Huttentut+lijkt+kringloopteelt+met+potentie
Achtergrond
© Willem Paterik

Huttentut lijkt kringloopteelt met potentie

Sommigen kennen het als vlasdodder, het onkruid in de vlasteelt, anderen hebben er niet of nauwelijks van gehoord. Toch is huttentut – officieel: Camelina sativa – dankzij haar veelzijdigheid en rijke oliegehalte een gewas met potentie in Nederland. 'Het past goed bij de filosofie van ons bedrijf en onze kringloopgedachte.'

De biologische boerderij Heining & Hoef van Emiel Anssems in het Brabantse Teteringen combineert rundvee – Brandrode ossen en zoogkoeien – met akkerbouw. De mest van het vee wordt gebruikt als bemesting van de akkers en de geteelde granen dienen als krachtvoer voor het rundvee.

De corebusiness is evenwel natuurbeheer in samenwerking met Staatsbosbeheer. Het is een van de weinige bedrijven in Nederland die huttentut teelt, vroeger bekend als lampolie.

'Acht jaar geleden ben ik me gaan verdiepen in het telen van oude gewassen zoals huttentut op de schrale zandgrond. Al vrij snel bleek dat het gewas vrij waardevolle olie oplevert, die qua smaak en samenstelling gezond is door omega 3-, 6- en 9-vetzuren en antioxidanten', zegt Anssems.

Het gewas gebruikt minder water en heeft een kort groeiseizoen

Robert van Loo, onderzoeker Wageningen University & Research

Proefveldje

'In 2014 begonnen we met een proefveldje, een strookje huttentut in combinatie met zomergerst, een mengteelt. Daarbij stuitten we meteen op het eerste probleem: het gewas is supergevoelig voor schimmel en broei. Binnen enkele uren na de oogst moet je het drogen. Even laten liggen kan niet. Begin je niet binnen twaalf uur met drogen, dan kun je de oogst weggooien.'

Het tweede jaar zaaide Anssems 0,5 hectare in. Dit jaar is het uitgebreid tot 1,5 à 2 hectare. De teler zaait de huttentut in maart volvelds in met een pijpenzaaimachine.


Ondiep zaaien

'4 tot 6 kilo superfijn zaad per hectare, veel fijner nog dan koolzaad dat ondiep moet worden gezaaid, op 0,5 centimeter diepte, anders komt het gewas niet op.' Goed te doen bij vochtig weer, lastig bij droogte, zoals de ondernemer dit jaar ondervond. 'Ik heb eind april opnieuw moeten inzaaien.'

Anssems teelt huttentut dat een groeiseizoen kent van zo'n honderd dagen, vanuit diverse invalshoeken. De olie die de oogst oplevert ('20 tot 25 procent van de opbrengst van 1.000 tot 2.000 kilo per hectare; gemiddeld tussen de 250 en 400 liter olie'), is een onderscheidend product dat hij lokaal afzet en waarvoor de belangstelling groeit. Zo levert hij aan diverse restaurants en boerderijwinkels in de omgeving.


Flessen met huttentutolie, een spijsolie voor in de koude keuken.
Flessen met huttentutolie, een spijsolie voor in de koude keuken. © Willem Paterik

De olie kan worden gebruikt als spijsolie in de koude keuken, in salades en pesto's bijvoorbeeld, ter vervanging van olijfolie. Maar minstens zo belangrijk is het restmateriaal na persing van de olie.


Veel eiwit

'Dat bevat veel eiwit, 30 procent, en is bruikbaar als veevoer. Het past ook goed bij de filosofie van ons bedrijf en onze kringloopgedachte. We telen een krachtvoervervanger waarbij we tegelijkertijd de minder goede grond tot waarde brengen.'

Anssems ziet dan ook voldoende perspectief om de teelt uit te breiden. Daarbij gaat zijn gedachte uit naar vergroting van de eigen productie of het stimuleren van de teelt via collega-bioboeren.


Canada

Belangrijk daarbij is in zijn ogen wel dat er betere rassen komen, met opbrengsten die richting de 2.550 tot 4.000 kilo per hectare gaan zoals in Canada, waar huttentut op 20.000 hectare vooral als basis voor vis- en veevoer wordt geteeld. 'Voor die betere rassen is een uitgebreid veredelingsprogramma nodig.'

Robert van Loo, onderzoeker bij Wageningen University & Research, begrijpt die opmerking. Hij verwijst ook naar Canada, waar Linnaeus Plant Sciences al tweemaal zo groot zaad heeft ontwikkeld. Het bedrijf participeerde ook in het project 'Cosmos' van de Europese Unie.

'Dat is in Canada klimatologisch gezien handig, maar bijvoorbeeld ook in het droge Griekenland', zegt Van Loo. En Nederland lijkt daarbij aan te sluiten, met steeds drogere lentes en zomers', zegt Van Loo.


Droogte

'We krijgen steeds vaker met droogte te maken en mogelijk ook vaker met beregeningsverboden. Daarom is het goed dat we naar gewassen kijken die minder water gebruiken en een kort groeiseizoen kennen.'

Dat huttentut uitermate geschikt is voor armere gronden, is eveneens een belangrijk pluspunt. Van Loo: 'Je wilt immers niet dat deze teelten bestaande voedselproductie gaan vervangen.'


10.000 hectare reëel

De onderzoeker kijkt dan ook goedkeurend naar de projecten en onderzoeken met huttentut. Uiteindelijk lijkt hem een Nederlands areaal van 10.000 hectare reëel. Voorwaarden wat hem betreft zijn vooral om de teelt goed te organiseren, in lijn met de rest van de verwerking.

'Als het past in het teeltplan en de opbrengsten zijn in verhouding met de kostprijs, komt Camelina sativa snel in beeld. Vooral op marginale grond is het snel interessant. Zeker ook nu er door de krimp van de veeteelt in het kader van de stikstofproblematiek areaal vrijkomt', zegt Van Loo.


Vraag stimuleren

'Daarnaast moet de vraag in de markt voor biobased grondstoffen en gewassen worden gestimuleerd, net als de verbetering van het uitgangsmateriaal en de veredeling. En de productieketen moet worden ontwikkeld, niet alleen in Nederland, maar Europees.'


Camelina sativa in beeld bij twee EU-projecten

In EU-verband is er in twee projecten onderzoek gedaan naar Camelina sativa ofwel huttentut: 'Camelina and crambe oil crops as sources for medium-chain oils for specialty oleochemicals' ('Cosmos') (2015-2019) en het nog lopende project 'Marginal Lands for Growing Industrial Crops' ('Magic') (2017-2021). Belangrijkste doel van het project 'Cosmos' was de ontwikkeling en optimalisatie van waardeketens van de oliezaadgewassen huttentut en Crambe abyssinica (Afrikaanse bolletjeskool, in Ethiopië spice oil genoemd). Dat zouden de Europese tegenhangers van kokos- en palmpitolie moeten worden. In dat project slaagde Wageningen University & Research (WUR) er onder meer in om met moderne veredelingstechnieken als EMS-mutagenese en Crispr-Cas9 de vetzuursamenstelling van beide oliën te verbeteren en het bitterstoffengehalte in de zaden sterk te verlagen, stelt onderzoeker Robert van Loo. Na de olie-extractie kunnen de zaadresiduen als hoogwaardiger veevoer worden gebruikt. Het project 'Magic' heeft een iets andere insteek. Dat focust op de ontwikkeling van grondstofefficiënte, rendabele gewassen die goed kunnen gedijen op marginale gronden. Op die manier levert het een bijdrage aan de duurzame ontwikkeling van een biobased, circulaire economie met zo min mogelijk concurrentie met voedsel. De WUR richt zich binnen dit project onder meer op het ontwikkelen van een database met eigenschappen van planten die in potentie geschikt zijn voor productie van biomassa en non-foodproducten op marginale gronden en het verbeteren van rassen en teelttechnieken om planten te genereren die geschikt zijn voor teelt op marginale gronden.

Bekijk meer over:

Weer

  • Donderdag
    16° / 14°
    70 %
  • Vrijdag
    16° / 7°
    30 %
  • Zaterdag
    14° / 11°
    50 %
Meer weer