Familie+Brummelhuis+tevreden+over+vrijloopkraamopfokhok
Reportage
© Marije Brummelhuis-Thybaut

Familie Brummelhuis tevreden over vrijloopkraamopfokhok

Er is veel belangstelling voor het vrijloopkraamopfokhok van de familie Brummelhuis. Zij werkt er nu vier jaar naar volle tevredenheid mee. 'Maar het succes hangt van meer af dan alleen de hokinrichting', zegt Jarno Brummelhuis.

Vanuit de skybox heeft de bezoeker aan het fokbedrijf van de familie Brummelhuis in het Twentse Hoge Hexel een mooi zicht op de vrijloopkraamopfokhokken. Het is donderdag en dan komen nieuwe zeugen – Noors Landvarken en Terra's – in de kraamafdeling. Rustig lopen de aanstaande moeders de afdeling en vervolgens een hok binnen.

Jarno Brummelhuis kijkt er zichtbaar genietend naar. Het tafereel ademt rust uit. 'Zo gaat dat altijd. Ook als er wordt gespeend.' Het is alweer vier jaar geleden dat Brummelshuis, zijn vader Harrie en moeder Josefien de nieuwbouw met 242 vrijloopkraamopfokhokken (elf afdelingen) op hun subfokbedrijf in gebruik namen. De nieuwbouwplannen dateren al van 2012.


Pro Dromi

In eerste instantie was de familie Brummelhuis betrokken bij de ontwikkeling van Pro Dromi, maar in 2013 stapte ze in de ontwikkeling van een eigen vrijloopkraamopfokhok. In de oude boerderij werd een proefstal ingericht en samen met stalinrichter Nijenkamp is tweeënhalf jaar gesleuteld aan de vrijloopkraamopfokhokken die nu op de markt worden gebracht onder de naam MultiFarrow.

Ons vrijloopkraamopfokhok biedt alle ruimte voor natuurlijk gedrag van de zeug en biggen

Jarno Brummelhuis, varkenshouder in Hoge Hexel

Het hart van het vrijloopkraamopfokhok, dat 2,50 x 2,40 meter groot is, zijn twee met een beweging op te klappen hekken. Het hek het dichtst bij de controlegang stelt het biggennest veilig. Met een tweede hek wordt de bewegingsvrijheid van de zeug ingeperkt van de dag voor het werpen tot vijf dagen daarna.


Zeugen zien elkaar

Het oorspronkelijke idee was de zeug volledig los te laten in het kraamhok. 'Maar dat ging na twee rondes in de proefstal faliekant mis. Toen besloten we rond het werpen de vrijheid van de zeug toch een paar dagen te beperken.' In de kraamstal kunnen de zeugen elkaar zien. Van de 1 meter hoge hokafscheiding is namelijk alleen de onderste 75 centimeter dicht.

Het hok is uitgerust met kunststofroosters met een betonnen eiland om de klauwen van de biggen en de zeugen voldoende te laten slijten. Een van de succesfactoren van het vrijloopkraamopfokhok noemt Brummelhuis het biggennest. Dat is gepositioneerd bij de kop van de zeug. 'Een natuurlijke plek zonder dat je extra materieel in de stal hebt.'


Lamp voor extra warmte

De kap over het biggennest met geïsoleerde vloer is transparant en met een vinger te bedienen. Een lamp zorgt daar de eerste dagen voor extra warmte. Een kachel is niet nodig. 'De zeugen produceren genoeg warmte om de afdeling op temperatuur te houden en met de lamp sturen we het microklimaat in het biggennest', zegt de varkenshouder.

Het ontwerp blijkt een aaneenschakeling van bewuste keuzes, gebaseerd op de ervaringen in de proefstal. 'Toen veranderden we elke ronde wel iets. Zonder een goede samenwerking met de stalinrichter lukt dat niet.' Het kraamhok valt op door zijn eenvoud, maar het succes hangt volgens Brummelhuis van meer af dan alleen de hokinrichting.


Ventilatie

Zo is er lang en veel geknobbeld over de ventilatie en plek waar de verse lucht de afdeling in komt. 'Daar staat of valt het liggedrag van de biggen mee.' Dat heeft ook weer invloed op het sterftepercentage.' Bij Brummelhuis ligt dat tot het moment van spenen op minder dan 10 procent. 'Dat is inclusief de zuiverelijnsdekkingen voor eigen aanfok.'

Ongenoemd mag ook de klepelbak van Verbakel niet blijven. De zeugen krijgen er hun lactovoer ze kunnen er tevens water drinken, op deze manier blijft ook het drinkwater voor de biggen altijd vers. In de laatste week van de lactatie nemen de zeugen gemakkelijk 1 tot 1,5 kilo per dag extra op.


Sneller werpproces

Brummelhuis stelt vast dat doordat de zeugen voor het werpen los lopen het werpproces sneller verloopt en de zeugen weer sneller voer opnemen. En omdat de bereikbaarheid van het uier groot is, er ook meer zoogmomenten zijn.

Wanneer er wordt gespeend maakt het lactovoer plaats voor ongeveer 0,5 kilo biggenkorrel per big dat overgaat in speenbrok. Op negen weken leeftijd zitten de biggen gemiddeld op 25 kilo en wordt de afdeling geleegd en schoongemaakt.


De bouwkosten raamt de varkenshouder 10 tot 20 procent boven die van een standaard kraam- en speenafdeling. Daartegenover zet hij een lager energie- en watergebruik, goede voeropname door zeug en biggen, geen speendip, minder schoon te spuiten – minder water in de put en minder arbeid – en vooral veel arbeidsgemak. 'De stal verdient zichzelf terug.'


Toekomstproof?

De familie Brummelhuis investeerde in vrijloopkraamopfokhokken om toekomstproof te zijn. Wie het Deltaplan Veehouderij dat de Dierenbescherming in mei publiceerde, leest, kan niet anders dan concluderen dat Nederland Duitsland achternagaat. Vrijloopkraamhokken met een oppervlakte van 6,5 vierkante meter zijn daar per 2035 verplicht.

De MultiFarrow sluit daarop aan. De 6 vierkante meter in het eigen vrijloopkraamopfokhok niet, beaamt Brummelhuis. Als early adopter hoopt hij op een uitzondering. 'Het is maar net wat de norm wordt. In ons vrijloopkraamhok kan de zeug onbeperkt lopen en draaien. Er is alle ruimte voor natuurlijk gedrag van de zeug en biggen.'


'Een beetje een dierentuin'

'Het is hier een beetje een dierentuin', klinkt het bijna verontschuldigend. Varkenshouder Jarno Brummelhuis uit het Twentse Hoge Hexel doelt op de bonte schare genetica die op het 550 dieren tellende subfokbedrijf aanwezig zijn. Het zijn zuivere NL- en Terra-zeugen die worden gekruist voor de productie van Topigs 50-, TN50- en TN70-opfokzeugen.

Bekijk meer over:

Weer

  • Zondag
    4° / -1°
    20 %
  • Maandag
    4° / 0°
    40 %
  • Dinsdag
    4° / 1°
    10 %
Meer weer