Het+tovermiddel+tegen+vogelmijt+bestaat+niet
Achtergrond
© Twan Wiermans

Het tovermiddel tegen vogelmijt bestaat niet

Vogelmijt, ook wel bloedluis genoemd, is de nachtmerrie van legpluimveehouders. De fipronilaffaire maakte meer dan ooit duidelijk dat hét tovermiddel tegen deze parasiet niet bestaat. De sector moet het dan ook hebben van een integrale aanpak.

Het mogen dan kleine beestjes zijn, de vogelmijt zorgt voor veel schade in de legpluimveesector. Volgens Wageningen University & Research (WUR) veroorzaakt vogelmijt in Nederland jaarlijks voor 21 miljoen euro economische schade door uitval, slechtere technische resultaten en bestrijdingskosten. Het is de belangrijkste plaag in de sector.

Hoewel er al langer onderzoek naar vogelmijt werd gedaan, was er een fipronilcrisis voor nodig om alle koppen bij elkaar te krijgen. Het project 'Aanpak vogelmijt bij pluimvee' werd opgestart.

Dat project werd uitgevoerd door de WUR, Bionext en het Poultry Expertise Centre in partnerschap met diverse organisaties, waaronder LTO Noord en het ministerie van LNV. De resultaten zijn woensdag gepresenteerd in Barneveld.

Ik hoop dat de sector nu scherp blijft en niet opnieuw in slaap valt

Hugo Bens, bestuurder LTO/NOP

Integrated Pest Management

Tijdens het project werd bij negentien bedrijven gewerkt met Integrated Pest Management (IPM). Goed meten en monitoren en een integrale benadering staan daarin centraal. Zo wordt de mijtenpopulatie, als het goed is, nooit te hoog. Tien andere bedrijven werden ook gemonitord, maar daar werd geen IPM toegepast.

Opvallend was dat bij alle bedrijven, dus ook bij de controlegroep, de druk van vogelmijt daalde. Er waren qua kosten en baten geen significante verschillen vast te stellen tussen de 'IPM-groep' en de bedrijven die dit niet toepasten.

Bewuster

Volgens projectleider Monique Mul van de WUR komt dat doordat beide groepen, door deelname aan het onderzoek, veel bewuster omgingen met vogelmijtbestrijding.

'Door de monitoring gingen ook de pluimveehouders uit de controlegroep er meer mee aan de slag. Zij zagen nu opeens, door middel van de cijfers, hoe de vogelmijt op het bedrijf binnenkwam. Daarnaast waren de verschillen onderling zo groot tussen de bedrijven in de 'IPM-groep' dat het het daardoor niet mogelijk was om verschillen aan te tonen met de controlegroep.'

Bedrijfsplan

Het project levert volgens de projectpartners de sector veel op. Er werd een bedrijfsplan voor de aanpak van vogelmijt ontwikkeld en er zijn nu factsheets, infographics, een e-learningtool en een cursus.

De deelnemers waren erg gemotiveerd. Het delen van ervaringen met collega's was ook een belangrijk aspect. 'Het is nuttig om te horen hoe andere deelnemers het aanpakken', zegt een van de pluimveehouders.

Nieuwe kennis

Het onderzoek leverde bovendien nieuwe kennis op. Zo hebben de onderzoekers ontdekt dat vaker mest afdraaien ervoor kan zorgen dat de vogelmijtpopulatie afneemt.

Daarvoor werd een proef ingericht. Bij de ene groep werd de mest één tot twee keer per week afgevoerd, bij de andere groep zes tot zeven keer. Bij beide groepen steeg de populatie vogelmijt, maar bij de groep die dagelijks afdraait, veel minder hard. Hoe groter de populatie in de stal bij de nulmeting, hoe groter het verschil. Het verschil in populatieontwikkeling kan oplopen tot 80 procent.

Advies

'Veel legpluimveehouders zijn zich er niet van bewust dat er zoveel vogelmijt in de mest zit. Ik adviseer weleens om mest in een diepvrieszak te doen. Vul deze voor een vijfde met mest, maar druk deze niet aan. Zet de gesloten zak vervolgens op de koude vloer. Een dag later zie je dat de mijten naar boven zijn gekomen', zegt Mul.

'Op de mestband zijn de mijten er zeker, maar ook in de bovenste lagen van de mesthoop. Denk ook aan mestcontainers. Als die van een ander bedrijf afkomstig zijn, haal je de vogelmijt zomaar binnen.'

Maatregelen

In het speciaal ontwikkelde vogelmijtbedrijfsplan kunnen legpluimveehouders de resultaten van de metingen noteren. Daarnaast staan er veel maatregelen in die zowel tijdens als tussen de legronden kunnen worden uitgevoerd.

Pluimveehouder Hugo Bens was woensdag ook een van de sprekers. Hij is bestuurder bij LTO/NOP en was jarenlang voorzitter van de commissie bloedluis. Toen hij in 2010 aantrad als bestuurder, was hij verbaasd dat de commissie bloedluis slapende was.

Bens is gestopt als voorzitter van de commissie. 'Ik hoop dat de sector nu scherp blijft en niet opnieuw in slaap valt.'

Roofmijt

Een van de zaken die volgens de bestuurder van LTO/NOP beloftevol zijn, is het inzetten van natuurlijke vijanden. 'We hebben in het verleden al ervaringen opgedaan met de inzet van roofmijt. In nieuwe stallen met een mestband bleek dat niet rendabel, doordat de roofmijten telkens werden afgevoerd', weet hij.

'Maar wellicht gebeurt dat niet met andere soorten roofmijten. Het is zeker de moeite waard om de mogelijkheden daarvan verder te verkennen.'

LNV wil breder middelenpakket tegen vogelmijt
Het ministerie van LNV wil met de legpluimveesector kijken hoe er meer middelen beschikbaar kunnen komen tegen vogelmijt. Gertine van Ingen van het ministerie deed die toezegging woensdag tijdens de bijeenkomst over vogelmijt in Barneveld. Ze is manager Animal Health and Antibiotics. 'Na vogelgriep is vogelmijt de grootste uitdaging in de pluimveehouderijsector qua preventie', zegt ze. Het ministerie denkt daarbij nadrukkelijk ook aan natuurlijke middelen. Vogelmijt is snel resistent tegen middelen. Daarom is een breder pakket van belang. Op dit moment zijn er slechts enkele chemische middelen toegestaan. Dit zijn Byemite, Elector en Exzolt.

Bekijk meer over:

Weer

  • Vrijdag
    17° / 15°
    50 %
  • Zaterdag
    18° / 10°
    10 %
  • Zondag
    19° / 9°
    10 %
Meer weer