Dierenartsen+wijzen+op+infectieziekten+bij+aankoop+vee
Achtergrond
© Twan Wiermans

Dierenartsen wijzen op infectieziekten bij aankoop vee

Met het aankopen van melkkoeien stijgen ook de gezondheidsrisico's. Dat vraagt om een plan van veehouders om de insleep van infectieziekten zoveel mogelijk te beperken, vinden dierenartsen.

Als rundveedierenarts Stef van Roessel van Diergeneeskundig Centrum Oisterwijk spreekt over 'gedoe', dan heeft hij het over ziektes of uitval. Zo zag hij laatst op een melkveebedrijf tussenklauwontsteking bij de dieren na de aankoop van verse vaarzen. 'Zo'n infectie kost klauwen met geld, ergernis en extra werk.'

De afgelopen jaren is in de rundveehouderij veel aandacht geweest voor infectieziekten als BVD en IBR. Maar ook mindere bekende ziekteverwekkers, zoals Streptococcus agalactiae en Staphylococcus aureus, steken soms de kop op. Insleep van verschillende bacteriën kan mastitis, gewrichtsontsteking of longproblemen veroorzaken en een koppel lamleggen.


Open bedrijfsstructuur

'Insleep door een open bedrijfsstructuur blijft het risico nummer 1 voor gedoe', zegt Van Roessel. 'Om dat zoveel mogelijk te voorkomen, moet je een verkoper nooit op zijn blauwe ogen geloven, maar onderzoek doen naar mogelijke infecties.'

Een infectie kost klauwen met geld, ergernis en extra werk

Stef van Roessel, rundveedierenarts Diergeneeskundig Centrum Oisterwijk

Inge Nijhoving, dierenarts rund bij GD, is het hiermee eens. 'Bekijk waar je als veehouder vrij van wilt blijven en schakel bij de aankoop een expert in, zoals GD of je eigen dierenarts. Daarnaast kan een bedrijfscertificaat helderheid geven over de gezondheid van de dieren.'


Diergezondheidsmonitoring

Nijhoving maakt deel uit van het team gespecialiseerde dierenartsen en onderzoekers dat verantwoordelijk is voor de uitvoering van de diergezondheidsmonitoring. 'Die is belangrijk voor diergezondheid en dierenwelzijn, het beschermen van de volksgezondheid en de exportpositie van Nederland', concludeert ze.

De risico's zitten vooral bij de invoer van dieren van een bedrijf met een lagere gezondheidsstatus. Daarvoor beveelt GD rundveehouders aan om binnen acht weken aanvoeronderzoek uit te voeren naar leptospirose, paratuberculose, salmonella, BVD en IBR. Om meer te weten over de uiergezondheid, kan het tankcelgetal duidelijkheid geven, al zijn deze gegevens pas na tien lactatiedagen betrouwbaar.


Quarantaine

Zowel Nijhoving als Van Roessel is voorstander van een quarantaineperiode na aankoop, waarbij bestaande infecties uitdoven. 'Maar ook die werkwijze is niet waterdicht en niet altijd praktisch uitvoerbaar', vindt Van Roessel.

'Zeker zo belangrijk is dat de nieuwe dieren in een stabiele omgeving terechtkomen, want er zal een nieuwe rangorde komen en dat leidt sowieso tot extra stress en daarmee vaak een verminderde weerstand. Dus als je dieren aankoopt, sleutel dan bijvoorbeeld niet tegelijkertijd aan het rantsoen.'


Utopie

Alle gezondheidsrisico's uitsluiten is een utopie, weet Van Roessel. 'Zo heb je ook de onzichtbare rotzakken: koeien met een infectie, maar zonder ziekteverschijnselen. Deze dragers kunnen wel de andere dieren besmetten.'

Als gevolg van de fosfaatwetgeving en in afwachting van extra stikstofmaatregelen hebben melkveehouders de afgelopen jaren jongvee afgestoten en extra dieren aangekocht om de ruimte in de stal of vergunning volledig te benutten.


Alle dieren aankopen

Melkveemakelaar Bert Meijering heeft dan ook klanten die alle dieren aankopen. Met zijn bedrijf BM Livestock koopt hij hoofdzakelijk in Duitsland, op veilingen of rechtstreeks bij melkveehouders.

Meijering heeft al 35 jaar ervaring en spreekt vooral over de situatie voor de coronacrisis. 'Mijn belangrijkste adviezen aan melkveehouders? Weet waar je dieren koopt en doe bij twijfel bloedonderzoek.'

De melkveemakelaar beoordeelt alle aangekochte dieren zelf en is naar eigen zeggen niet de goedkoopste met prijzen van vaarzen tussen de 1.700 en 2.800 euro. 'Maar ik zie dan ook weinig gezondheidsproblemen.' Waar hij wel tegenaan loopt, is dat pinken soms tegen BVD worden geënt en antistoffen laten zien in het aanvoeronderzoek. 'En dat terwijl er niets aan de hand is. Dat heb ik in de sector aangekaart.'


Zuiniger op kalveren

Het feit dat melkveehouders minder jongvee aanhouden, heeft ook positieve effecten op de diergezondheid, constateert Van Roessel. 'Ik zie minder ziekte en minder uitval bij jongvee. Met minder dieren in de opfok is er minder neus-op-neuscontact en boeren zijn zuiniger op hun kalveren. Dat geeft mij de ruimte om meer over preventie te praten, zoals een goede kwaliteit biest.'

De dierenarts concludeert dat de risico's van aanvoer over het algemeen zijn te overzien. 'Maar een gesloten bedrijf is het allerbeste op het gebied van gezondheid. Daar kan geen discussie over zijn. Dus het is de keuze van de veehouder om in de toekomst misschien wat minder te gaan melken en weer wat meer jongvee aan te houden.'


Minder jongvee op het bedrijf door focus op melken

Veehouders kiezen ervoor om zich te focussen op het melken. Ze houden in de afgelopen drie jaar tijd ruim een kwart minder jongvee op het bedrijf. Uit cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) blijkt dat in de periode van 1 december 2016 tot 1 december 2019 het aantal stuks is teruggelopen van 1,3 miljoen naar ruim 950.000. Met het oog op de wetgeving benutten veehouders stal- en vergunningsruimte optimaal met melkkoeien. Om de melkveestapel op peil te houden, doen boeren vaker een beroep op de import van vooral drachtige en melkgevende dieren. Bij een gebrek aan kwalitatief voldoende aanbod in eigen land worden dieren geïmporteerd.

Bekijk meer over:

Weer

  • Maandag
    23° / 8°
    0 %
  • Dinsdag
    23° / 7°
    10 %
  • Woensdag
    22° / 13°
    85 %
Meer weer