Schaalvergroting+gaat+door+maar+is+niet+voor+iedereen
Achtergrond
© Vidiphoto

Schaalvergroting gaat door maar is niet voor iedereen

De melkveehouderij is sinds 2010 flink opgeschaald. Die trend lijkt zich deels voort te zetten maar er zijn meerdere afslagen. Alles hangt af van de situatie van het bedrijf en de ambitie van de melkveehouder.

‘We zien dat tussen 2000 en 2016 een forse schaalvergroting heeft plaatsgevonden, van 52 melkkoeien per bedrijf in 2000 naar 97,4 melkkoeien in 2016. Na 2016 zien we een afvlakking in de schaalvergroting als gevolg van het fosfaatreductieplan in 2017. Vanaf 2018 is het aantal koeien per bedrijf weer verder gegroeid naar 101,3 in 2020’.

Dat stelt landbouweconoom Cor Pierik van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Vooral in 2015 en 2016 was er een forse schaalvergroting te zien van respectievelijk 4,9 en 9,7 procent door het einde van de melkquotering in 2015. Veel melkveehouders hadden hierop voorgesorteerd door al vanaf 2012 grotere stallen te bouwen. ‘Vanaf 2012 zie je al dat het aantal koeien per bedrijf meer oploopt dan de jaren er voor’, constateert de landbouweconoom.



Door de invoering van de fosfaatrechten groeien melkveebedrijven minder snel, verwacht Pierik. ‘Door de hoge prijs voor fosfaatrechten valt het niet mee om stevig te groeien. Daarbij is de Nederlandse melkveehouderij één van de weinige sectoren die tegen het stikstofplafond aanschuurt.’

Optimalisatie is een eis, je moet technisch gewoon goed draaien

WER-onderzoeker Alfons Beldman, onderzoeker Wageningen Economic Research

Melkprijs cruciaal

In de discussie rond groei speelt volgens Pierik ook de melkprijs een cruciale rol. ‘In 2020 lag de melkprijs 4 procent lager dan in 2019. Dit is een forse daling en belemmert investeringen in fosfaatrechten en grond.’

Pierik wijst verder op de trend van kringloopdenken. Daarbij wordt extensivering van de sector als een van de oplossingsrichtingen genoemd. ‘Het is daarbij de bedoeling dat melkveehouders in staat zijn om de mest op de eigen grond uit te rijden. Het is daarom belangrijk dat melkveehouders niet alleen investeren in fosfaatrechten, maar ook in grond.’

Dat dit daadwerkelijk ook gebeurt, blijkt uit de CBS-cijfers. Algemeen geldt dat bedrijven tot 2,3 grootvee-eenheden (gve) per hectare de mest op eigen grond kunnen afzetten. Bedrijven tussen 2,3 en 2,6 gve per hectare kunnen dit met een relatief kleine inspanning, zoals de aankoop van enkele hectare grond.

Het CBS berekende hoeveel bedrijven 2,3 gve of minder per hectare hebben. In 2013 was dit nog 57,9 procent, in 2019 was dit 68,6 procent. Daarbij zat in 2019 13,6 procent in de categorie tussen de 2,3 en 2,6 gve per hectare, in 2013 was dit nog 16,75 procent. Terwijl in 2013 nog een kwart boven de 2,6 gve per hectare zat, is dat in 2019 nog 17,7 procent.



Volgens Pierik moeten bedrijven investeren in grond en fosfaatrechten. ‘Je hebt beide nodig om te groeien. Bedrijven die al intensief zijn, zullen logischerwijs eerder investeren in grond, extensieve bedrijven eerder in fosfaatrechten.’


Toenemende melkproductie

Wageningen Economic Research (WER) verkende recent de ontwikkelingen in de melkveehouderij richting 2030 in opdracht van zuivelonderneming FrieslandCampina. Uitgaande van vaststaand en ingezet beleid en voortzetting van het gedrag in de melkveesector uit het verleden blijkt dat het aantal bedrijven met melkkoeien in 2030 met circa 33 procent is gedaald ten opzichte van 2018. Er zijn dan nog 10.659 bedrijven over.

De melkproductie stijgt wel met 4 procent, maar blijft tot 2024 vrijwel stabiel, de stijging valt met name na 2024. Een belangrijke verklaring hiervoor is dat bij een toenemende melkproductie per koe meer melk kan worden geleverd per fosfaatrecht.

Het totaal aantal melkkoeien ligt volgens het WER-scenario in 2030 op 1,48 miljoen dieren en het gemiddelde bedrijf is gegroeid in omvang van 101 naar 139 melkkoeien. De onderzoekers verwachten een toename in intensiteit van 1,85 naar 1,98 melkkoe per hectare. De melkproductie per koe stijgt door tot gemiddeld 9.850 kilo per jaar.


Intensivering was de trend

Het gaat daarbij om een autonoom beeld dat in de afgelopen jaren niet zo heel veel anders was, stelt WER-onderzoeker Alfons Beldman. ‘Voordat fosfaatrechten hun intrede deden, zag je ook over een langere tijd een geleidelijke intensivering. Meer melk per koe, meer koeien per hectare.’

Het is voor Beldman wel de vraag of het niet anders wordt. Net als Pierik duidt hij op kringlooplandbouw met mogelijk extensivering. Maar dat is afhankelijk van de vraag hoe daarop wordt gestuurd, stelt Beldman. ‘De minister heeft een beeld neergezet waar ze naar toe wil, maar de concrete doelen ontbreken. Ze noemt wel extensivering, maar geen doelen en ook niet hoe ze er naar toe wil.’


Lastig keuzes maken

Voor melkveehouders blijft het dan ook lastig om strategische keuzes te maken. ‘Kringlooplandbouw blijft vaag, vanuit de markt is er geen specifieke vraag. Dus ik voorzie voorlopig geen grote veranderingen’, zegt Beldman.

De economische situatie op veel melkveebedrijven is weinig rooskleurig, constateert de onderzoeker. Uit het onderzoek blijkt dat bij 57 procent van de stoppers onvoldoende financieel resultaat aan stoppen ten grondslag ligt. Van de blijvers heeft 27 procent alle benodigde aflossingen en vervangingsinvesteringen gedaan. De rest heeft in meer of mindere mate vervangingsinvesteringen uitgesteld of niet alle benodigde aflossingen gedaan.

‘Optimalisatie is een eerste vereiste. Je moet technisch goed draaien. Boeren die dat doen presteren op alle fronten netjes. Zowel economisch als qua duurzaamheid’, constateert Beldman. Andere keuzes zijn volgens hem afhankelijk van de bedrijfssituatie en de persoonlijke ambitie van de melkveehouder.

Sectorspecialist melkveehouderij Marijn Dekkers van de Rabobank schetste eerder dit jaar drie afslagen die melkveehouders kunnen nemen om hun bedrijf verder te ontwikkelen. Bedrijven die de financiële slagkracht hebben, op de juiste locatie zitten en er het juiste ondernemerschap voor in huis hebben schalen volgens hem verder op.

Daarnaast ziet Dekkers een groep melkveehouders die melk beter wil vermarkten door bijvoorbeeld zelfzuivelen, het inspelen op een korte keten of mee te doen aan een van de vele concepten.

Ook verbreding kan volgens de Rabo-specialist een keuze zijn. ‘Daarbij kun je denken aan recreatie, zorg en kinderopvang, maar ook aan groene en blauwe diensten.’ Dat laatste vergt volgens Dekkers echter wel extra private en maatschappelijke geldstromen om die verduurzaming vergoed te krijgen.


Grond kopen voor extensivering is financieel niet haalbaar
Grond kopen voor extensivering is financieel niet haalbaar © Twan Wiermans


Extensiveren kan niet uit

Binnen plannen voor kringlooplandbouw van landbouwminister Carola Schouten is extensivering een belangrijke onderdeel. Ze wil daarmee de milieudoelstellingen halen. Ook vanuit Brussel klinkt de roep om extensivering van de melkproductie. Maar extensiveren van de melkveehouderij is duur. Dat blijkt uit twee onlangs verschenen onderzoeken over de financiële gevolgen van extensiveren. PPP-Agro Advies analyseerde de bedrijfsresultaten van hun klanten en vergeleek de 25 procent bedrijven met de laagste melkproductie per hectare met de 25 procent bedrijven met de hoogste melkproductie. Volgens het adviesbureau houdt de intensieve groep boeren 30.000 euro per vaste arbeidskracht meer over dan hun extensieve collega’s. Dat komt omdat extensievere bedrijven hogere kosten hebben voor arbeid, mechanisatie, grond en gebouwen. Volgens het adviesbureau worden die hogere kosten nu niet goedgemaakt door een hogere opbrengst voor melk, vlees of subsidies uit natuurbeheer. Ook berekeningen van Alfa Accountants en Adviseurs laten zien dat minder koeien houden of meer grond kopen in de praktijk financieel onhaalbaar is. Berekeningen van het accountantskantoor laten zien dat voor beide scenario’s zien. Voor een voorbeeldbedrijf met 1.000.000 kilo melk en 50 hectare grond resteert er na inkrimping met 25 procent een nadelig saldo van 22.000 euro. Extra investeren in 16,5 hectare grond, om ook uit te komen op een intensiteit van 15.000 kilo per hectare, zou betekenen dat er maximaal 20.000 euro per hectare mag worden betaald, een grondprijs die ver onder de actuele marktwaarde ligt. Beide adviesbedrijven komen dan ook tot de conclusie dat het economisch rendement van extensieve bedrijven flink lager ligt dan menigeen denkt. Extensiveren trekt een te grote wissel op de financiële draagkracht van de ondernemers in de sector. Wanneer de overheid de melkveehouderij wil extensiveren en gelijktijdig de economische positie van de boeren wil behouden of verbeteren, moet er extra structurele ondersteuning komen, aldus de adviseurs.

Weer

  • Vrijdag
    21° / 14°
    20 %
  • Zaterdag
    22° / 11°
    10 %
  • Zondag
    23° / 13°
    50 %
Meer weer