Risico+op+vogelgriep+inschatten+blijft+lastig
Achtergrond
© Twan Wiermans

Risico op vogelgriep inschatten blijft lastig

Het blijft lastig om het risico op vogelgriep in te schatten. Het virus kan eerder in ons land zijn dan gedacht. Dat blijkt dit jaar duidelijk. Voor pluimveehouders betekent het dat de waakzaamheid al vroeg in de herfst moet starten en bij buitenuitloop een groot deel van het jaar maatregelen nodig zijn.

Het hoogpathogene vogelgriepvirus H5N8 (HPAI H5N8) dat op drie commerciële pluimveebedrijven in Nederland is aangetoond, is waarschijnlijk via wilde watervogels Nederland binnengekomen. De besmetting was dit jaar vroeg, terwijl de weersomstandigheden niet direct aanleiding gaven om al een vroege trek van watervogels en daarmee een vroege besmetting te verwachten.

De Europese Autoriteit voor Voedselveiligheid (EFSA) gaf op 1 oktober de waarschuwing dat er risico's waren op het verspreiden van hoogpathogene vogelgriep naar Europa. Maar op dat moment waren er nog geen dode watervogels aangetroffen op de trekroutes vanuit de besmette gebieden in Rusland en Kazachstan richting Nederland.


Risico werd laag ingeschat

Het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit zag dan ook nog geen aanleiding om al uit te gaan van een hoog risico op de insleep van HPAI H5N8 in Nederland. Het risico werd nog betrekkelijk laag ingeschat, dat wil zeggen 5 tot 15 procent. Ophokken van vrije-uitloopkippen was nog niet aan de orde.

Insleep kan via uitloop, luchtinlaat, ongedierte en mens

Teun Fabri, hoofd pluimveegezondheidszorg bij Royal GD

Op 21 oktober bleek dat er bij dode knobbelzwanen sprake was van een besmetting met de hoogpathogene H5N8-variant. De dag daarna werd het risico op insleep door het deskundigenberaad wel hoog ingeschat en nam landbouwminister Carola Schouten het besluit om ophokken van pluimvee te verplichten.


Die ophokplicht kon niet voorkomen dat er op 29 oktober een ouderdierenbedrijf in het Altforst besmet bleek, gevolgd door een leghennenbedrijf in Puiflijk op 5 november en op 10 november een leghennenbedrijf in Lutjegast.


Bedrijven zonder uitloop

Opvallend is dat de bedrijven in Altforst, Puiflijk en Lutjegast geen uitloop hebben. Het risico op besmetting zou dan kleiner moeten zijn. Daarbij is het bedrijf in Altforst een ouderdierenbedrijf waar de biosecuritymaatregelen goed zijn. Het vogelgriepvirus moet dan ook op een andere wijze naar binnen zijn gekomen.


Dat kan zijn gebeurd via de lucht, ongedierte of toch de mens, zegt Teun Fabri, hoofd pluimveegezondheidszorg bij Royal GD. 'Als het via de lucht komt, zou het kunnen dat er besmette mest op het dak is gekomen, vlak bij de luchtinlaat. Dan kan het mogelijk binnenkomen, doordat het met de ventilatielucht mee naar binnen wordt getrokken. Ook veertjes van wilde watervogels kunnen een risico vormen.'


Ongedierte

Ongedierte is een groter risico. Muizen of ratten die buiten in aanraking komen met de mest van besmette wilde watervogels, kunnen het vogelgriepvirus de stal in brengen en zo de besmetting overdragen op kippen. Ook de pluimveehouder zelf, zijn medewerkers of bezoekers kunnen het virus mee naar binnen nemen.

De besmetting in Altforst komt vrijwel zeker niet van de besmette knobbelzwanen in Kockengen. 'Die knobbelzwanen trekken niet over lange afstanden, zegt een woordvoerder van Wageningen Bioveterinary Research. Wel zijn in het gebied waar de besmette knobbelzwanen zijn gevonden, ook dode smienten aangetroffen die besmet waren met HPAI H5N8.'


Via smienten besmet

De kans dat de besmettingen Nederland zijn binnengekomen via smienten of andere wilde watervogels, is erg groot. Nu is bekend dat er al op 16 oktober levende smienten zijn gevangen die besmet bleken met het H5N8-vogelgriepvirus. Die smienten trekken over lange afstanden vanuit broedgebieden in Rusland naar Nederland om te overwinteren.


Wageningen Bioveterinary Research heeft de genetische code van het H5N8-virus dat in Nederland is gevonden, ontrafeld. Daaruit blijkt dat dat het verwant is aan de HPAI H5N8-virussen die in augustus in Rusland en Kazachstan werden aangetroffen. Het is dus waarschijnlijk dat dit virus door trekvogels naar Nederland is gebracht.

Fabri verwacht dat smienten of andere wilde watervogels als brandganzen dan ook de bedrijven in Altforst en Puiflijk hebben besmet. 'Dat daar geen dode wilde watervogels zijn gevonden, zegt niet alles. Een deel van de smienten en brandganzen overleeft de besmetting met het vogelgriepvirus, maar kan het wel verspreiden.'


Zomer

De kans dat het virus de hele zomer in Nederland aanwezig is geweest in ganzen die hier blijven, is nihil. 'Dan zouden er in de zomer ook besmette wilde vogels moeten zijn gevonden. Bij alle onderzoeken van levende en dode watervogels is het vogelgriepvirus dit jaar in Nederland nog niet gevonden' aldus de woordvoerder van Wageningen Bioveterinary Research.


Pluimvee vaccineren is niet mogelijk

Vaccineren van pluimvee is geen optie om een uitbraak van vogelgriep te voorkomen. Dat komt omdat er geen vaccins zijn die tegen ieder type vogelgriep. Ook is niet altijd te voorspellen welk type vogelgriepvirus voor problemen gaat zorgen. De hoogpathogene H5N8-variant is wel ieder jaar te verwachten, omdat het endemisch is in Rusland en Kazachstan waar de watervogels in de zomer verblijven, voordat ze naar Noordwest-Europa trekken. Maar dat hoeft niet altijd tot een uitbraak onder het pluimvee te leiden. Daarnaast zal vaccinatie leiden tot handelsbelemmeringen. Dat is voor de Nederlandse pluimveesector, die afhankelijk is van de export, een probleem.

Bekijk meer over:

Weer

  • Maandag
    4° / 2°
    40 %
  • Dinsdag
    4° / 0°
    10 %
  • Woensdag
    3° / -1°
    10 %
Meer weer