%27Boer+is+niet+altijd+de+boosdoener%27
Ingezonden
© Huisman Media

'Boer is niet altijd de boosdoener'

Om de kans op virusuitbraken te verkleinen, moeten we minder vlees eten, klinkt het vaak. Een verkeerde voorstelling van zaken, stelt melkveehouder Roelof Brink.

Het afwentelen van alle ellende in de wereld op de veehouderij is onterecht. Mensen leven al duizenden jaren samen met boerderijdieren omdat dat veilig is. Het woord vaccin is dan ook afgeleid van vacca dat koe betekent. Het pokkenvirus is vroeger ontwikkeld, omdat het opviel dat mensen die in nauw contact stonden met koeien met koepokken geen pokken kregen.

Ook nu blijkt dat kinderen die op of in de buurt van een boerderij opgroeien, een beter immuunsysteem hebben. Het Longfonds doet onderzoek naar boerderijstof, omdat dit de bekleding van de longen versterkt en ervoor zorgt dat kinderen minder virale luchtweginfecties krijgen. Ze gaan kijken of boerderijstof ook een wapen kan zijn in de strijd tegen het coronavirus.


Vliegen

Het is zeker niet zo dat het virus werd verspreid door het nuttigen van vlees. Het werd verspreid door mensen die het vliegtuig namen en de hele wereld over vlogen. Niet meer en niet minder.

Roelof Brink, melkveehouder in Nietap

Vaak wordt ook aangehaald dat er zoveel water wordt verbruikt voor het produceren van rundvlees: 15.000 liter water per kilo rundvlees. Heeft iemand er weleens bij stilgestaan hoe dat er in de praktijk uit zou moeten zien?


2.250.000 liter water

Stel een koe is twee jaar en wordt geslacht, dan zal deze zo'n 150 kilo vlees leveren. Dan heeft deze 2.250.000 liter water verbruikt in 730 dagen. Dat is 3.082 liter per dag. Dus een kalf van rond de 45 kilo moet dit al gaan drinken om tot deze hoeveelheid water te komen.

Zo valt deze hoeveelheid water dus niet te verklaren. Wel door een aanname van ene David Pimentel in 1997, die ook het water meeneemt dat op het land valt om gras of ander voer voor dieren te telen. Iedereen papegaait deze cijfers sindsdien na, terwijl het in de praktijk onzin is. Het is bijna allemaal regenwater.


Korte kringloop

Ook bij de modellen voor het berekenen van de CO2-belasting door dieren kunnen vraagtekens worden gezet. Bijna alle boerderijdieren eten plantaardige producten, waarin eerst CO2 wordt vastgelegd. Het dier eet dit op, geeft CO2 en andere gassen af die in de korte kringloop binnen twaalf jaar uiteenvallen en weer worden opgenomen door de planten die als voer dienen.

Er komt in deze kringloop dus geen koolstof bij, maar er wordt wel voedsel voor de mens geproduceerd. Het vastleggen van CO2 in voedergewassen wordt op dit moment niet meegenomen.


Reststromen

Voor het overige eten de dieren vooral reststromen uit de voedingsmiddelensector. Reststromen als palmpitschilfers, citruspulp, bietenpulp, resten van zonnebloempitten en resten van sojaproducten. In 70 procent van de producten in de supermarkt zit namelijk soja. Hierdoor kunnen voedingsmiddelen op plantaardige basis goedkoper worden geproduceerd, omdat er geld voor de reststromen wordt betaald.

De mest zorgt op zijn beurt weer voor organische stof voor het telen van akkerbouwgewassen, waardoor er minder kunstmest hoeft te worden gebruikt en het bodemleven wordt gestimuleerd.


Gewassen verbouwen

Je kunt niet op elke grondsoort gewassen voor menselijk consumptie verbouwen in Nederland, maar wel gras of een ander voedergewas. De aanwezigheid van de zeehavens waar grote hoeveelheden grondstoffen voor levensmiddelen worden bewerkt, maakt Nederland bij uitstek geschikt voor veehouderij. In andere landen zijn de grond en het klimaat weer beter geschikt voor graan, groenten of druiven voor wijn.


Eerder gepubliceerd in Dagblad van het Noorden

Roelof Brink
melkveehouder in het Drentse Nietap

Bekijk meer over:

Weer

  • Vrijdag
    21° / 13°
    60 %
  • Zaterdag
    19° / 13°
    50 %
  • Zondag
    20° / 13°
    50 %
Meer weer