Akkerbouw+ervaart+nieuwe+stap+vergroening
Achtergrond
© ExpoJoes - Froombosch - portrettist

Akkerbouw ervaart nieuwe stap vergroening

Enkele Groningse akkerbouwers testen bouwplanmaatregelen voor verdere verduurzaming van hun bedrijfsvoering. Daarmee bereiden ze zich voor op de ecoregeling die gaat gelden binnen het nieuwe GLB, aanvullend op de basispremie. Het Landbouwcollectief Midden-Groningen neemt deel aan de landelijke pilot Akkerbelt en sorteert volop voor op het nieuwe GLB.

De pilot Akkerbelt richt zich op de vergroening van het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB) na 2022. In deze pilot werken negen akkerbouwcollectieven aan een gebiedsgerichte, effectieve en inpasbare invulling van de vergroening. De collectieven oefenen met regionale keuzemenu's van maatregelen, met een bijbehorend puntensysteem en met de rol die zij zelf kunnen spelen in de uitvoering van de ecoregeling.

Landbouwcollectief Midden-Groningen (CMG) organiseerde onlangs een bijeenkomst in Garmerwolde voor de deelnemers aan Akkerbelt. Doel was het uitwisselen van ervaringen en kennis over de bouwplanmaatregelen die de akkerbouwers in Midden-Groningen uitvoeren. CMG stelt bij de vergroening van de akkerbouw in deze regio de verbetering van de bodem centraal, in overleg met de akkerbouwers en gebiedspartijen.


Akkerrand verdient serieuze aandacht

'Een akkerrand moet je behandelen als een gewoon gewas', stelt akkerbouwer Simon Wieringa. 'Het betekent op tijd zaaien en zorgen dat de randen goed ontwikkelen en niet veronkruiden. Met drie voorbewerkingen en een mengsel met sterke en gevarieerde kruidensoorten is het, ondanks de droogte dit voorjaar, gelukt een mooie akkerrand te krijgen.'

Wieringa heeft een bedrijf op zandgrond in Hellum. Hij heeft al twintig jaar ervaring met akkerranden. Binnen Akkerbelt zaaide hij rondom zijn percelen akkerranden van 3 meter breed. 'Met deze breedte kan ik goed uit de voeten en het levert een mooie bijdrage aan de biodiversiteit.'
De akkerranden op klei op het bedrijf van Egge Jan Hommes staan er minder goed bij. Die zijn gezaaid na het aardappelpoten en dat is duidelijk te laat na het droge voorjaar. Hommes is geïnteresseerd in de functionele agrobiodiversiteit. Maar dit jaar zijn de akkerranden te laat en de luizen zijn vroeg.


Rustjaar biedt geen oplossing voor aardappelopslag

De akkerbouwers Geert Jan Duisterwinkel in Vierhuizen en Jan Gert Doornbosch in Slochteren testen in hun bouwplan een rustjaar met een groenbemester. Zij gebruiken daarvoor een mengsel met onder meer Ethiopische mosterd, wikke, sorghum en vlas.

Doornbosch plande het rustjaar op een perceel waar in 2019 onder natte omstandigheden is geoogst. 'Dit voorjaar hebben we daar zo'n 25 kuub mest uitgereden, dat eind april ondergeploegd en toen het perceel laten liggen voor een vals zaaibed. Eind mei na wat regen hebben we het mengsel kunnen zaaien en dat staat er nu mooi bij.'

Nadeel van het rustjaar vindt Doornbosch de bestrijding van aardappelopslag. 'Daar kunnen we in de groenbemester niets meer aan doen.'

Voor het rustjaar gebruikte Duisterwinkel een perceel waar de groenbemester mislukte in het najaar. Naast het rustjaar heeft de akkerbouwer op een deel van het perceel tarwe gezaaid. 'Komend najaar willen we de effecten op de bodemkwaliteit vergelijken. Verder gebruik ik het hele perceel volgend jaar voor pootgoed. Dan ben ik benieuwd of de meeropbrengst voldoende is om het jaar zonder saldo te compenseren.'


Strokenteelt trekt in elk geval meer vogels

In stroken van 6 meter heeft akkerbouwer Gerben Stellingwerf in Schildwolde op een perceel van 8 hectare tarwe, suikerbieten, gerst, mais, hennep en haver ingezaaid. Na een cursus bij Wageningen University & Research test hij dit jaar de meerwaarde van strokenteelt voor vergroening. 'Het idee is dat de gewassen elkaar versterken en daardoor beter weerbaar zijn.'

Op het perceel heeft Stellingwerf niet-kerende grondbewerking toegepast. Dat lijkt met name bij de graanstroken goed gelukt. In mais, hennep en suikerbieten vindt de akkerbouwer de onkruiddruk van met name kamille en melde nu te hoog. Hij heeft wel de indruk dat de ziektedruk lager is en verwacht winst op het gebruik van insecticiden en fungiciden.

Stellingwerf noemt de efficiëntie van de bewerking in de verschillende gewassen een uitdaging. 'Dat kan niet zonder gps en biedt kans voor robotisering.' Het is volgens hem maar de vraag of strokenteelt het ei van Columbus is. Maar de voordelen ziet hij ook. 'De stroken trekken in elk geval de belangstelling van omwonenden en ik heb ook de indruk dat er meer vogels te zien zijn.'


Timing is alles bij wiedeggen

Als mogelijke ecomaatregel voor het nieuwe GLB heeft Derk Gesink in Mensingeweer het gebruik van een wiedeg getest in zomergerst. De akkerbouwer teelt pootaardappelen in een 1-op-3-bouwplan met granen en suikerbieten. 'Als wij moeten anticiperen op een teelt zonder Roundup, dan is wiedeggen een alternatief', zegt hij.

Dit voorjaar heeft Gesink zijn zomergerst twee keer bewerkt met de wiedeg. Zijn ervaring is dat de timing het eindresultaat bepaalt. 'Je moet de onkruiden aanpakken in het wittedradenstadium. Als onkruidplanten eenmaal vaststaan, doet de wiedeg weinig meer. Voor de juiste timing moet je vooraf de toplaag van een perceel wegschrapen om te kijken of er al witte draden zijn.'

Over het bestrijdingsresultaat is Gesink niet ontevreden. Maar hij heeft ook twijfels. 'Voor veel probleemonkruiden lijkt wiedeggen een redelijk alternatief, maar voor aardappelopslag zijn andere oplossingen nodig.'


Productie eigen eiwit met winterveldbonen

Melkveehouder en akkerbouwer Jan Pieter van Tilburg in Hellum teelt voor het vierde jaar op rij veldbonen als voergewas voor zijn koeien. 'Het is een uitstekende eiwitbron, onze koeien zijn er gek op. Wij voeren nauwelijks nog eiwitten van buitenaf aan.'

Van Tilburg kiest in een 1-op-6-rotatie voor winterveldbonen vanwege de afrijping in augustus. Hij berekent dat ongeveer 6 ton bonen per hectare nodig is om het saldo van 10 ton tarwe te evenaren. 'De opbrengsten kunnen variëren van 2 tot 8 ton en dat is sterk afhankelijk van de schimmeldruk.'

In de teelt vraagt winterveldboon weinig aandacht. Het gewas heeft nauwelijks mineralen nodig en legt juist stikstof vast voor een volggewas. Eén keer een bodemherbicide vroeg in het seizoen is voldoende om onkruidvrij te blijven. Verder spuit Van Tilburg kort na de bloei een fungicide tegen bladvlekken. 'Het is een prachtig gewas met een mooie bloei. Wij merken dat in de buurt van de veldbonen veel meer nachtvlinders zijn te vinden.'


Hopen op 8 ton opbrengst van vogelgraan

Op zijn bedrijf in Hornhuizen zaaide akkerbouwer Jurjen Oosterhuis afgelopen najaar een perceel wintertarwe volgens de specificaties van vogelgraan. Doel is om met een lagere zaaidichtheid een gewas te telen waarin akkervogels kunnen broeden en na de oogst volop voer vinden. Omdat CMG vol inzet op de bodem, wordt na vogelgraan een groenbemester gezaaid.

Oosterhuis zaaide 120 kilo zaaizaad per hectare op rijen van 25 centimeter. Daarvoor maakte hij op zijn zaaimachine de helft van de zaaipijpen dicht. Voorwaarden voor vogelgraan zijn onder meer de niet-kerende grondbewerking voorafgaand aan het zaaien. Er mogen geen insecticiden in het gewas worden toegepast en het uitrijden van drijfmest moet zonder sleepslang.

De conclusie van Oosterhuis tot dusver is dat vogelgraan goed inpasbaar lijkt. Hij heeft in het gewas een standaard ziektebestrijding uitgevoerd. 'Waarschijnlijk is de ziektedruk wel lager vanwege de ruimere zaaiafstand. We hopen op een opbrengst in de buurt van de 8 ton', aldus de Groningse akkerbouwer.

Weer

  • Dinsdag
    34° / 21°
    10 %
  • Woensdag
    34° / 21°
    10 %
  • Donderdag
    32° / 22°
    80 %
Meer weer