Vragen+en+antwoorden+over+stikstof
Achtergrond
© Archief

Vragen en antwoorden over stikstof

Nieuwe Oogst hield het webinar met medewerking van Wageningen University & Research (WUR), DLV Advies en LTO Nederland. Centraal stonden de maatregelen, stalinnovaties en de begrenzing van het eiwitgehalte in veevoer. Sprekers waren Gerbrand van ‘t Klooster (LTO), Erwin van Kessel (DLV) en Jan Dijkstra (WUR).

Tijdens deze online studiebijeenkomst konden de bijna vierhonderd deelnemers de sprekers zien en vragen stellen die live beantwoord werden door deskundigen. Een samenvatting van de vragen en antwoorden.


Wordt bij intern salderen afgeroomd?

‘Bij intern salderen wordt niet afgeroomd.’


Als de ammoniak na drie jaar niet gebruikt is, gaat dit terug naar de veehouder?

‘De beleidsregels voor extern salderen zijn nog in ontwikkeling. De driejaarstermijn is genoemd in de brief van landbouwminister Carola Schouten aan de Kamer en moet nog worden uitgewerkt.’


Vervallen dierrechten bij extern salderen aan de overheid?

‘Nee, dierrechten vervallen niet aan de overheid. Als de overheid bedrijven koopt, kan het wel zijn dat rechten worden opgekocht. Dat is nog niet duidelijk.’


Hoeveel procent wordt afgeroomd bij extern salderen?

‘Vorig jaar is vastgelegd dat bij extern salderen 30 procent van de stikstofruimte van de ‘saldogever’ wordt afgeroomd.’


Mag NOx uitgewisseld worden met NH3?

‘Stikstofoxiden en ammoniak mogen uitgewisseld worden.’


Stallen aanpassen



Betekent een emissiearme vloer ook ruimte voor extra dieren?

‘Ja, ammoniak die bespaard wordt door het plaatsen van een emissiearme vloer mag benut worden om uit te breiden. Dit heet intern salderen. Wel is het zo dat alle provincies een beleidsregel hebben opgesteld waarin is opgenomen dat niet-gerealiseerde stallen gezien worden als latente ruimte. Dit betekent dat de vrijgekomen ammoniak dus wel mag worden gebruikt. Maar als de uitbreiding is gerealiseerd, is de ammoniak niet meer latent. Is de uitbreiding niet gerealiseerd, dan is de ammoniak in principe latent.’


Zijn er ook reductienormen voor pluimvee?

‘Voor nieuwe stallen voor vleeskuikens, leghennen en opfokhennen en hanen geldt dat deze emissiearm gebouwd moeten worden. De normen staan in het Besluit emissiearme huisvesting. Schouten noemt in de brief nog geen normen voor bestaande stallen. De verwachting is dat ook voor pluimvee de streefwaarde van 85 procent geldt, met een minimum van 70 procent. Dit zal straks blijken uit de Subsidieregeling brongerichte verduurzaming. Dit zal mede afhankelijk zijn van beschikbare technieken voor de verschillende diercategorieën binnen pluimvee.’


Wat is mogelijk met een vrijloopstal of potstal?

‘Voor nieuwe stallen is het Besluit emissiearme huisvesting niet van toepassing. Dit betekent dat deze stallen vandaag gebouwd mogen worden. Binnen Brabant moeten deze stallen per 1 januari 2024 emissiearm zijn.
‘Qua bronmaatregelen is er op dit moment niets in ontwikkeling. Er zijn verkenningen geweest naar het koelen van een potstal (bij geiten). Of dit voldoende is, moet nog onderzocht worden.’


Kan de vleeskalverhouderij meeliften met de melkveesector ?

‘Er staan voor vleeskalveren in de leeftijd van 0 tot 8 maanden buiten luchtwassers twee systemen op de Rav-lijst. Dat zijn een stal met hellende roostervloer in combinatie met hellende schijnvloer onder de roostervloer en een stal met roostervloer voorzien van een bolle rubberen toplaag en afdichtflappen in de roosterspleten.
‘Deze twee technieken hebben een reductiepercentage van respectievelijk 28,5 procent en 45 procent. De vraag is of dit qua streefwaarde voldoende is. Meeliften naar een hogere reductie kan door naast dit systeem aanvullende maatregelen te treffen, bijvoorbeeld op het gebied van management. Ook kan gekeken worden of technieken uit andere sectoren geheel of gedeeltelijk te kopiëren zijn naar de vleeskalverhouderij.’


Is het verstandig hemelwater op te vangen?

‘Schouten geeft aan dat ze wil inzetten op het verdunnen van mest bij het uitrijden. Ze heeft er 105 miljoen euro voor uitgetrokken om 40 procent van de investeringskosten te vergoeden, bedoeld als stimulering voor opvang van regenwater van de stallen en daken. Mede omdat op verschillende plaatsen de beschikbaarheid van de hoeveelheid oppervlaktewater beperkt is. Als de voorziening voor opvang voorhanden is, lijkt het een keuze om het opgevangen water ook daarvoor in te zetten. Het heeft nog niet geleid tot een standaard advies.’

tekst gaat verder onder video

Webinar terugkijken?




Minder eiwit



Wat betekent minder eiwit voor de gezondheid?

‘Dat is vooral afhankelijk van de lactatiefase. Uitgaande van een lager eiwitgehalte door deze maatregel, zonder compensatie, kan dit gevolgen hebben. Zo kan in de vroege lactatie een wat lager eiwitgehalte gepaard gaan met een minder diepe en minder lange periode van negatieve energiebalans. Dat is gunstig voor de gezondheid van koeien. Stofwisselingsproblemen, zoals ketose en vervetting van de lever, komen dan minder voor.’


Wat doet minder eiwit in de late lactatie?

‘Een lager eiwitgehalte in de late lactatie kan leiden tot vervetting, als koeien een goede voeropname blijven houden. Als de dieren daardoor in te ruime conditie de droogstand ingaan, zorgt dat in de eerste weken na afkalven voor problemen, zoals melkziekte of ontstekingen en lebmaagverplaatsing. Aan de andere kant: koeien die in een te magere conditie de droogstand ingaan, hebben meer kans op kreupelheid. Deze dieren hebben juist baat bij wat extra vetaanzet door een laag eiwitgehalte in het voer.’


En in de droogstand?

‘Tijdens de droogstand is de vuistregel dat er tenminste 40 gram darmverteerbaar eiwit (DVE) per kilo droge stof nodig is. Bij een rantsoen met een laag eiwitgehalte met onvoldoende DVE kan de kwaliteit van de biest slecht zijn. Biest bevat dan minder afweerstoffen en belangrijke voedingsstoffen. De kans op ziektes en slechte groei van kalveren neemt daardoor toe.’


Welk effect heeft minder eiwit voor kalveren?

‘Op extensieve bedrijven is het maximum 164 gram ruw eiwit voor veen en 171 gram voor klei per kilo krachtvoer. Ook het krachtvoer voor jongvee mag niet boven dit maximum komen. Voor veel bedrijven vraagt dit een aanpassing van de voeding van kalveren. Luzernehooi valt buiten de regeling en is dan een alternatief, evenals een goede kwaliteit graskuil.’


Hoe is lysine en methionine in de graskuil te verhogen?

‘Lysine en methionine zijn belangrijke essentiële aminozuren en onderdeel van eiwit. Hogere gehaltes in graskuil worden bereikt via wijziging in bemesten, maaien of inkuilen, waardoor het DVE-gehalte van graskuil toeneemt. Het gehalte aan methionine in gras daalt bij een tekort aan zwavel in de bodem. Tekorten aan zwavel treden vooral op in het voorjaar. Bij een tekort helpt aanvulling van zwavel via specifieke bemesting om methionine te verhogen.’


Zijn extra aminozuren via het water een optie?

‘Een deel van het water dat een koe drinkt, komt niet in de pens. Het gaat direct via de slokdarmsleuf naar de lebmaag. Extra aminozuren via water kunnen zo een mooie aanvulling zijn met deels pensbestendige aminozuren. Helaas komt maar pakweg een kwart van het drinkwater direct in de lebmaag. Een ander nadeel is dat opname van drinkwater sterk varieert, het is bijvoorbeeld afhankelijk van de omgevingstemperatuur en het vochtgehalte van het voer.’


Beluister podcast




Bekijk meer over: