Emissies+rundveestallen+zijn+lastig+meetbaar
Achtergrond
© Henk Riswick Fotografie

Emissies rundveestallen zijn lastig meetbaar

Het meten van emissies in melkveestallen is een uitdaging. Volgens protocollen is er toch een methode, waarbij 95 procent binnen een bandbreedte ligt. Sensoren, die op ieder bedrijf realtime meten, lijken ook hier de toekomst. Maar dat is nu nog een stap te ver.

Emissies meten in koeienstallen is niet gemakkelijk, weet Nico Ogink, onderzoeker Milieu en Veehouderij bij Wageningen University & Research (WUR). De stalbezetting is niet altijd gelijk. Niet alleen in het aantal dieren, maar ook in het soort dieren.

Daarom wordt bij bijvoorbeeld ammoniakmetingen geteld met het aantal dierplaatsen, waarbij in de meetvoorschriften rekening wordt gehouden met de wisselende bezetting. 'Zo zijn de resultaten representatief voor de gemiddelde bezetting in de praktijk', legt Ogink uit.


Open stallen

Een extra lastig punt bij het meten is dat de meeste melkveestallen open zijn, met natuurlijke ventilatie. Er zijn enkele stallen mechanisch geventileerd, voor onderzoek. 'Bij dergelijke stallen is de uitstoot relatief gemakkelijk te meten, door simpelweg de lucht in de ventilatiekoker te meten', stelt Ogink.

De emissie is niet afhankelijk van de aan- en afvoerpunten

Jos Oudenhoven, onderzoeker bij OnePlanet Research Center

De WUR-onderzoeker krijgt hierin bijval van Jos Oudenhoven van het OnePlanet Research Center. 'Het is niet één punt waar de emissie vrijkomt, zoals bij een fabrieksschoorsteen. Nadeel is wel dat ammoniak lichter is dan lucht. Hierdoor verspreidt het verder en sneller', zo stelde hij onlangs tijdens een webinar van Van Hal Larenstein.


CO2-hulpmiddel

Om toch de uitstoot van ammoniak en methaan te kunnen meten in natuurlijk geventileerde stallen, wordt bij het onderzoek in een proefstal gekeken naar de uitstoot van de hoeveelheid CO2 in de stal, laat de OnePlanet-onderzoeker weten. 'De CO2-productie in een stal kun je via een model vrij eenvoudig berekenen. Dit model houdt onder meer rekening met de melkproductie, het gewicht van de dieren en de kuddesamenstelling.'

Vervolgens stel je door metingen in de in- en uitgaande stallucht de toename van de CO2-, methaan- en ammoniakconcentraties in de stal vast, vervolgt Oudenhoven. 'Je weet hoeveel CO2 in een dichte stal zonder ventilatie aanwezig zou moeten zijn. Maar de stal is wél geventileerd, dus meet je minder CO2. De rest is uit de stal gewaaid. Daaruit kun je afleiden hoeveel lucht er door de stal is gewaaid en dus ook hoeveel methaan- en ammoniakemissie er is geweest.'

Om met een nieuwe stal op de lijst van de Regeling ammoniak en veehouderij (RAV) te komen, moet dit systeem in minimaal vier proefstallen worden gemeten. Daarbij wordt voor aanvang van de meting in overleg met de leverancier een meetplan opgesteld dat voldoet aan het meetprotocol voor ammoniak in dit soort stallen. Vervolgens wordt een aantal keer gemeten.


Ook toepasbaar op serrestallen

De stallen zijn bij voorkeur vrij conventioneel van vorm, zodat de uitgaande lucht via de nok en de inkomende lucht via de zijkant zijn te meten, weet Oudenhoven. 'De stallen zijn weliswaar verschillend, maar ze moeten zo passen binnen het meetprotocol dat er een gemiddelde ontstaat. Mocht op basis van de proefstallen een emissiefactor worden gevonden, dan is die ook op bijvoorbeeld serrestallen toepasbaar.'

De uitstoot van de koeien bij een bepaald stalsysteem is niet afhankelijk van de aan- en afvoerpunten van lucht, geeft de onderzoeker aan. 'Als je een stal renoveert en een andere vloer inbouwt, kun je verwijzen naar die vloer op de RAV-lijst.'


Daarbij blijft de stal een onzekerheidsmarge hebben van 20 procent. 'In zijn totaliteit blijft 90 procent van de stallen binnen die bandbreedte. Als er meer dan die vier proefstallen worden gemeten, wordt de marge kleiner. Maar meten kost nu eenmaal geld', stelt Ogink.


CBS-rapport

Onlangs kwam in het nieuws dat een rechter twijfelde of een emissiearme stal voor voldoende reductie zorgt. Dat is mede gebaseerd op een rapport van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), zegt de WUR-wetenschapper.


'Het CBS is gaan kijken naar verhoudingen tussen stikstof en fosfaat in de mestanalyses bij verschillende stalsystemen. In emissiearme stallen zou meer stikstof per eenheid fosfaat moeten zitten dan in conventionele stallen, omdat er minder ammoniak en stikstof vervluchtigt per eenheid fosfaat', vertelt Ogink. 'Maar uit het onderzoek kwam naar voren dat de verhoudingen stikstof/fosfaat niet wezenlijk verschilden tussen de groep emissiearme stallen en reguliere stallen.'


Werking minder dan verwacht

Op basis van dit onderzoek vermoedt het CBS dat de emissiearme werking minder is dan op basis van de RAV-factoren wordt verwacht. Dit is volgens Ogink overigens niet rechtstreeks gemeten. 'Volgens de rechter geeft de natuurbeschermingswet nu onvoldoende zekerheid dat de depositie niet te hoog is. Daarbij spelen twee zaken een rol: de emissiefactoren hebben een bandbreedte en het vermoeden van het CBS-rapport.'

Het betrokken ministerie van Infrastructuur en Waterstaat heeft nu gevraagd om in alle sectoren goed naar de emissiefactoren en het stalmanagement te kijken, laat de onderzoeker weten.


Meer sensoren in de toekomst

Ogink verwacht dat in de toekomst meer met sensoren wordt gekeken naar de emissies per stal. 'Er lopen nu al onderzoeken waarbij in proefstallen de sensordata worden vergeleken met de meetgegevens. Bij ammoniak gaat het voor melkveestallen de goede kant op. Er is al een eerste testprotocol voor deze sensoren ontwikkeld.' Wel moet er in de praktijk meer ervaring mee worden opgedaan, benadrukt Ogink. 'Straks zou je hiermee in gangbare stallen, waarin goed kan worden gemeten, via sensoren die emissie kunnen volgen.'

Hans Schiricke van Envivice Luchtadvies en Metingen heeft al ervaring met sensormetingen, stelde hij op het Van Hall-Larenstein-webinar. 'We meten met CO2-sensoren van een paar honderd euro, ingebouwd in een gasverzamelvat.'

Die sensoren worden nu gevalideerd met een Siemens-monitor, die vele malen duurder is. Schiricke: 'Het lijkt erop dat de sensoren prima werken tussen de 439 en 1.055 parts per million ammoniak, het bereik waarbinnen 95 procent van de rundveestallen ligt. Het kan zelfs tot 6.000 parts per million.'


Brede steun voor sensortechniek bij emissiemeting

Volgens WUR-onderzoeker Nico Ogink willen meerdere partijen werken aan sensortechnieken voor iedere stal. ‘Dan gaat het niet meer om de RAV-factor, maar om een resultaatplafond. De invulling hiervan is aan de boer zelf. Dan gaan we van middel- naar doelvoorschriften. De boer staat aan het roer om op emissies te sturen, bijvoorbeeld door ureum sneller af te voeren. Managementmaatregelen staan nu niet op de RAV-lijst.’ Ook uit een bescheiden enquête die derdejaars Van Hall Larenstein-studenten uitzetten onder Friese melkveehouders bleek dat meer dan de helft van de ondernemers openstaat voor het gebruik sensoren voor het meten van methaanemissie. Eenzelfde aantal staat er ook voor open om de eventueel uit eigen stal beschikbaar komende gegevens te delen met de overheid. Dan zijn cijfers betrouwbaar en realistisch. Nee-stemmers zagen in de overheid een mogelijke bedreiging voor de ondernemer.

Bekijk meer over:

Weer

  • Vrijdag
    11° / 7°
    70 %
  • Zaterdag
    12° / 7°
    10 %
  • Zondag
    12° / 6°
    10 %
Meer weer