
    15 %
  • Zaterdag
    15° / 11°
    70 %
  • Zondag
    15° / 9°
    70 %
Meer weer