BijmestMonitor+brengt+nutri%C3%ABntenbehoefte+in+beeld
Achtergrond
© Koos van der Spek

BijmestMonitor brengt nutriëntenbehoefte in beeld

Bodem- en gewasgericht onderzoek is nodig voor een optimale productie en kwaliteit. Sinds 2018 gebruikt Eurofins Agro hiervoor de BijmestMonitor. Dit jaar wordt ook de zuurgraad (pH) en het zoutgehalte meegenomen in het advies. In twee webinars heeft het Wageningse bedrijf onlangs uitleg gegeven over de BijmestMonitor als beslissingstool tijdens het seizoen.

De BijmestMonitor helpt telers te weten wanneer het gewas nutriënten nodig heeft en hoeveel moet worden bijbemest. Volgens productspecialist Petra van Vliet van Eurofins Agro vraagt het om een combinatie van gewas- en bodemanalyse.

De pH in de BijmestMonitor is van belang voor de beschikbaarheid van nutriënten. Bij een steeds hogere pH neemt de beschikbaarheid van zink, koper, mangaan en ijzer voor de plant af. Dat is vooral het geval bij een pH van 6 of hoger. Bij silicium en molybdeen neemt de beschikbaarheid dan juist toe. Naast stikstof, fosfor en kalium zijn deze sporenelementen van belang voor de opbrengst en kwaliteit.


Stikstof meest aanwezig

'Een plant bestaat voor 90 procent uit water, voor 9 procent uit zuurstof en koolstof en maar voor 1 procent uit macro- en micronutriënten. Die ene procent is wel nodig om de plant te laten groeien', stelt Van Vliet. 'Alle verschillende nutriënten hebben bij de groei een eigen functie. Stikstof is als nutriënt het meest aanwezig en daarom belangrijk voor de opbrengst. De minst aanwezige nutriënt kan een beperkende factor zijn.'

De minst aanwezige nutriënt kan een beperkende factor zijn

Petra van Vliet, productspecialist van Eurofins Agro

Productspecialist Karst Brolsma van Eurofins Agro maakt dit met een praktijkonderzoek uit 2020 bij fosfaat in aardappelen duidelijk. Het gaat om vier percelen in de Noordoostpolder met elk één ras. 'Vooral ras 3 laat een lagere opbrengst zien. Dat werd al duidelijk tijdens de teelt. De pH was met 7,3 tot 7,5 vrij hoog. Er zat veel fosfaat in de grond, maar er was sprake van een lage plantbeschikbaarheid.'


Weinig fosfaat beschikbaar

De variatie in bemesting met stikstof en kalium was niet terug te zien in de groei en ontwikkeling van het gewas. Brolsma: 'Ras 3 had weinig fosfaat direct beschikbaar. Het loof was daardoor vanaf het begin opvallend lager dan bij de andere rassen. De opname door het gewas was 44 kilo fosfaat per hectare, terwijl de afvoer via de knollen 40 kilo was. Tijdens de teelt was er dus maar 10 procent extra fosfaat beschikbaar. Bij ras 4 was de opname bijna 100 kilo fosfaat, 40 procent meer dan de afvoer.'

Bij ras 3 is 167 kilo fosfaat per hectare bemest. Dit kwam niet beschikbaar voor de plant, terwijl er voldoende in de bodem aanwezig was. De hoge pH bij ras 3 heeft de opname beperkt. Daardoor werd de opbrengst minder, geeft Brolsma aan.

'De lagere fosfaatopname is ontstaan doordat het fosfaat in de grond gebonden was door de grote hoeveelheid calcium in de bodem. De opname aan fosfaat was daardoor flink lager', legt Brolsma uit. 'Fosfaat was de zwakste schakel en dat is te zien met de BijmestMonitor.'


Meerdere onzekerheden

Tijdens de teelt zijn er meerdere onzekerheden over de aanwezigheid van de verschillende nutriënten. De gehaltes in dierlijke mest zijn vaak ongewis en het vrijkomen van de nutriënten is afhankelijk van de mineralisatie. Afhankelijk van het weer is er risico op onder andere uitspoeling en vervluchtiging. Een bodemanalyse is nodig om te kijken welke nutriënten beschikbaar zijn. En een gewasanalyse om na te gaan of de plant voldoende nutriënten kan opnemen.

'Bodem en plant staan met elkaar in verband. De BijmestMonitor is daarom een combinatie van een gewascheck en een bodemcheck', zegt Van Vliet. 'De monitor geeft advies over de resterende behoefte van het gewas tot het einde van de teelt en een advies voor de komende vier weken. Je moet niet in een keer te veel bemesten. Meerdere kleine giften zijn beter.'


Gewasbehoefte bepaald advies

Het advies van de BijmestMonitor is gebaseerd op de bodemvoorraad, de naleveringscapaciteit van de bodem en de binding van nutriënten in de bodem. Samen maakt dat duidelijk wat er voor het gewas direct beschikbaar is aan nutriënten. De gewasbehoefte bepaalt uiteindelijk het advies. Via een gps-koppeling is de nalevering van de bodem de corrigeren.

Nutriëntengehalten in de droge stof van de jongst volgroeide bladeren van aardappelen, bieten, uien en granen kunnen de bodemanalyse niet vervangen, blijkt uit een literatuurstudie van Nutriënten Management Instituut en Wageningen University & Research. De gehalten in jonge bladeren zijn te gebruiken als aanvulling op grondonderzoek. Zo'n onderzoek blijft de basis voor bemestingsadvisering.


Totale zoutgehalte van bodem nu ook inzichtelijk

Naast de zuurgraad is ook de elektrische geleidbaarheid (EC) nieuw in de BijmestMonitor. Het gaat om het totale zoutgehalte van de bodem. Bij een hoge EC onttrekt de bodem water uit de plantenwortels. Daardoor blijven er te veel zouten in de plant zitten en dat geeft een verbrandingseffect. Bij een lage EC krijgen gewassen te maken met een tekort aan nutriënten en kwaliteitsproblemen. De zoutgevoeligheid verschilt per gewas. Een EC kleiner dan 1 heeft op de meeste gewassen een miniem effect. Een EC van 1 à 2 geeft een opbrengstdaling bij zeer zoutgevoelige gewassen, zoals ui en peen. Aardappelen horen bij matig gevoelige gewassen (EC 2-4) en bieten en granen bij de tolerante gewassen (EC 4-16).

Bekijk meer over:

Weer

  • Zaterdag
    22° / 13°
    50 %
  • Zondag
    26° / 15°
    30 %
  • Maandag
    26° / 15°
    50 %
Meer weer